Samenvatting Materiële Hulpverlening
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Ontwikkelingen van geld...................................................................3
1.1 Geld door de jaren heen................................................................................ 3
1.3 Recente ontwikkelingen in materiële hulpverlening......................................4
1.4 Digitalisering en contant geld.......................................................................4
1.5 Cryptovaluta.................................................................................................. 4
1.6 Geld en geluk................................................................................................ 4
Hoofdstuk 2: Armoede en schulden........................................................................5
2.1. Wat is armoede?........................................................................................... 5
2.2 Oorzaken van armoede................................................................................. 5
2.3 Armoede op verschillende niveaus................................................................5
2.4 Wat zijn schulden?......................................................................................... 6
2.5 Soorten schulden........................................................................................... 6
2.6 Armoede in Nederland................................................................................... 6
2.7 Risicogroepen................................................................................................ 7
2.8 Life events en nieuwe armen........................................................................7
Hoofdstuk 3: De rol van de overheid en maatschappij...........................................8
3.1 Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving......................................8
3.2 Volksverzekeringen....................................................................................... 8
3.3 Werknemersverzekeringen............................................................................9
3.4 Sociale voorzieningen................................................................................... 9
3.5 Toeslagen.................................................................................................... 10
3.6 Heffingskortingen en aftrekposten..............................................................10
3.7 Complexiteit van inkomen...........................................................................11
3.8 Laaggeletterdheid....................................................................................... 11
3.9 Handhaving in de sociale zekerheid............................................................11
3.10 Individualisering........................................................................................ 12
3.11 Culturele diversiteit bij armoede en schulden...........................................12
3.12 Initiatieven vanuit de samenleving...........................................................12
Hoofdstuk 4: Financiële huishouding van het gezin..............................................13
4.1 Overzicht creëren........................................................................................ 13
4.2 Inkomstenmaximalisatie............................................................................. 13
4.3 Uitgavenminimalisatie................................................................................. 13
4.4 Reactance.................................................................................................... 14
4.5 Apps en hulpmiddelen................................................................................. 14
1
,Hoofdstuk 5: Financiële vaardigheden..................................................................17
5.1 Kenmerken die invloed hebben op financiële problemen............................17
5.2 Competenties.............................................................................................. 17
5.3 Ontwikkelen van competenties...................................................................20
5.4 Executieve functies..................................................................................... 20
5.5 Ontwikkeling van executieve functies.........................................................20
Hoofdstuk 6: De impact van armoede..................................................................22
6.1 Psychologie van de schaarste.....................................................................22
6.2 Invloed op verschillende leefgebieden........................................................22
6.3 Ontwikkeling van kinderen..........................................................................26
6.4 Armoede en ouderschap............................................................................. 27
Hoofdstuk 7: Incassomaatregelen en de effecten hiervan....................................28
7.1 Betalingsverplichting................................................................................... 28
7.2 Betalingsachterstand.................................................................................. 28
7.3 Risicovolle schulden.................................................................................... 29
7.4 Problematische schulden............................................................................. 29
