Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Taaltoets, taalkundig en redekundig ontleden

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
10-04-2026
Geschreven in
2025/2026

In dit document staat uitgelegd hoe taalkundig en redekundig ontleden werkt. Er staan duidelijke voorbeelden. Dit is allemaal informatie vanuit de site taalweb.

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding
De spelling van woorden is het van belang of het betreffende woord persoonsvorm is. Alleen
in dat geval pas je de regels van de werkwoordspelling toe. Bij het toepassen van de regels
van de werkwoorden zijn enkele begrippen van belang. We noemen ze hier en geven
vervolgens een toelichting:
1. zin
2. persoonsvorm
3. stam en ik-vorm
4. taxikofschip
5. tijd


1. zin
Een zin is een combinatie van woorden die in geschreven taal start met een hoofdletter en
eindigt met een punt, een vraagteken of een uitroepteken. In een zin staat ten minste één
persoonsvorm. In een samengestelde zin komen meerdere persoonsvormen voor.
Een voorbeeld van een enkelvoudige zin (de persoonsvorm is onderstreept):

Ik belde een ambulance.
Voorbeelden van samengestelde zinnen (de persoonsvormen zijn onderstreept):
Ik belde een ambulance en wachtte in mijn auto.
Toen ik het ongeluk zag gebeuren, belde ik een ambulance.

2. persoonsvorm
De persoonsvorm is altijd een werkwoord. De vorm van dat werkwoord wordt (mede)
bepaald door het onderwerp (de persoon). Vandaar de naam persoonsvorm. Een andere
factor is de tijd: aan de persoonsvorm kun je zien in welke tijd de zin staat.

Hoe vind je de persoonsvorm? De eerste manier wordt veelal op de basisschool aangeleerd,
maar is niet de meest betrouwbare manier.
a. Maak een vraagzin van de zin. De persoonsvorm komt vooraan te staan.
Ik belde een ambulance. Belde ik een ambulance?

Het is lastiger wanneer er al een vraagzin staat. Je moet dan eerst antwoord geven op de
vraag en de nieuwe zin vragend maken. Dan pas komt de persoonsvorm ook vooraan te
staan.
Wie belde een ambulance?
Joost belde een ambulance.
Belde Joost een ambulance?

Waarom loop je weg?
Daarom loop je weg.
Loop je daarom weg?

Ook wanneer je te maken hebt met een samengestelde zin is deze manier niet aan te raden.
Er kan immers maar één van de persoonsvormen vooraan komen te staan. Wil je ook bij een
samengestelde zin deze manier gebruiken dan moet je de zin uit elkaar halen in
afzonderlijke enkelvoudige zinnen.
Als de zon schijnt, kun je buiten zitten.

De zon schijnt. Je kunt buiten zitten.
Schijnt de zon? Kun je buiten zitten?

,b. Een tweede, meer betrouwbare manier, om de persoonsvorm(en) in een zin te ontdekken
is het veranderen van de tijd van de zin zonder een woord toe te voegen of weg te laten. Het
woord dat verandert is persoonsvorm.
Ik belde een ambulance.
Ik bel een ambulance.
Omdat de zon schijnt, kun je buiten zitten.
Omdat de zon scheen, kon je buiten zitten.


c. Een derde manier om de persoonsvorm(en) te vinden is het veranderen van het
onderwerp van de zin in aantal: maak van een enkelvoudig onderwerp een meervoud of
andersom. Het woord dat samen met het onderwerp verandert, is de persoonsvorm.
Ik belde een ambulance.
Wij belden een ambulance.
Voordat we naar binnen gingen, deden we eerst de schoenen uit.
Voordat ik naar binnen ging, deed ik eerst de schoenen uit.

Wanneer je echt zeker wilt zijn, hanteer je een combinatie van de aangegeven manieren om
de persoonsvorm te ontdekken.


