Woensdag 29 oktober
40 meerkeuze en 2 open vragen
Week 1
Leerdoelen:
Kun je beschrijven wat het begrip ‘openbaar bestuur’ in houdt (incl. onderscheid staat,
middenveld, markt)
Heb je inzicht in de Nederlandse staatsvorm en de verschillende taken en
verantwoordelijkheden van bestuurslagen (gemeente, waterschap, provincie, rijk, EU)
Kun je de vier dimensies van goed bestuur beschrijven en spanningsvelden daartussen
herkennen.
Het begrip openbaar bestuur beschrijven inclusief het onderscheid tussen de staat,
maatschappelijk middenveld en de markt
Wat is openbaar bestuur?
Definitie:
Openbaar bestuur is het geheel van organisaties en activiteiten die zich bezighouden met
het sturen en regelen van de maatschappij. Het doel is om maatschappelijke ontwikkelingen in
goede banen te leiden, problemen aan te pakken en veranderingen te realiseren.
Twee manieren om openbaar bestuur te bekijken:
1. Beperkte opvatting: alleen de overheid of staat, zoals gemeenten, provincies en
rijksoverheid.
2. Ruime opvatting: ook organisaties die publieke taken vervullen maar niet officieel
deel uitmaken van de overheid, zoals ziekenhuizen, woningcorporaties, Greenpeace of
de ANWB.
Je kunt de sturing in de maatschappij onderscheiden in:
1. De staat/ overheid
Doel: het algemeen belang dienen, niet winst maken.
Bestaat uit:
- Politieke leiding: ministers, wethouders, en andere gezagsdragers die
verantwoording afleggen aan democratisch gekozen organen zoals de Tweede
Kamer.
- Ambtenaren: benoemd en ondergeschikt aan de politieke leiding. Zij voeren
de politieke beslissingen uit en adviseren de politiek.
2. Maatschappelijk middenveld
Organisaties die tussen overheid en markt in zitten.
Privaat van aard (niet de overheid) maar wel betrokken bij het openbaar bestuur.
Gericht op doelen die niet winstgericht zijn, maar ook niet volledig in de
overheidssfeer vallen.
, Voorbeelden:
- Met publieke taak: ziekenhuizen, schoolbesturen.
- Zonder winstoogmerk: vakbonden, kerken, milieuorganisaties,
Unicef, Hogeschool.
3. De markt
Commerciële organisaties, gericht op winst maken.
Voorbeelden: Jumbo, Google, IKEA.
Soms kan het gebeuren dat een organisatie of activiteit van het ene veld naar het andere
overgeheveld.
- Van staat naar markt → privatisering/vermarkting (bijv. energiebedrijven).
- Van markt naar staat → nationalisering/verstatelijking of liberalisering (bijv. banken in
crisis).
Inzicht geven in de Nederlandse staatsvorm en de verschillende taken en
verantwoordelijkheden van bestuurslagen (gemeenten, waterschap, provincie, rijk, EU)
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat:
Gedecentraliseerd: taken en verantwoordelijkheden liggen bij verschillende
bestuurslagen, niet alles wordt centraal geregeld.
Eenheidsstaat: de landelijke overheid heeft het hoogste gezag en bewaakt de eenheid.
1. Rijk/ rijksoverheid
Politieke organen: Tweede Kamer, Eerste Kamer, kabinet, minister-president.
Taken: landelijke wetgeving, defensie, belastingen, zorgwetten.
2. Provincie
Politieke organen: Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten, Commissaris van de
Koning.
Taken: ruimtelijke ordening, natuurbeheer, regionale infrastructuur.
Wet: open huishouding vastgelegd in artikel 124 van de Grondwet (flexibiliteit in
besteding).
3. Gemeente
Politieke organen: Gemeenteraad, College van Burgemeester & Wethouders.
Taken: werk & inkomen, Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), handhaving
openbare orde, burgerzaken.
Decentralisatie: gemeenten kregen extra taken zoals jeugdzorg en participatie bij
werk en inkomen.
4. Waterschappen
21 stuks in Nederland.
Algemeen bestuur & dagelijks bestuur.
Taken: zorgen voor droge voeten, schoon water en voldoende water (kwaliteit &
kwantiteit).
5. Europese Unie (EU)
, Taken: interne markt (handel en economie), landbouw en visserij, investeringen in
infrastructuur, milieubescherming (bedrijven en landen moeten regels volgen).
Je hebt in Nederland een verticale en horizontale dimensie van openbaar bestuur
Verticaal = lagen van bestuur
→ Wie bestuurt op welk niveau? Van groot naar klein:
EU → Nederland → Provincie → Gemeente → Wijk
Voorbeeld: De EU maakt milieuregels → Nederland maakt landelijke wetten →
provincie controleert natuur → gemeente houdt lokale parken schoon.
Horizontaal = wie allemaal meedoet
→ Niet alleen de overheid bestuurt, ook andere partijen zoals:
- Middenveld: kerken, scholen, vakbonden, NGO’s
- Markt: bedrijven zoals Jumbo of Google
Voorbeeld: Greenpeace controleert milieuregels, bedrijven passen productie
aan.
Multi-level governance = samen bestuur doen
→ Bestuur gebeurt op meerdere niveaus én door verschillende partijen samen
Voorbeeld: EU, rijk, provincie, gemeente, NGO’s en bedrijven werken samen aan
schoon water of natuurbeheer.
Provincies hebben naast de wettelijke opgelegde taken een zogenaamde open huishouding
vastgelegd in art 124 GW.
- Gemeente hebben en hoop taken en verantwoordelijkheden:
- Ondersteuning voor burgers op het gebied van werk en inkomen, Wet
Maatschappelijke Ondersteuning, handhaving van de openbare orde en burgerzaken
- Na decentralisatie hebben gemeentes nog meer verantwoordelijkheden gekregen.
De 4 dimensies van goed bestuur beschrijven en spanningsvelden daar tussen herkennen
Goed bestuur meet je aan vier dimensies:
1. Doeltreffend/ doelmatig (presterend bestuur)
Doeltreffendheid (effectiviteit): doelen van beleid worden daadwerkelijk
bereikt.
Doelmatigheid (efficiency): doelen worden bereikt met zo weinig mogelijk
middelen of kosten.
Voorbeeld: een project voor schoon water dat op tijd en binnen budget wordt
uitgevoerd.
2. Democratisch/ responsief
Overheid luistert naar burgers en geeft inspraak.
Voorbeelden: stemmen, inspraakavonden, petities, burgers kunnen
kennisnemen van beleid.
3. Rechtmatig
Bestuur houdt zich aan wetten en regels.
Burgers hebben rechtsbescherming → juridisering = meer regels & formele
procedures om conflicten op te lossen.