7.5 Oorspronkelijke schuldeiser, incassobureau en gerechtsdeurwaarder........29
7.6 Incassomaatregelen.................................................................................... 30
7.7 Beslaglegging.............................................................................................. 31
7.8 Ontbinding van de huurovereenkomst........................................................32
7.9 Afsluiten van energie en water....................................................................32
7.10 Bronheffing zorgverzekering.....................................................................32
7.11 De overheid als schuldeiser.......................................................................33
7.12 Als de incassoprocedure niet goed gaat....................................................33
Hoofdstuk 8: Handelingsperspectief en de methoden van de professional..........34
8.1 Generalist en specialist............................................................................... 34
8.2 Hulpverlening met drang............................................................................. 35
8.3 Stress-sensitief werken................................................................................ 35
8.4 Motiverende gespreksvoering.....................................................................35
8.5 Taakgerichte benadering............................................................................. 36
8.6 Assetbuilding............................................................................................... 36
8.7 Online tools en initiatieven..........................................................................37
Hoofdstuk 9: Schuldhulpverlening en financiële beschermingsmaatregelen........38
9.1 Wat is schuldhulpverlening?........................................................................38
9.2 Wetten bij schuldhulpverlening...................................................................38
9.3 Preventie..................................................................................................... 39
9.4 Vroegsignalering......................................................................................... 39
2
, 9.5 De schuldhulpverlener................................................................................ 40
9.6 Traject schuldhulpverlening bij de gemeente..............................................40
9.7 Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp).......................................41
9.8 Financiële beschermingsmaatregelen.........................................................41
9.9 Verschillen tussen minnelijke en wettelijke schuldregeling.........................42
9.10 Integrale schuldhulpverlening...................................................................42
Bijlage: Zelfredzaamheid-Matrix...........................................................................43
Hoofdstuk 1: Ontwikkelingen van geld
1.1 Geld door de jaren heen
Vroeger ruilden mensen producten zoals eieren tegen brood. Dit werd lastig door
bederfelijke of zware goederen. Daarom kwamen duurzame producten zoals
schelpen, vee en zout in gebruik als goederengeld. Zout was zo belangrijk dat
Romeinse soldaten hun salaris in zout kregen, hier komt het woord salaris
vandaan. Later werden goud en zilver belangrijke betaalmiddelen, die
internationaal konden worden verhandeld.
Goederengeld = Waardevolle producten die als ruilmiddel werden
gebruikt.
Munten hadden verschillende waarden afhankelijk van gewicht en plaats. Banken
ontstonden om goud veilig te bewaren, wat later leidde tot bankbiljetten.
Napoleon zorgde voor één munteenheid in Nederland; in 1901 werd de gulden
wettig betaalmiddel.
In de 20e eeuw kwamen nieuwe betaalmethoden:
1950 – eerste creditcard in Amerika (Diners Club)
1990 – pinnen in Nederland via betaalpas en betaalautomaat
2002 – invoering van de euro in Nederland
Tegenwoordig is digitaal betalen normaal via apps, Tikkies en contactloos
betalen, maar contant geld blijft belangrijk voor kwetsbare groepen.
1.2 Armoede door de jaren heen
In de prehistorie leefden mensen rondtrekkend en afhankelijk van voedsel van de
groep. In de middeleeuwen vestigden mensen zich en ontstond armoede door:
slechte oogsten, oorlogen, ziektes en ongelijkheid. De kerk gaf aalmoezen, later
kwam de zorg voor armen bij de staat te liggen. Belangrijke ontwikkelingen:
Tuchthuizen en straf-/vrije landbouwkolonies in 19e eeuw
Armenwet 1854 en 1870 – overheid verantwoordelijk voor armenzorg
Kinderwet Van Houten (1874) en leerplicht (1901)
Sociale wetten na Eerste Wereldoorlog – uitkeringen, kinderbijslag, werk-
ongevallenverzekering
1950–60 – sociaalzekerheidsstelsel: AOW en Algemene Bijstandswet (Abw)
→ verzorgingsstaat
Vanaf jaren 1970 → participatiemaatschappij: nadruk op eigen
verantwoordelijkheid
3
, 1.3 Recente ontwikkelingen in materiële hulpverlening
Mensen moeten zelf financiële beslissingen nemen, zoals toeslagen
regelen en sparen.
Digitalisering verandert omgaan met geld: online betalen, minder tastbaar
geld → kans op schulden.
Ongeveer 33% van huishoudens heeft betalingsachterstanden.
Nudging
Het onbewust beïnvloeden van keuzes, bijvoorbeeld: gezonde producten op
ooghoogte in de supermarkt, of limieten bij online bankieren. Nudging kan
positief zijn (sparen) of negatief (onbewust schulden maken).
