2025/2026
,Inhoudsopgave
College – Evolutietheorie .............................................................................................................. 3
College – Obesitas, vetweefsel en ziekte ......................................................................................13
College – Eten, verbranden en opslaan .........................................................................................23
Vitaminen en Mineralen (lijst) .......................................................................................................... 43
College – Fysieke activiteit en metabolisme ..................................................................................47
College – Leermechanismen ........................................................................................................65
College - Veranderen van voedings- en beweeggedrag ...................................................................77
College – Voedingsrichtlijnen .......................................................................................................85
College – Eetstoornissen ..............................................................................................................95
College - Gastronomische kijk op voeding en gezondheid ............................................................ 105
College – Voeding en ouderen..................................................................................................... 111
Colleges – Meten van voeding en bewegen (training) .................................................................... 117
,College – Evolutietheorie
Stenen tijdperk (ongeveer 2500 jaar geleden)
Biologische evolutie: menselijke lichamen zijn het product van de evolutie. Het is een
proces dat relatief langzaam werkt. Het lichaam past zich aan in de omgeving. Van de
ene op de volgende generatie. Het is een verandering in erfelijke eigenschappen in een
populatie. Het heeft een aantal elementen. Werkende DNA genen van jouw ouders en
voorgaande generaties worden doorgegeven aan de nieuwe generatie (reproductie).
Evolutionaire overdracht van genen: alles wat heeft gewerkt in het leven voor
voorgaande generaties. Het gaat altijd om populatie effecten, geen individuele
veranderingen. Aanpassing over de tijd waarbij organismen in hun omgeving lijken te
passen met alles wat daarbij hoort.
De mens: dieren, gewervelde (alles met een wervel), binnen de gewervelde een
subgroep zoogdier, daar binnen in de groep primaten (apen) in de mensapen (great apes
= mens apen).
Mensen zijn apen. Een aantal karakteristieken van apen:
- Een platte voorkant/neus
- Verschillende typen tanden in het gebit
- Ogen zitten aan de voorkant/stereoscopisch zicht (diepte)
- Platte nagels
- Veel beweging in de duim
- Voet vorming (vering)
, Binnen de apen is er 1 groep die zich anders is gaan ontwikkelen. De apes (mens apen).
Mens apen zijn forse beesten zonder staart, het laatste stukje is er wel nog maar de
staart is er niet meer. Klimmen kan hierdoor niet meer m.b.v. de staart, enkel met de
armen en voeten (branchiation). Mens apen eten een mix van vrucht en blad, met af en
toe een stukje vlees ertussen. Dit heet een frugivorous/folivorous dieet.
Transitie naar onze huidige voedsel omgeving
De afsplitsing van de menselijke lijn van de andere grote mensapen (bijvoorbeeld
rechtop zijn gaan lopen). En de evolutie van de Australopitheken (vroege mensachtige).
1. Veranderingen in ons zicht. Het zicht kon niet gebruikt eten om eten te vinden
vroeger door het monochromatische of dichromatische zicht. Ze gebruikte voor
het vinden van voedsel voornamelijk de geur.
Door klimaatverandering in Oost-Afrika (o.a. Ethiopië) werd het klimaat droger. Bossen
namen af en maakten plaats voor open savanne. Vroege mensachtigen waren sterk
afhankelijk van het bos (vruchten, beschutting), dus het verdwijnen daarvan zorgde voor
selectiedruk: wie zich kon aanpassen, overleefde en kreeg nakomelingen.
Daaruit ontstonden grofweg twee evolutionaire strategieën:
1. Groter brein en gedragsaanpassing
Een deel van de mensachtigen ging zich aanpassen door: een grotere herseninhoud, het
maken en gebruiken van werktuigen en flexibeler gedrag en een gevarieerder dieet.
Met tools konden ze voedsel bewerken (snijden, kraken), waardoor ze niet afhankelijk
waren van grote tanden. Deze lijn leidde uiteindelijk tot het geslacht Homo (waar wij toe
behoren).
2. Anatomische aanpassing: grote kaken en tanden
Een andere lijn paste zich aan door: zeer grote kiezen en kaken en sterke kauwspieren.