3. stam en ik-vorm
De stam van een werkwoord krijg je door van het hele werkwoord ‘en’ af te halen. Hoewel
die begrippen vaak door elkaar worden gehaald, is de stam niet hetzelfde als de ik-vorm. Dat
betekent dat de stam en de ik-vorm qua schrijfwijze kunnen verschillen.

Voorbeelden:
hele werkwoord stam ik-vorm
werken werk werk
noemen noem noem
horen ho(o)r hor
kammen kam(m) kam
proeven proev proef
reizen reiz reis

De ik-vorm dient als uitgangspunt voor verdere vervoeging. Dus waar je misschien ooit
geleerd hebt 'stam+ te' of 'stam+de' is dat eigenlijk ik-vorm + te en ik-vorm + de (kijk met
name naar de laatste twee voorbeelden: ik proef (stam proev), dus hij proefde; ik
reis (stam reiz), dus ik reisde).

4. taxikofschip
Hoewel de ik-vorm het uitgangspunt is voor de vervoeging, moet je soms toch nog eens
terugkijken naar de stam. Dat is het geval wanneer je bij het schrijven van de verleden
tijdsvorm van een regelmatig werkwoord niet weet of het met te of met de verlengd moet
worden. Je weet bijvoorbeeld niet welke vorm goed is:
a. Het geluid ebte langzaam weg of
b. Het geluid ebde langzaam weg
Wanneer de laatste medeklinker van de stam in het ‘taxikofschip’ voorkomt schrijf je ik-
vorm+te (of ik-vorm+ten bij een meervoud). Je kijkt dus wel eerst naar de stam om te
bepalen of je een t , te, d of de plaatst, maar neemt voor verdere vervoeging de ik-vorm als
basis.

, Voorbeelden
juichen stam: juich de ‘ch’ staat in het taxikofschip
dus: ik-vorm+te (juichte)

krabben stam: krab de ‘b’ staat niet in het taxikofschip
dus: ik-vorm+de (krabde)

Datzelfde taxikofschip kun je gebruiken bij het bepalen van de laatste letter van een voltooid
deelwoord of een bijvoeglijk gebruikt werkwoord. Doorgaans kun je het woord langer maken.
De letter die je dan hoort, schrijf je achteraan in het voltooid deelwoord (ik struikelde: ik ben
gestruikeld). Waar dat minder goed te horen is of wanneer je twijfelt, kun je het taxikofschip
gebruiken:
Ik heb na de overwinning gejuicht / gejuichd.
werkwoord: juichen
stam: juich
De ch zit in het taxikofschip, dus: voorvoegsel+stam+t (gejuicht)

Het geloosde water / het gelooste water.
werkwoord: lozen
stam: looz
De z zit niet in het taxikofschip.
Het wordt dus met een d geschreven: geloosde
Het taxikofschip kun je dus gebruiken bij:
- De verleden tijdsvorm van een persoonsvorm
- Een voltooid deelwoord
- Een bijvoeglijk gebruikt werkwoord.
Voor een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd kun je het taxikofschip niet gebruiken.

5. tijd
De persoonsvorm geeft ook aan in welke tijd de zin staat. Andersom betekent dit dat de vorm
van het werkwoord afhankelijk is van de tijd. In de tegenwoordige tijd krijg je normaal
gesproken een t achter de ik-vorm bij de tweede en derde persoon (jij, hij, anderen).
Uitzonderingen op die regel komen voor bij enkele hoogfrequente werkwoorden. Dat geldt
o.a. voor willen, mogen, zullen, kunnen (hij wil, hij mag, hij zal, hij kan).
De verleden tijdsvormen van regelmatige werkwoorden krijgen –te(n) of -de(n) achter de ik-
vorm.

Voorbeelden
tegenwoordige tijd
ik maak hij maakt
ik proef hij proeft

verleden tijd
ik maak ik maakte
ik proef ik proefde

Documentinformatie

Geüpload op
10 april 2026
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€7,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
slagelise

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
slagelise ROC van Twente
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen