1. Introductie en staatsrecht ......................................................................................................... 1
Samenvatting ............................................................................................................................ 1
Belangrijke artikelen ................................................................................................................... 5
2. Bestuursrecht en politiek .......................................................................................................... 6
Samenvatting ............................................................................................................................ 6
Belangrijke artikelen ................................................................................................................... 9
3. Algemeen bestuursrecht ..........................................................................................................10
Samenvatting ...........................................................................................................................10
Belangrijkste artikelen ...............................................................................................................15
4. Bestuursprocesrecht................................................................................................................16
Samenvatting ...........................................................................................................................16
Belangrijke artikelen ..................................................................................................................20
5. Beleid ......................................................................................................................................22
Samenvatting ...........................................................................................................................22
Veel voorkomende tentamenvragen: ...........................................................................................26
6. Regelgeving .............................................................................................................................28
Samenvatting ...........................................................................................................................28
Belangrijkste artikelen ...............................................................................................................31
7. Omgevingsvergunning ..............................................................................................................32
Samenvatting ...........................................................................................................................32
Belangrijke artikelen ..................................................................................................................37
Antwoord geven op de Toetsmatrijs ..............................................................................................38
Toetsmatrijs:.............................................................................................................................38
Antwoorden .............................................................................................................................39
1. Algemeen staatsrecht & internationaal recht .............................................................................. 39
2. Financiën (nadeelcompensatie) .................................................................................................. 39
3. Algemeen bestuursrecht ............................................................................................................. 40
4. Beleid & Omgevingswet ............................................................................................................... 41
5. Regelgeving (Omgevingswet) ....................................................................................................... 41
6. Omgevingsvergunning ................................................................................................................. 42
,1. Introductie en staatsrecht
Samenvatting
Plaats van het recht
Het recht is verdeeld in:
- Publiekrecht
o Staatsrecht
o Bestuursrecht
o Strafrecht
- Privaatrecht
Belangrijk verschil:
- Publiekrecht: overheid ↔ burger (ongelijke verhouding)
- Privaatrecht: burger ↔ burger (gelijke verhouding)
Wat is een staat?
Een staat is:
- een organisatie
- met gezag (macht)
- over een bepaald grondgebied
Nederland:
- is onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden
- bestaat uit:
o Nederland
o Aruba
o Curaçao
o Sint Maarten
o bijzondere gemeenten (Bonaire, Saba, Sint Eustatius)
Monarchie en Grondwet
- Nederland is een monarchie
- Koning maakt deel uit van de regering
Grondwet
- Bevat:
o grondrechten (hoofdstuk 1)
o inrichting van de staat (hoofdstuk 2–7)
- Basis van alles in het staatsrecht
