Deel A = Algemene Bacteriologie
Glucose ● Lineaire D-glucose = Fisher Projectie
● Alpha-D-Glucose = OH groep op C1 wijst naar beneden
● Beta-D-Glucose = OH groep op C1 wijst naar boven
N-Acetyl-Glucosamine Onderdeel van Chitine en Peptidoglycaan
● OH op C2 wordt vervangen door NH2
groep
● N wordt gekoppeld aan COCH3 groep →
Vorming van NHAc
Pyruvaat Pyruvaat = Product van Glycolyse
● Andere vorm = Enolpyruvaat (niet stabiel)
● Gaat zichzelf omzetten naar fosfo-enolpyruvaat of pyruvaat
Lactaat
= Melkzuur
Alanine Lijkt enorm op Lactaat
- OH wordt vervangen door NH3+ Groep
1
,Drie AZ structuren
Peptide binding en Hydrolyse = De peptide binding wordt verbroken door een
Hydrolyse watermolecule
● De koolstof heeft een partieel positieve lading doordat Zuurstof
en Stikstof de elektronen wegtrekt
Basisstructuur van Vetzuur is gekoppeld via een ether binding
Fosfolipiden
Hoofdstuk 1: Introductie
Domeinen van het leven
1. Eukaryoten = Planten, Dieren, Fungi
2. Bacteriën = Mitochondriën (Ontstaat doordat een bacterie in een andere cel is gaan
leven en is dan verder geëvolueerd tot een mitochondriën (organel van de cel)
3. Archaea = Leven in zeer extreme condities (Warm, Hoge zoutconcentraties)
Vier groepen micro-organismen
2
, 1. Bacteria
2. Archaea
3. Fungi
4. Protisten
→ Meeste zijn Unicellulair
→ Geen differentiatie tot weefsel-organen (zoals bij planten en dieren)
Functionele eigenschappen
1. Metabolisme
2. Reproductie
Structurele eigenschappen
1. Cytoplasma
2. DNA
3. Celmembraan
4. Celwand
Celmembraan en Celwand niet door elkaar halen
Prokaryoot = Geen organellen in aanwezig
- Wel DNA aanwezig in het Nucleoid gebied
Nomenclatuur van micro-organismen = Genus en Species
Hoofdstuk 2: Morfologie Bacteriën en Archaea
- Meeste zijn unicellulair
- Sommige vormen Multicellulaire Aggregaten
- Pleomorfie = Verschillende vormen mogelijk
De grootte en vormen zijn genetische bepaald
Voedings- en omgevingsfactoren zijn ook belangrijk voor bepaling van celgrootte
Coccen = Bolvormige Bacteriën
3
, → Verdeling op basis van de celdeling
● Volgens 1 as, 2 assen, willekeurig
● Streptococcen = Lange keten van bolletjes (kralensnoer)
● Diplococcen = Twee bolletjes (per twee aan elkaar)
● Tetrade = De bacteriën delen zich in twee loodrechte vlakken, wat
resulteert in groepjes van vier cellen in een vierkant.
● Sarcina = kubussen, De deling vindt plaats in drie vlakken (lengte,
breedte, hoogte), komen minder vaak voor
● Stafylococcen = willekeurige deling, vormen van groepjes (druiventros)
Bacillen = Staafvormige Bacteriën
- Bacillen = Ketens van 2 of meerdere staafvormige cellen
- Streptobacillus = Groepen van Bacillus
Spiraalvormige 1. Vibrio = gebogen staafje
Bacteriën 2. Spirillum = lange, spiraalvormige cel
3. Spirocheet = zijn flexibel (kunnen veranderen van vorm) spiraalvormige
cel
Filamenteuze 1. Actinobacteria
Bacteriën ● Vormen lange filamenten van verschillende cellen
● Vertakkingen mogelijk → Vormen een uitgebreid netwerk
2. Cyanobacteria
● Trichoom = Vorming van lange filamenten
● Er zijn cellen aanwezig die gaan specialiseren
● Cellen liggen naast elkaar
● Deling volgens de lengteas
● Heterocyt = is gespecialiseerd in het fixeren van stikstof
● Akinete = rustende bacterie
4