Pedagogiek hoorcollege 2
Theoretische modellen (1)
Lesdoelen:
De student benoemt factoren die van invloed kunnen zijn op de opvoeding en ontwikkeling van
kinderen.
De student legt uit wat het transactioneel ontwikkelingsmodel inhoudt.
De student legt uit wat het balansmodel inhoudt.
Gedragsproblemen:
Externaliserend: botsing met zijn omgeving en de geldende sociale of
maatschappelijke regels en normen.
Voorbeelden: druk, driftig en agressie
Internaliserend: kind ondervindt hier zelf de meeste hinder van.
Voorbeelden: angst, onzekerheid en verdriet
H1: Transactioneel ontwikkelingsmodel
Transactioneel: door middel van transacties, ofwel: uitwisseling.
, H2: Balansmodel
Dit model is een aanvulling op het transactioneel ontwikkelingsmodel.
Dit model gaat er ook vanuit dat ouders en kind elkaar wederzijds
beïnvloeden.
Die beïnvloeden kunnen positief (beschermende factoren) of negatief
(risico factoren) zijn.
Deze factoren kunnen weer worden verdeeld over verschillende niveaus:
micro, mecro, macro.
Verder gaat dit model er ook vanuit dat de omgeving invloed heeft op de
interacties tussen ouders en kind.
Groen: aanvulling op transactioneel ontwikkelingsmodel.
Risicofactoren: de gebeurtenissen en omstandigheden die het gezinsleven
nadelig kunnen beïnvloeden en die bij kunnen dragen aan het ontstaan van
opvoed- en opgroeiproblemen.
Beschermende factoren (of protectieve factoren): factoren die de opvoeding
wel goed laten verlopen.
Belangrijk: draaglast en draagkracht. Draagkracht: alle factoren die de
opvoeding en ontwikkeling goed laten ontwikkelen (beschermende factoren).
Draaglast: alle factoren die de opvoeding en ontwikkeling bedreigen
(risicofactoren).
Theoretische modellen (1)
Lesdoelen:
De student benoemt factoren die van invloed kunnen zijn op de opvoeding en ontwikkeling van
kinderen.
De student legt uit wat het transactioneel ontwikkelingsmodel inhoudt.
De student legt uit wat het balansmodel inhoudt.
Gedragsproblemen:
Externaliserend: botsing met zijn omgeving en de geldende sociale of
maatschappelijke regels en normen.
Voorbeelden: druk, driftig en agressie
Internaliserend: kind ondervindt hier zelf de meeste hinder van.
Voorbeelden: angst, onzekerheid en verdriet
H1: Transactioneel ontwikkelingsmodel
Transactioneel: door middel van transacties, ofwel: uitwisseling.
, H2: Balansmodel
Dit model is een aanvulling op het transactioneel ontwikkelingsmodel.
Dit model gaat er ook vanuit dat ouders en kind elkaar wederzijds
beïnvloeden.
Die beïnvloeden kunnen positief (beschermende factoren) of negatief
(risico factoren) zijn.
Deze factoren kunnen weer worden verdeeld over verschillende niveaus:
micro, mecro, macro.
Verder gaat dit model er ook vanuit dat de omgeving invloed heeft op de
interacties tussen ouders en kind.
Groen: aanvulling op transactioneel ontwikkelingsmodel.
Risicofactoren: de gebeurtenissen en omstandigheden die het gezinsleven
nadelig kunnen beïnvloeden en die bij kunnen dragen aan het ontstaan van
opvoed- en opgroeiproblemen.
Beschermende factoren (of protectieve factoren): factoren die de opvoeding
wel goed laten verlopen.
Belangrijk: draaglast en draagkracht. Draagkracht: alle factoren die de
opvoeding en ontwikkeling goed laten ontwikkelen (beschermende factoren).
Draaglast: alle factoren die de opvoeding en ontwikkeling bedreigen
(risicofactoren).