Nudging = Het beïnvloeden van keuzes door de omgeving.
1.4 Digitalisering en contant geld
Contant geld = chartaal geld, geld op bank = giraal geld.
Contant geld helpt kwetsbare groepen, zoals ouderen, laaggeletterden of
mensen zonder bankrekening, overzicht te houden.
Contant geld zorgt voor anonimiteit en wordt gebruikt bij toeristen, bij
winkelen tijdens pinstoringen en in specifieke sectoren (bijv. coffeeshops).
1.5 Cryptovaluta
Cryptovaluta is digitaal geld, zoals bitcoin, dat werkt zonder tussenkomst van
banken of de overheid. Het heeft voordelen zoals dat het niet vervalst kan
worden, dat het functioneert via een democratisch netwerk, en dat het digitaal
en internationaal gebruikt kan worden. Tegelijkertijd zijn er nadelen: het brengt
risico’s met zich mee voor criminaliteit, hacken, en er zijn nog geen duidelijke
internationale regels. Jongeren investeren vaak in crypto, maar zonder financieel
vangnet is er een groot risico op schulden.
1.6 Geld en geluk
Oud onderzoek liet zien dat een inkomen boven de €60.000 per jaar mensen niet
per se gelukkiger maakt; belangrijker is dat je genoeg geld hebt om in je
basisbehoeften te voorzien. Nieuw onderzoek van Killingsworth (2021) suggereert
echter dat meer geld samen kan hangen met meer controle over je leven, wat op
zijn beurt weer kan bijdragen aan meer geluk. Het verschijnsel ‘preference drift’
beschrijft dat je op korte termijn tevreden kunt zijn met iets, maar later altijd
meer wilt hebben; dit constante streven kan leiden tot ontevredenheid.
Participatiemaatschappij = Samenleving waarin burgers eerst zelf
verantwoordelijk zijn voor hun problemen.
Preference drift = Steeds meer en betere spullen willen hebben ondanks
dat je al genoeg hebt.
4
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Ontwikkelingen van geld...................................................................3
1.1 Geld door de jaren heen................................................................................ 3
1.3 Recente ontwikkelingen in materiële hulpverlening......................................4
1.4 Digitalisering en contant geld.......................................................................4
1.5 Cryptovaluta.................................................................................................. 4
1.6 Geld en geluk................................................................................................ 4
Hoofdstuk 2: Armoede en schulden........................................................................5
2.1. Wat is armoede?........................................................................................... 5
2.2 Oorzaken van armoede................................................................................. 5
2.3 Armoede op verschillende niveaus................................................................5
2.4 Wat zijn schulden?......................................................................................... 6
2.5 Soorten schulden........................................................................................... 6
2.6 Armoede in Nederland................................................................................... 6
2.7 Risicogroepen................................................................................................ 7
2.8 Life events en nieuwe armen........................................................................7
Hoofdstuk 3: De rol van de overheid en maatschappij...........................................8
3.1 Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving......................................8
3.2 Volksverzekeringen....................................................................................... 8
3.3 Werknemersverzekeringen............................................................................9
3.4 Sociale voorzieningen................................................................................... 9
3.5 Toeslagen.................................................................................................... 10
3.6 Heffingskortingen en aftrekposten..............................................................10
3.7 Complexiteit van inkomen...........................................................................11
3.8 Laaggeletterdheid....................................................................................... 11
3.9 Handhaving in de sociale zekerheid............................................................11
3.10 Individualisering........................................................................................ 12
3.11 Culturele diversiteit bij armoede en schulden...........................................12
3.12 Initiatieven vanuit de samenleving...........................................................12
Hoofdstuk 4: Financiële huishouding van het gezin..............................................13
4.1 Overzicht creëren........................................................................................ 13
4.2 Inkomstenmaximalisatie............................................................................. 13
4.3 Uitgavenminimalisatie................................................................................. 13
4.4 Reactance.................................................................................................... 14
4.5 Apps en hulpmiddelen................................................................................. 14
