Meten & meetkunde
, Meten en meetkunde Periode 2
5 onderwijs leerprincipes
1. Mathematiseren
2. Modelleren en formaliseren
3. Ruimte voor eigen inbreng van de leerlingen
4. Interactie en reflectie
5. Verstrengeling van leerlijnen
Uitleg van de leerprincipes:
1. Mathematiseren → • “Wat weten de leerlingen al'.
& gaat om het begrip van
• Context is belangrijk > leerlingen moeten het zien
rekenen - wiskunde vanuit • Nieuw probleem/ domein wordt geïntroduceerd
de realiteit
• Eerdere kennis wordt toegepast
modelleren = het gebruik maken van hulpmiddelen
2. Modelleren en formaliseren→ • schema’s
• Materialen
Formaliseren wordt verdeeld in 3 stappen: •
•
Stapjes
Deel/
1. informeel, contextgebonden redeneren en rekenen
X tussenant woorden
2. Semi -formeel modelondersteunend redeneren en rekenen
XX
3. Formeel vakmatig redeneren en rekenen '
X * *
* informeel = uitleggen hoe je op je *X *ㄨ *
eigen ant woord komt Je lost een som op met hulp van een
Contextgebonden = rekenen met tekening of hulpmiddel Een " kale" som uitrekenen zoals 3+4=7
verhaaltje uit echte leven
3. Ruimte voor eigen inbreng van leerlingen → Door leerlingen zelf eigen inbreng te geven zijn
& alle leerlingen meer bezig met de sommen ipv
Dit kun je op meerdere manieren doen een passieve volger te zijn.
4. Interactie en reflectie → Door de leerlingen elkaars antwoorden te laten vergelijken en de
&
Tussen de leerkracht en leerling voor en nadelen op een rijtje te zetten worden de leerlingen
gebeurd dit tijdens de instructie en gestimuleerd om zowel nieuwe dingen te leren als dat ze nog
het bespreken van de antwoorden. meer nadenken en reflecteren op hun eigen antwoord
5. De verstrengeling van de leerlijnen → Veel rekenen-wiskunde inhouden nebben met
elkaar te maken zoals + of - of de verhoudingen
met meetkunde
'
, Meten en meetkunde Periode 2
5 onderwijs leerprincipes
1. Mathematiseren
2. Modelleren en formaliseren
3. Ruimte voor eigen inbreng van de leerlingen
4. Interactie en reflectie
5. Verstrengeling van leerlijnen
Uitleg van de leerprincipes:
1. Mathematiseren → • “Wat weten de leerlingen al'.
& gaat om het begrip van
• Context is belangrijk > leerlingen moeten het zien
rekenen - wiskunde vanuit • Nieuw probleem/ domein wordt geïntroduceerd
de realiteit
• Eerdere kennis wordt toegepast
modelleren = het gebruik maken van hulpmiddelen
2. Modelleren en formaliseren→ • schema’s
• Materialen
Formaliseren wordt verdeeld in 3 stappen: •
•
Stapjes
Deel/
1. informeel, contextgebonden redeneren en rekenen
X tussenant woorden
2. Semi -formeel modelondersteunend redeneren en rekenen
XX
3. Formeel vakmatig redeneren en rekenen '
X * *
* informeel = uitleggen hoe je op je *X *ㄨ *
eigen ant woord komt Je lost een som op met hulp van een
Contextgebonden = rekenen met tekening of hulpmiddel Een " kale" som uitrekenen zoals 3+4=7
verhaaltje uit echte leven
3. Ruimte voor eigen inbreng van leerlingen → Door leerlingen zelf eigen inbreng te geven zijn
& alle leerlingen meer bezig met de sommen ipv
Dit kun je op meerdere manieren doen een passieve volger te zijn.
4. Interactie en reflectie → Door de leerlingen elkaars antwoorden te laten vergelijken en de
&
Tussen de leerkracht en leerling voor en nadelen op een rijtje te zetten worden de leerlingen
gebeurd dit tijdens de instructie en gestimuleerd om zowel nieuwe dingen te leren als dat ze nog
het bespreken van de antwoorden. meer nadenken en reflecteren op hun eigen antwoord
5. De verstrengeling van de leerlijnen → Veel rekenen-wiskunde inhouden nebben met
elkaar te maken zoals + of - of de verhoudingen
met meetkunde
'