Inhoudsopgave
College 1: Normale en afwijkende ontwikkeling...............................................2
College 2: Sociale-communicatie.....................................................................7
College 3: Vertraagde of afwijkende ontwikkeling..........................................13
College 4: Verstandelijke beperking..............................................................19
College 5: Internaliserend gedrag en emotieregulatie....................................25
College 6: Externaliserende emotieregulatie..................................................33
................................................................................................................... 39
College 7: Eetproblematiek en middelenmisbruik...........................................40
College 8: Ontregeling van waarneming, gedachten en gedrag.......................46
,College 1: Normale en afwijkende ontwikkeling
Als we het hebben over psychopathologie, hebben we het over een afwijkende ontwikkeling.
Zodra gedrag gaat afwijken, bevinden we ons op het gebied van psychopathologie.
Pathologie (ziekteleer, diagnostiek van ziekten)
Psychopathologie (de geestelijke ziekte)
Ontwikkelingspsychopathologie
Wat als normaal wordt beschouwd, kan echter verschillen per context, tijd en discipline.
Normaal gedrag wordt vaak gezien als een succesvolle adaptie; gedrag dat past bij de
ontwikkelingsfase van een kind en dat het mogelijk maakt om adequaat te functioneren
binnen de omgeving.
- Deze definitie wordt het vaak gebruikt in de pedagogiek, en is daarom belangrijk om
te onthouden.
Normaal gedrag kan gezien worden als:
- Gedrag waarvoor geen noodzaak bestaat om in te grijpen
- De afwezigheid van stoornissen
- Het meest voorkomende gedrag (statistisch gegeven)
- Een gewenste toestand
Abnormaal gedrag = verwijst naar gedrag dat afwijkt van deze bovenstaande normen en dit
kan leiden tot beperkingen in het dagelijks functioneren.
Onderzoek van Rosenhan:
Het bekende experiment van Rosenhan laat zien hoe relatief classificaties kunnen zijn. In dit
experiment deden gezonde proefpersonen zich voor als psychiatrische patiënten en kregen zij
daadwerkelijk een diagnose. Dit riep vragen op over de waarde en betrouwbaarheid van
classificatiesystemen en benadrukt het belang van zorgvuldig beoordelen wanneer gedrag
daadwerkelijk afwijkend is.
Wat is het verschil tussen een psycholoog en psychiater?
Psychiatrie = diagnostiek en behandeling van psychologische problemen, een
psychiater is een arts.
Psycholoog = diagnostiek en behandeling van psychologische problemen, geen arts.
Orthopedagoog = een specialist die kinderen en jongeren met ontwikkelings-, gedrags-
of opvoedingsproblemen onderzoekt en begeleidt. Een orthopedagoog heeft kennis
van zowel de normale als de abnormale ontwikkeling.
Zowel een orthopedagoog, kinder- en jeugdpsychiater, kinder- en jeugdpsycholoog
hebben expertise op het gebied van psychopathologie bij kinderen.
Pathologie is de ziekteleer en richt zich op het ontstaan en verloop van ziekten en
stoornissen. Wanneer dit specifiek gaat over psychische stoornissen, spreken we van
psychopathologie, oftewel de leer van psychische ziekten.
, - Er zijn veel perioden waarin psychopathieën kunnen ontstaan; babytijd (ASS),
kleuterleeftijd (scheidingsangst), adolescentie (eetstoornis) etc.
Ontwikkelingspsychopathologie = verstoorde, afwijkende ontwikkeling; de normale
ontwikkeling is verstoord. Het bestudeert hoe psychische problemen en stoornissen zich
ontwikkelen en veranderen gedurende de ontwikkeling van een kind tot volwassene.
1. Beperkingen in het dagelijks leven zijn afhankelijk van de kwaliteit van het vervullen
van ontwikkelingstaken van:
a. Taal
b. Motoriek
c. Sociaal
2. Dit is nodig bij verstoorde/afwijkende ontwikkeling. Er is dan sprake van dat de
normale ontwikkeling is verstoord.
a. Gedrag is niet meer passend bij het niveau van ontwikkeling van een kind
b. Afwijkend gedrag is afhankelijk van het moment dat het kind het gedrag laat
zien
3. Taak om te beschrijven en/of te verklaren hoe een kind zich normaal gesproken
ontwikkeld.