1
,Hoofdstuk 5: Financiële vaardigheden..................................................................17
5.1 Kenmerken die invloed hebben op financiële problemen............................17
5.2 Competenties.............................................................................................. 17
5.3 Ontwikkelen van competenties...................................................................20
5.4 Executieve functies..................................................................................... 20
5.5 Ontwikkeling van executieve functies.........................................................20
Hoofdstuk 6: De impact van armoede..................................................................22
6.1 Psychologie van de schaarste.....................................................................22
6.2 Invloed op verschillende leefgebieden........................................................22
6.3 Ontwikkeling van kinderen..........................................................................26
6.4 Armoede en ouderschap............................................................................. 27
Hoofdstuk 7: Incassomaatregelen en de effecten hiervan....................................28
7.1 Betalingsverplichting................................................................................... 28
7.2 Betalingsachterstand.................................................................................. 28
7.3 Risicovolle schulden.................................................................................... 29
7.4 Problematische schulden............................................................................. 29
7.5 Oorspronkelijke schuldeiser, incassobureau en gerechtsdeurwaarder........29
7.6 Incassomaatregelen.................................................................................... 30
7.7 Beslaglegging.............................................................................................. 31
7.8 Ontbinding van de huurovereenkomst........................................................32
7.9 Afsluiten van energie en water....................................................................32
7.10 Bronheffing zorgverzekering.....................................................................32
7.11 De overheid als schuldeiser.......................................................................33
7.12 Als de incassoprocedure niet goed gaat....................................................33
Hoofdstuk 8: Handelingsperspectief en de methoden van de professional..........34
8.1 Generalist en specialist............................................................................... 34
8.2 Hulpverlening met drang............................................................................. 35
8.3 Stress-sensitief werken................................................................................ 35
8.4 Motiverende gespreksvoering.....................................................................35
8.5 Taakgerichte benadering............................................................................. 36
8.6 Assetbuilding............................................................................................... 36
8.7 Online tools en initiatieven..........................................................................37
Hoofdstuk 9: Schuldhulpverlening en financiële beschermingsmaatregelen........38
9.1 Wat is schuldhulpverlening?........................................................................38
9.2 Wetten bij schuldhulpverlening...................................................................38
9.3 Preventie..................................................................................................... 39
9.4 Vroegsignalering......................................................................................... 39
2
, 9.5 De schuldhulpverlener................................................................................ 40
9.6 Traject schuldhulpverlening bij de gemeente..............................................40
9.7 Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp).......................................41
9.8 Financiële beschermingsmaatregelen.........................................................41
9.9 Verschillen tussen minnelijke en wettelijke schuldregeling.........................42
9.10 Integrale schuldhulpverlening...................................................................42
Bijlage: Zelfredzaamheid-Matrix...........................................................................43
Hoofdstuk 1: Ontwikkelingen van geld
1.1 Geld door de jaren heen
Vroeger ruilden mensen producten zoals eieren tegen brood. Dit werd lastig door
bederfelijke of zware goederen. Daarom kwamen duurzame producten zoals
schelpen, vee en zout in gebruik als goederengeld. Zout was zo belangrijk dat
Romeinse soldaten hun salaris in zout kregen, hier komt het woord salaris
vandaan. Later werden goud en zilver belangrijke betaalmiddelen, die
internationaal konden worden verhandeld.
Goederengeld = Waardevolle producten die als ruilmiddel werden
gebruikt.
Munten hadden verschillende waarden afhankelijk van gewicht en plaats. Banken
ontstonden om goud veilig te bewaren, wat later leidde tot bankbiljetten.
Napoleon zorgde voor één munteenheid in Nederland; in 1901 werd de gulden
wettig betaalmiddel.
