Domein B: Vorming Subdomein B1: Socialisatie
De kandidaat kan ontleden hoe cultuuroverdracht en cultuurverwerving door socialisatie
plaatsvinden. Hij kan tevens verbanden beschrijven tussen persoonlijke identiteit en collectieve
identiteit en culturen classificeren op basis van verschillende culturele dimensies.
Je kunt uitleggen hoe cultuurvernieuwingen invloed hebben op socialisatie
Culturen zijn tijd- en plaatsgebonden. Ze veranderen onder invloed van gewijzigde omstandigheden
zoals in de politiek of economie door uitwisselingen met mensen buiten de groep of door een
verandering van samenstelling van de groep (socialisatieprocessen). Deze nieuwe omstandigheden en
veranderingen hebben dan weer invloed op socialisatieprocessen, waardoor de volgende generatie
verandert en daarmee ook de cultuur als geheel.
Je weet uit welke twee delen socialisatie bestaat
Het proces van overdracht mensen brengen de cultuur van een groep of samenleving over aan
nieuwkomers.
Gedurende de levensloop verwerven mensen kennis, normen, waarden opvattingen en
gedragspatronen in de groepen waartoe men behoort. Door het overnemen en eigen maken van al
deze zaken vindt cultuuroverdracht plaats.
Het proces van verwerving mensen maken de cultuur van een groep of samenleving eigen,
internaliseren.
Je kunt uitleggen hoe stereotypen en vooroordelen worden overgedragen
Socialisatie kan bewust of onbewust plaatsvinden. Vaak verloopt dit proces via identificatie
Mensen leren door de positie, het perspectief en het gedrag over te nemen van iemand op
wij zij mensen te lijken, of op wie ze willen lijken.
Socialisatie is niet altijd positief. Stereotypen en vooroordelen worden overgedragen.
Cultureel aangeleerde beelden, generalisaties en veronderstellingen. Dit leidt tot snelle en
soms incorrecte oordelen over anderen.
Je kunt uitleggen hoe het proces van socialisatie het voortbestaan van een cultuur veroorzaakt
Door socialisatie verwerven mensen de opvattingen, waarden en normen die hen maken tot lid van
een maatschappij. Als mensen niet meer leren hoe ze zich binnen een bepaalde groep of samenleving
mogen of moeten gedragen, zal de cultuur verdwijnen.
Vb. Een kind leert om “dank je wel” te zeggen en op zijn beurt te wachten. Zo leert het hoe je je hoort
te gedragen in de samenleving. Zonder dit leren verdwijnen deze regels.
Je kunt uitleggen hoe het verloop van socialisatieprocessen milieuafhankelijk is.
Verschillen leiden tot sociale ongelijkheid, sommige hebben namelijk meer kapitaal
Economisch (financieel) bezit of hoog inkomen
Sociaal connecties, netwerken en de mate van respect die mensen genieten.
Cultureel culturele competenties zoals kennis, houding en opvattingen die kenmerkend zijn voor
een hoge positie.
, Je kunt het verschil tussen enculturatie en acculturatie uitleggen
Enculturatie het aanleren en verwerven van de (sub) cultuur van de samenleving waarin men
geboren wordt.
Acculturatie het aanleren en verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit, dan waarin
iemand is opgegroeid.
Je kunt uitleggen hoe socialisatie het gedrag van mensen reguleert.
Doordat mensen normen en gedragspatronen internaliseren wordt gedrag van anderen meer
voorspelbaar en dat maakt het samenleven overzichtelijker,
Je kent de verschillende functies van socialisatie
- Continuering van een cultuur
Voorbeeld: Ouders leren hun kind om “dank je wel” te zeggen → normen blijven bestaan.
- Verandering van een cultuur
Voorbeeld: Jongeren gebruiken social media anders dan ouders → communicatiecultuur
verandert.
- Identificatie van het individu met anderen, met een groep en een cultuur en het besef van
groepslidmaatschap van het individu
Voorbeeld: Een leerling gaat zich kleden en gedragen zoals zijn vriendengroep om erbij te
horen.
- Identiteitsontwikkeling van het individu
Voorbeeld: Door opvoeding en vrienden ontdekt iemand wat hij belangrijk vindt en wie hij is.
- Gedragsregulatie van het individu.
Voorbeeld: Mensen stoppen voor rood licht omdat ze hebben geleerd dat dat moet.
Je kunt de begrippen nature en nurture uitleggen
Nature biologische of erfelijke factoren verklaren de eigenschappen van mensen
Nurture opvoeding en omgevingsfactoren verklaren eigenschappen.
Je kunt de drie vormen van socialisatie benomen
1. Primaire socialisatie
Socialisatie binnen kleinere groepen en gemeenschappen waarin mensen directe
persoonlijke relaties met elkaar hebben. Het proces verloopt informeel en vanzelfsprekend
en wordt ook vaak tweede natuur genoemd.
2. Secundaire socialisatie
Mensen leren in formele/georganiseerde omstandigheden en omgevingen hoe zij zich
moeten gedragen, dit wordt ook wel sociale kleren genoemd. Mensen kunnen zich
aanpassen en wisselen afhankelijk van de gelegenheid.
Collectieve rituelen spelen een belangrijke rol, het belang van een aantal vaste handelingen
worden bevestigd en van bepaalde gedeelde waarden.
3. Tertiaire socialisatie
Proces waarbij waarden, normen en gedragspatronen worden overgedragen door anonomie
socialisatoren waarmee mensen niet rechtstreeks een band hebben. Het gaat dan om cultuur
die ingebed is in media en literatuur.
