volwassenen
- Ontwikkelen zich vaak voor het 6e levensjaar, maar kunnen beide
nog lang onopgemerkt blijven en pas in volwassenheid
gediagnosticeerd worden.
- Zorgen beide voor ernstige beperkingen in het persoonlijke,
sociale, academische of werkgerelateerde functioneren.
Autisme spectrum stoornis (ASS)
- Tekortkomingen (deficiënties) in sociale communicatie, sociale
wederkerigheid, non-verbale communicatie en onderhouden van
relaties Vrouwen met ASS hebben wel vaak contacten, maar dit
kost veel moeite en energie.
- Beperkte gedragspatronen, interesses en activiteiten: (minstens 2
van volgende kenmerken: stereotype of repetitieve
bewegingen/spraak, vasthouden aan routines, moeite met
veranderingen, gefixeerde interesses, hyperactieve zintuigen.
Allebei aanwezig zijn voor diagnose!!
- Voelen soms honger/verzadiging niet waardoor eetpatroon
verstoord is
- Rond jaren 60 dacht men 0,4-0,5 % van de mensen
- Rond jaren 80 eerste diagnose opgenomen in DSM III
- Jaren 90: DSM IV verdeelde ASS in Asperger en PDD-NOS;
hierdoor prevalentie 1-2 % omdat soms pas op volwassen leeftijd
wordt geconstateerd.
- Sinds DSM V nog alleen maar ASS; prevalentie weer omlaag
(mede door nieuwe criteria ‘repetitief gedrag’)
,Beloop
- Met ouder worden meer lichamelijke en psychische klachten
- Wisselt sterk, maar intelligentie zorgt voor camouflagetechnieken
die veel energie kosten met hogere lijdensdruk.
Theoretische visies
- ASS 83% erfelijk, 17% omgeving
- 10-15% : genetische stoornis zoals fragiel X-chromosoom, dan
vaak ook anatomische afwijkingen; ASS samenhangend met
genetische aandoening.
- Omgevingsfactoren: voor/tijdens zwangerschap
- Beschermende factoren tegen ASS: foliumzuur (3 maanden voor –
1 maand tijdens zwangerschap)
- Lange tijd gedacht dat ASS verminderde theory of mind heeft
(verplaatsen in ander) Nu genuanceerd: neurodiversiteit (ASS
verwerkt info op andere manier): dubbele empathie theorie
(mensen kunnen zich ook niet in ASS verplaatsen)
- Wel moeite met cognitieve empathie (wat iemand denkt) maar niet
in emotionele empathie.
Cultuur
- Vaker in welgestelde landen
- Diagnose bij migranten moeilijker, heteroanamnese daarom van
belang
Gender
- vaker bij mannen : 3:1 = man
- vrouwen vaak meer camoufleren, daardoor geen eigen identiteit
- vaker bij transgender, vooral transgender als vrouw geboren
,Comorbiditeit
- OCD, sociale angsstoornis en ADHD en depressie
- Ook psychose spectrum komt regelmatig voor
- 54,8- 94 %
Diagnostiek
- Niet op bio-/neurologisch niveau gediagnosticeerd, daarom alleen
gebaseerd op gedrag door (hetero) anamnese en observatie
- Semi- gestructureerd interview
- Screeningsvragenlijst (ASS Quotient) weinig betrouwbaar,
vanwege beperkt zelfinzicht zowel bij minder als normaal tot
hoogbegaafden
- Neuropsychologisch onderzoek voor inschatting en sterke en
zwakke punten = handelingsgerichte diagnostiek
Behandeling
- Bij normale tot hoge IQ psycho-educatie
- Praktische begeleiding erg belangrijk want is voor ASS moeilijk om
geleerde dingen toe te passen in thuissituatie;
levensloopbegeleiding
- Acceptance en commitment therapy, dierentherapie en
muziektherapie vooral op kind gericht
- Voor comorbide angst en depressie, zowel mindfulness based
stress reduction en CGT
- Voor prikkelgevoeligheid lage dosis antipsychoticum geadviseerd.
ADHD : aandachtsdeficiëntie/hyperactiviteitsstoornis
, - Externaliserende psychische stoornis = problematiek naar buiten
gericht
- Onoplettendheid, impulsiviteit en hyperactiviteit
3 types:
1. Onoplettende type = meest bij volwassenen
2. Hyperactieve type = meest bij kind
3. Gecombineerde type = minst bij volwassenen
Volwassene met ADHD = ongeorganiseerd, moeite met contact
leggen, verhoogde afleidbaarheid
Prevalentie
- Bij volwassenen 2,8 %
- Neemt af met leeftijd ; bij 50+: 0,02 -1,5%
- Blijft vooral bij onoplettende en gecombineerde type.
Theoretische visies
- Multifactoriële stoornis: sterke erfelijkheid (72%) en
neurobiologische ontregeling. Geen specifiek gen: polygenetisch
- Omgevingsfactoren: blootstelling giftige stoffen, tekorten aan
voeding en negatieve ervaringen
- Lager opleidingsniveau, gescheiden status en mannelijk; hangt
samen met ADHD + kleinere amygala en hippocampus door
vertraagde rijping en verminderd verbaal en visuospatieel
werkgeheugen, verminderde waakzaamheid en inhibitiecontrole
(impulscontrole)
- Overschatten de grootte van onmiddellijke beloningen waardoor
suboptimale beslissingen gemaakt worden.
4 modellen van ontstaan van ADHD:
1. Executief verklaringsmodel: ADHD door verstoord executief
functioneren (werkgeheugen, redeneervermogen en planning)
2. Toestandsregulatiemodel: ADHD moeite om energetische interne
toestand aan de passen aan veranderende eisen van omgeving