jaar 2024/2025
Vraag 1)
Xander overlijdt.
Hij had geen testament.
Xander (72) was gehuwd, sinds 1989, met Yvonne (63), met de wettelijke gemeenschap van
goederen als toepasselijk huwelijksvermogensregime. Het vermogen van Xander en Yvonne bestaat
uit een woning (€ 4.000.000), een banksaldo (€ 500.000) en een beleggingsrekening (€ 4.500.000).
Xander en Yvonne hebben twee kinderen Adriaan (38) en Bea (35).
Vraag A)
Bereken de door de erfgenamen verschuldigde erfbelasting.
Antwoord:
Xander overlijdt ab intestaat. Hij was gehuwd in gemeenschap van goederen. Het vermogen
bedraagt in totaal € 9.000.000,-. De helft daarvan komt op grond van het huwelijksvermogensrecht
toe aan Xander, zijn nalatenschap bedraagt dus € 4.500.000,-.
Xander is gehuwd en heeft twee kinderen, dat betekent de wettelijke verdeling (art. 4:13 BW) van
toepassing is. De langstlevende is in dat geval gerechtigd tot de gehele nalatenschap, waarbij de
kinderen een vordering krijgen op de langstlevende ten grootte van hun erfdeel.
Er zijn dus drie erfgenamen die ieder € 1.500.000,- erven. Daarover is de volgende erfbelasting
verschuldigd (zie art. 24 jo. 32 SW):
- Yvonne: 15.236,80 + ((1.500.000 – 795.156 – 152.368) * 20%) = € 125.732,-
- Adriaan: 15.236,80 + ((1.500.000 – 25.187 – 152.368) * 20%) = € 297.725,80
- Bea: 15.236,80 + ((1.500.000 – 25.187 – 152.368) * 20%) = € 297.725,80
In totaal zijn zij dus € 685.183,60 erfbelasting verschuldigd.
De kinderen hebben wel een erfdeel, maar die bestaat uit een niet-opeisbare vordering. Tot het
moment dat die vordering opeisbaar wordt, heeft de langstlevende beschikking over al het
nalatenschapsvermogen. Dat is strikt genomen geen vruchtgebruik (want dat moet je vestigen), maar
voor de SW merken we het wel aan als een vruchtgebruik.
Van vruchtgebruik kun je de waarde bepalen, de langstlevende krijgt niet alleen 1/3 e van de
nalatenschap, maar ook het vruchtgebruik van het deel van de kinderen. Wat zijn de gevolgen voor
de heffing van de SW?
Op het vruchtgebruik zit een wettelijke rente (art. 4:13 lid 4 BW). Daarin staat dat er van rechtswege
op de vorderingen een rente verschuldigd is, gelijk aan de wettelijke rente voor zover die hoger is dan
6%.
De wettelijke rente op dit moment is 7% (google), dat is hoger dan 6%, dus de rente die van
rechtswege wordt berekend over de vorderingen is 1%. Er is alleen geen (fictief) vruchtgebruik als
een rente van 6% samengesteld op zit, 6% wordt namelijk geacht het vruchtgebruik waard te zijn.
Dan wordt dat fictieve vruchtgebruik dus niet bij de verkrijging opgeteld.
In casu gaan we er vanuit dat er 0% rente op zit:
De 6% van de waarde vermenigvuldig je met de factor 10 (art. 5 uitvoeringsbesluit). Dus € 3.000.000
* 6% * 10 = € 1.800.000,- (dus 900.000.- per kind).
Dat wordt de langstlevende geacht te krijgen naast haar erfdeel van € 1.500.000,-.. Dan kom je uit op
een totaal van € 3.300.000,-. Dat is dus voor de heffing van de erfbelasting de verkrijging van de
langstlevende.
De kinderen worden alleen belast voor het bloot eigendom, hun verkrijging is dus € 600.000,-.