Pas als je weet hoe de normale ontwikkeling loopt, kan je bepalen of de ontwikkeling van een
kind hiervan afwijkt.
2 belangrijke taken:
Het beschrijven van gedrag; de grote kenmerken van het gedrag, is dit normaal of
afwijkend? Dit moet zo objectief mogelijk gebeuren.
Verklaren waarom er sprake is van afwijkende ontwikkeling, het willen snappen
waarom iemand bijvoorbeeld ADD heeft.
Het beïnvloeden van gedrag, gedrag veranderen.
Psychologie, orthopedagogiek en psychiatrie
Psychologie wordt gedefinieerd als de studie van het bewustzijn en de ziel.
Binnen dit brede vakgebied richt de orthopedagogiek zich specifiek op atypisch
ontwikkeling en gedragsproblemen bij kinderen en jeugdigen, evenals op de gevolgen van
atypische opvoedingssituaties.
De orthopedagoog werkt vanuit een klinisch-ontwikkelingsperspectief en houdt zich bezig
met het beschrijven, verklaren en veranderen van gedrag.
Daarbij wordt altijd rekening gehouden met de opvoedingscontext.
De psychiatrie richt zich op het diagnosticeren en behandelen van mensen met psychische
problemen. Psychiatrie is een medisch specialisme; het zijn artsen en mogen medicatie
voorschrijven.
Een belangrijk uitgangspunt binnen de pedagogiek is dat kinderen opgevoed moeten worden
en dat opvoeding gericht is op het vormen van kinderen. Opvoeders hebben de taak om
kinderen te onderwijzen, te corrigeren, het goede voorbeeld te geven en te motiveren.
, Wanneer er sprake is van psychopathologie stopt opvoeding niet, maar is er sprake van een
meer specifieke vorm van opvoeden naast het normale opvoedingsproces.
Stoornis, beperking, handicap en indicatie
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een stoornis, een beperking en een handicap.
Stoornis = een lichamelijke of neurologische afwijking. Stoornissen kunnen op 2 manieren
benaderd worden:
1. Categoraal – waarbij iemand een stoornis wel of niet heeft (zoals in de DSM).
2. Dimensionaal – waarbij kenmerken van een stoornis in meer of mindere mate
voorkomen op een continuüm.
Beperking = ontstaat wanneer iemand door een stoornis bepaalde vaardigheden niet kan
uitvoeren.
Handicap = ontstaan wanneer deze beperking leidt tot problemen in maatschappelijke
participatie.
Indicatie = verwijst naar de vastgestelde behoefte aan zorg of behandeling.
Classificatie en assessment van psychopathologie
Beschrijvende classificaties = achterliggende oorzaken blijven uit beeld en er wordt alleen
gekeken naar gedragingen.
- A-theoretisch – ze steunen niet op een theorie over het ontstaan, beloop of behandelen
van problemen.
- Beide zijn wel wereldwijd verspreid en wetenschappelijk onderbouwd.
Binnen de klinisch-psychiatrische benadering wordt uitgegaan van een alles-of-niets-
opvatting van stoornissen. Deze top-down benadering werkt met onderling exclusieve stoornis
categorieën en is vooral categorisch, al wordt er steeds meer dimensionaal gedacht.
De empirisch-statistische benadering hanteert een bottom-up benadering, waarbij
stoornissen gradaties kennen en categorieën elkaar kunnen overlappen. Deze benadering is
overwegend dimensioneel.
Classificatiesystemen moeten aan 5 criteria voldoen:
1. Ze moeten begrijpelijk zijn
2. Ze moeten gebruiksvriendelijk zijn
3. Ze moeten klinische significantie kunnen vaststellen
4. Ze moeten betrouwbaar zijn
5. Ze moeten valide zijn
Theorieen en modellen van psychopathologie
Theorieen zijn nodig om bedrag te beschrijven, om zo objectief mogelijk vast te stellen
wanneer gedrag problematisch is en om te voorkomen dat gedrag uitsluitend wordt
toegeschreven aan persoonlijkheid.
Zonder theorieen bestaat het risico op informele etikettering en interpretatiebias.