De kandidaat kan ontleden hoe cultuuroverdracht en cultuurverwerving door socialisatie
plaatsvinden. Hij kan tevens verbanden beschrijven tussen persoonlijke identiteit en collectieve
identiteit en culturen classificeren op basis van verschillende culturele dimensies.
Je kunt uitleggen hoe cultuurvernieuwingen invloed hebben op socialisatie
Culturen zijn tijd- en plaatsgebonden. Ze veranderen onder invloed van gewijzigde omstandigheden
zoals in de politiek of economie door uitwisselingen met mensen buiten de groep of door een
verandering van samenstelling van de groep (socialisatieprocessen). Deze nieuwe omstandigheden en
veranderingen hebben dan weer invloed op socialisatieprocessen, waardoor de volgende generatie
verandert en daarmee ook de cultuur als geheel.
Je weet uit welke twee delen socialisatie bestaat
Het proces van overdracht mensen brengen de cultuur van een groep of samenleving over aan
nieuwkomers.
Gedurende de levensloop verwerven mensen kennis, normen, waarden opvattingen en
gedragspatronen in de groepen waartoe men behoort. Door het overnemen en eigen maken van al
deze zaken vindt cultuuroverdracht plaats.
Het proces van verwerving mensen maken de cultuur van een groep of samenleving eigen,
internaliseren.
Je kunt uitleggen hoe stereotypen en vooroordelen worden overgedragen
Socialisatie kan bewust of onbewust plaatsvinden. Vaak verloopt dit proces via identificatie
Mensen leren door de positie, het perspectief en het gedrag over te nemen van iemand op
wij zij mensen te lijken, of op wie ze willen lijken.
Socialisatie is niet altijd positief. Stereotypen en vooroordelen worden overgedragen.
Cultureel aangeleerde beelden, generalisaties en veronderstellingen. Dit leidt tot snelle en
soms incorrecte oordelen over anderen.
Je kunt uitleggen hoe het proces van socialisatie het voortbestaan van een cultuur veroorzaakt
Door socialisatie verwerven mensen de opvattingen, waarden en normen die hen maken tot lid van
een maatschappij. Als mensen niet meer leren hoe ze zich binnen een bepaalde groep of samenleving
mogen of moeten gedragen, zal de cultuur verdwijnen.
Vb. Een kind leert om “dank je wel” te zeggen en op zijn beurt te wachten. Zo leert het hoe je je hoort
te gedragen in de samenleving. Zonder dit leren verdwijnen deze regels.
Je kunt uitleggen hoe het verloop van socialisatieprocessen milieuafhankelijk is.
Verschillen leiden tot sociale ongelijkheid, sommige hebben namelijk meer kapitaal
Economisch (financieel) bezit of hoog inkomen
Sociaal connecties, netwerken en de mate van respect die mensen genieten.
Cultureel culturele competenties zoals kennis, houding en opvattingen die kenmerkend zijn voor
een hoge positie.
, Je kunt het verschil tussen enculturatie en acculturatie uitleggen
Enculturatie het aanleren en verwerven van de (sub) cultuur van de samenleving waarin men
geboren wordt.
Acculturatie het aanleren en verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit, dan waarin
iemand is opgegroeid.
Je kunt uitleggen hoe socialisatie het gedrag van mensen reguleert.
Doordat mensen normen en gedragspatronen internaliseren wordt gedrag van anderen meer
voorspelbaar en dat maakt het samenleven overzichtelijker,
Je kent de verschillende functies van socialisatie
- Continuering van een cultuur
Voorbeeld: Ouders leren hun kind om “dank je wel” te zeggen → normen blijven bestaan.
- Verandering van een cultuur
Voorbeeld: Jongeren gebruiken social media anders dan ouders → communicatiecultuur
verandert.
- Identificatie van het individu met anderen, met een groep en een cultuur en het besef van
groepslidmaatschap van het individu
Voorbeeld: Een leerling gaat zich kleden en gedragen zoals zijn vriendengroep om erbij te
horen.
- Identiteitsontwikkeling van het individu
Voorbeeld: Door opvoeding en vrienden ontdekt iemand wat hij belangrijk vindt en wie hij is.
- Gedragsregulatie van het individu.
Voorbeeld: Mensen stoppen voor rood licht omdat ze hebben geleerd dat dat moet.
Je kunt de begrippen nature en nurture uitleggen
Nature biologische of erfelijke factoren verklaren de eigenschappen van mensen
Nurture opvoeding en omgevingsfactoren verklaren eigenschappen.
Je kunt de drie vormen van socialisatie benomen
1. Primaire socialisatie
Socialisatie binnen kleinere groepen en gemeenschappen waarin mensen directe
persoonlijke relaties met elkaar hebben. Het proces verloopt informeel en vanzelfsprekend
en wordt ook vaak tweede natuur genoemd.
2. Secundaire socialisatie
Mensen leren in formele/georganiseerde omstandigheden en omgevingen hoe zij zich
moeten gedragen, dit wordt ook wel sociale kleren genoemd. Mensen kunnen zich
aanpassen en wisselen afhankelijk van de gelegenheid.
Collectieve rituelen spelen een belangrijke rol, het belang van een aantal vaste handelingen
worden bevestigd en van bepaalde gedeelde waarden.
3. Tertiaire socialisatie
Proces waarbij waarden, normen en gedragspatronen worden overgedragen door anonomie
socialisatoren waarmee mensen niet rechtstreeks een band hebben. Het gaat dan om cultuur
die ingebed is in media en literatuur.