, In de casus wettelijke rente, dus 7% is 1% rente:
In art. 21 lid 15 is bepaald dat een geldvordering als bedoeld in art. 4:13 lid 3 BW, wordt aangenomen
als een renteloze vordering, in dien daarop de wettelijke rente van toepassing is.
Wat als er 6% samengesteld op zit? Dan is er geen fictief vruchtgebruik:
Dan worden ze gewoon allemaal voor € 1.500.000,- belast.
Wat als er een samengestelde rente van 2 of 3% op zit?
Dan pak je maar een stukje fictief vruchtgebruik. Dan moet je ook naar evenredigheid kijken, wat is
dan het fictief vruchtgebruik waard. Als er een rente van 2% verschuldigd is, is de waarde van het
vruchtgebruik, niet 10 * 6% maar 10 * 4%. (als je dit hebt afsgesproken in het testament of na
overlijden).
Dus 1.500.000 * 10 * 4% = € 600.000,- per kind. De verkrijging van de langstlevende is dan €
1.500.000,- + € 1.200.000,-.
Wat als je een hogere rente afspreekt, 8%?
Dan blijft het fictief vruchtgebruik 0,-. Je kan geen negatief vruchtgebruik hebben.
Hoe wordt de erfbelasting van de kinderen betaald?
De erfbelasting die door de kinderen betaald moeten worden, waar gaan ze dat van betalen? Ze
krijgen immers alleen een niet opeisbare geldvordering. Daarom staat er in art. 4:* dat de erfbelasting
die is verschuldigd door de kinderen, wordt voorgeschoten door de langstlevende. De volledige
erfbelasting van € 685.000,- in totaal wordt betaald door de langstlevende. En de erfbelasting die de
langstlevende heeft betaald, komt in aftrek van hun vordering van € 1.500.000,-.
Antwoorden checken:
Langstlevende: 485.732
Kinderen: 99.725
Yvonne heeft op een verjaardag gehoord dat het fiscaal gunstig is om met haar kinderen overeen te
komen dat hun vorderingen een samengestelde rente zullen dragen van 6% per jaar.
Vraag B)
Zou u dat in dit geval aanraden?
Antwoord:
Het uitganspunt is de wettelijke rente. De erfgenamen kunnen een andere wettelijke rente
overeenkomen. Dit kunnen ze bij een renteovereenkomst vast laten leggen, dit is verstandig om
notarieel te doen. Dat is omdat het risico bestaat dat het kwalificeert als een schenking ter zake des
doods (schenking die pas opeisbaar wordt bij overlijden).
Het risico bestaat namelijk dat het niet kwalificeert als een schenking ter zake des doods, omdat dit
bij notariële akte (art. 7:177 BW). Dat lijkt zoveel op een schenking ter zake des doods, en om te
voorkomen dat het niet voordoet aan de voorwaarde, dat het hele bedrag vervalt bij overlijden, doe
het maar voor de zekerheid bij notariële akte.
De fiscus heeft gezegd: we vinden het ook prima als het onderhands wordt gedaan. Maar doe het
gewoon bij notariële akte (van renteovereenkomst).
Hiervoor geldt een termijn van 8 maanden, aangifte erfbelasting. Daar kun je eventueel uitstel voor
krijgen, en dan krijg je ook uitstel voor het maken van de rente overeenkomst (art. 45 jo. art. 1 lid 3
SW). Als je dat doet wordt dat gevolgd voor de heffing van de erfbelasting.
Dat betekent dat het invloed heeft op de hoogte van de verkrijging van iedereen, en op het
fictieve vruchtgebruik.
Doe je het buiten de termijn, bijv. na 10 maanden, dan wordt het gezien als een schenking (art. 1
lid 4 SW).
Zou je het aanraden?
Het is afhankelijk van de situatie. In dit geval is het een grote nalatenschap. In dit geval is het
verstandig om de vorderingen die worden vermeerderd met de bijgeschreven rente, verminderen bij