Trias Politica (scheiding der machten)
Drie machten:
1. Wetgevende macht
- Regering + Staten-Generaa
- Maken wetten
1
,2. Uitvoerende macht
- Regering
- Voert wetten uit
3. Rechterlijke macht
- Rechters
- Controleren en spreken recht
Wetgevende macht (ZEER BELANGRIJK)
Bestaat uit:
- Regering (koning + ministers)
- Staten-Generaal (Eerste + Tweede Kamer)
Regering
- Koning + ministers (art. 42 GW)
- Ministers:
o leiden ministeries
- Minister-president:
o “eerste onder gelijken”
Ministerraad
- Overleg tussen ministers
- Besluiten over beleid en wetgeving
- Belangrijk:
o geheim
o eenheid (homogeniteit)
Staten-Generaal
Tweede Kamer
- 150 zetels
- Direct gekozen
- Taken:
o wetten maken (met regering)
o regering controleren
Eerste Kamer
- 75 zetels
- Indirect gekozen
- Taken:
o wetten goed- of afkeuren
- Mag:
o NIET zelf wetten maken
o NIET wijzigen
2
,Wetgevingsprocedure
Stappen:
1. Voorstel door regering of Tweede Kamer
2. Tweede Kamer:
o Bespreekt
o wijzigt (amendement)
o stemt
3. Eerste Kamer:
o Bespreekt
o stemt (geen wijzigingen)
4. Bekrachtiging:
o minister + koning tekenen
5. Publicatie → wet
Uitvoerende macht
- Regering voert wetten uit
- Wordt gecontroleerd door parlement
Belangrijk:
- Motie van wantrouwen:
o parlement vertrouwt regering niet meer
o gevolg: aftreden
Rechterlijke macht
- Onafhankelijk
- Bestaat uit:
o Rechtbanken
o Gerechtshoven
o Hoge Raad
Belangrijk tentamenpunt:
Rechters mogen wetten NIET toetsen aan de Grondwet (art. 120 GW)
Wel aan verdragen (art. 94 GW)
Decentralisatie
Centrale overheid:
- Rijk
Decentrale overheden:
- Gemeente
- Provincie
- Waterschap
Voorbeelden bestuursorganen:
- Gemeente:
o Burgemeester
o Gemeenteraad
o college van B&W
3
, - Provincie:
o Provinciale Staten
o Gedeputeerde Staten
o commissaris van de Koning
Democratie
Nederland = democratie
Volk kiest vertegenwoordigers
Parlement vertegenwoordigt het volk
Grondrechten
Klassieke grondrechten
- Beschermen tegen overheid
- Voorbeelden:
o vrijheid van meningsuiting
o godsdienst
o discriminatieverbod
Sociale grondrechten
- Inspanningsverplichting overheid
- Voorbeelden:
o Onderwijs
o Zorg
o milieu
Rechtsbronnen (heel belangrijk)
Hiërarchie:
1. Internationaal recht / Europees recht
2. Grondwet
3. Wet in formele zin
4. AMvB
5. Ministeriële regeling
6. Provinciale verordening
7. Gemeentelijke verordening
Internationaal en Europees recht
- Werkt direct door in Nederland (monistisch stelsel)
- Voorwaarde:
o moet “een ieder verbindend” zijn
EVRM
- Internationaal verdrag (geen EU)
- Burgers kunnen naar:
o Europees Hof voor de Rechten van de Mens
4
,Belangrijke artikelen
1. Grondwet – basis
- Art. 42 GW -> Regering = koning + ministers
- Art. 81 GW -> Wetgevende macht = regering + Staten-Generaal
- Art. 50 GW -> Staten-Generaal vertegenwoordigt het volk
- Art. 51 GW -> Eerste + Tweede Kamer (aantallen zetels_
2. Regering en ministers
- Art. 42 GW -> Koning + ministers vormen regering
- Art. 46 GW -> Staatssecretarissen
Belangrijk concept:
- Ministeriele verantwoordelijkheid (komt hieruit voort zegmaar
3. Staten-Generaal
Tweede kamer:
- Art. 51 lid 2 GW -> 150 leden
Eerste kamer:
- Art. 51 lid 3 GW -> 75 leden
- Art 55 GW -> indirecte verkiezing
4. Wetgeving
- Art. 81 GW -> Wie maakt wetten
- Art. 82 GW -> Recht van initiatief (Tweede Kamer)
- Art. 85 GW -> Rol Eerste Kamer (aannemen/verwerpen)
5. Rechterlijke macht
- Art. 116 GW -> Rechterlijke organisatie
- Art. 120 GW -> Verbod op toetsing aan de Grondwet
- Art. 94 GW -> Voorrang van internationaal recht
6. Koninkrijk en koning
- Art. 24 GW -> Erfopvolging koning
7. Decentralisatie
- Art. 123 GW -> Provincies en gemeenten
- Art. 133 GW -> Waterschappen
8. Andere belangrijke organen
- Art. 73 GW -> Raad van State
- Art. 76 GW -> Algemene rekenkamer
9. Internationaal recht
- Art. 93 GW -> Doorwerking verdragen
- Art. 94 GW -> Voorrang boven nationale wet
5
, 2. Bestuursrecht en politiek
Samenvatting
MINISTERS (HEEL BELANGRIJK)
Wat is een minister?
- Politiek verantwoordelijk voor een beleidsterrein
- Geeft leiding aan een ministerie
- Moet vertrouwen van de Tweede Kamer hebben
Kernbegrip: ministeriële verantwoordelijkheid
→ Minister is verantwoordelijk voor:
- eigen beleid
- ambtenaren
- alles wat onder zijn ministerie gebeurt
Gevolg:
Geen vertrouwen → minister moet aftreden
Minister zonder portefeuille
- Heeft wel beleidsterrein, maar geen eigen ministerie
- Zit WEL in de minsterraad en heeft stemrecht
STAATSSECRETARIS
- Ondersteunt minister
- Heeft eigen takenpakket
- Treedt op namens minister
Belangrijk:
- Minister blijft eindverantwoordelijk
- Moet ook vertrouwen van Kamer hebben
Tentamenvraag vaak:
→ Wie is verantwoordelijk?
Antwoord: minister (altijd eindverantwoordelijk)
MINISTERRAAD
Wat is het?
- Vergadering van alle ministers
- Onder leiding van minister-president
- Beslist over algemeen regeringsbeleid
Belangrijke kenmerken:
- Besluiten over:
o Wetsvoorstellen
o AMvB’s
o Beleid
- Alles moet eerst langs ministerraad
6