In de 20e eeuw kwamen nieuwe betaalmethoden:
1950 – eerste creditcard in Amerika (Diners Club)
1990 – pinnen in Nederland via betaalpas en betaalautomaat
2002 – invoering van de euro in Nederland
Tegenwoordig is digitaal betalen normaal via apps, Tikkies en contactloos
betalen, maar contant geld blijft belangrijk voor kwetsbare groepen.
1.2 Armoede door de jaren heen
In de prehistorie leefden mensen rondtrekkend en afhankelijk van voedsel van de
groep. In de middeleeuwen vestigden mensen zich en ontstond armoede door:
slechte oogsten, oorlogen, ziektes en ongelijkheid. De kerk gaf aalmoezen, later
kwam de zorg voor armen bij de staat te liggen. Belangrijke ontwikkelingen:
Tuchthuizen en straf-/vrije landbouwkolonies in 19e eeuw
Armenwet 1854 en 1870 – overheid verantwoordelijk voor armenzorg
Kinderwet Van Houten (1874) en leerplicht (1901)
Sociale wetten na Eerste Wereldoorlog – uitkeringen, kinderbijslag, werk-
ongevallenverzekering
1950–60 – sociaalzekerheidsstelsel: AOW en Algemene Bijstandswet (Abw)
→ verzorgingsstaat
Vanaf jaren 1970 → participatiemaatschappij: nadruk op eigen
verantwoordelijkheid
3
, 1.3 Recente ontwikkelingen in materiële hulpverlening
Mensen moeten zelf financiële beslissingen nemen, zoals toeslagen
regelen en sparen.
Digitalisering verandert omgaan met geld: online betalen, minder tastbaar
geld → kans op schulden.
Ongeveer 33% van huishoudens heeft betalingsachterstanden.
Nudging
Het onbewust beïnvloeden van keuzes, bijvoorbeeld: gezonde producten op
ooghoogte in de supermarkt, of limieten bij online bankieren. Nudging kan
positief zijn (sparen) of negatief (onbewust schulden maken).
Nudging = Het beïnvloeden van keuzes door de omgeving.
1.4 Digitalisering en contant geld
Contant geld = chartaal geld, geld op bank = giraal geld.
Contant geld helpt kwetsbare groepen, zoals ouderen, laaggeletterden of
mensen zonder bankrekening, overzicht te houden.
Contant geld zorgt voor anonimiteit en wordt gebruikt bij toeristen, bij
winkelen tijdens pinstoringen en in specifieke sectoren (bijv. coffeeshops).
1.5 Cryptovaluta
Cryptovaluta is digitaal geld, zoals bitcoin, dat werkt zonder tussenkomst van
banken of de overheid. Het heeft voordelen zoals dat het niet vervalst kan
worden, dat het functioneert via een democratisch netwerk, en dat het digitaal
en internationaal gebruikt kan worden. Tegelijkertijd zijn er nadelen: het brengt
risico’s met zich mee voor criminaliteit, hacken, en er zijn nog geen duidelijke
internationale regels. Jongeren investeren vaak in crypto, maar zonder financieel
vangnet is er een groot risico op schulden.
1.6 Geld en geluk
Oud onderzoek liet zien dat een inkomen boven de €60.000 per jaar mensen niet
per se gelukkiger maakt; belangrijker is dat je genoeg geld hebt om in je
basisbehoeften te voorzien. Nieuw onderzoek van Killingsworth (2021) suggereert
echter dat meer geld samen kan hangen met meer controle over je leven, wat op
zijn beurt weer kan bijdragen aan meer geluk. Het verschijnsel ‘preference drift’
beschrijft dat je op korte termijn tevreden kunt zijn met iets, maar later altijd
meer wilt hebben; dit constante streven kan leiden tot ontevredenheid.
Participatiemaatschappij = Samenleving waarin burgers eerst zelf
verantwoordelijk zijn voor hun problemen.
Preference drift = Steeds meer en betere spullen willen hebben ondanks
dat je al genoeg hebt.
4