Samenvatting module 7
Thema 1 – Inleiding gerontologie en geriatrie
Gerontologie = het brede perspectief op veroudering
Gerontologie is de wetenschappelijke studie van veroudering in de breedste zin. Het richt zich op de veranderingen die optreden
tijdens het ouder worden en omvat biologische, psychologische en sociale processen.
Veroudering wordt hierbij gezien als een tijdsafhankelijk en interindividueel variabel proces, waarbij geleidelijk veranderingen
optreden in structuur en functie van cellen, organen en systemen.
Binnen de gerontologie wordt gekeken naar:
o Biologische veroudering: veranderingen op cellulair en moleculair niveau (zoals apoptose, oxidatieve stress en DNA-
schade)
o Psychologische veroudering: veranderingen in cognitie, gedrag en emotie
o Sociale veroudering: veranderingen in rollen, participatie en omgeving
Gerontologie is vooral verklarend en beschrijvend en richt zich op het begrijpen van het verouderingsproces.
Geriatrie = de medische benadering van de oudere patiënt
Geriatrie is een medisch specialisme dat zich richt op de diagnostiek, behandeling en zorg voor oudere patiënten, vooral bij
complexe problematiek.
Waar gerontologie het proces van veroudering beschrijft, richt geriatrie zich op de klinische gevolgen daarvan.
Kenmerkend voor geriatrie is:
o Multimorbiditeit
o Atypische presentatie van klachten
o Multifactoriële problematiek
o Focus op functioneren en kwaliteit van leven
Een centraal concept is de afgenomen reservecapaciteit: door veroudering worden fysiologische marges kleiner, waardoor kleine
verstoringen kunnen leiden tot ontregeling van meerdere orgaansystemen en verhoogde kwetsbaarheid.
De vergrijzing van de bevolking is één van de meest ingrijpende demografische veranderingen van deze tijd. Deze ontwikkeling
wordt gekenmerkt door meerdere samenhangende processen:
o Een toename van het aantal ouderen (65+)
o Ontgroening: relatief minder jongeren
o Een stijgende grijze druk (meer ouderen per werkende)
o Dubbele vergrijzing: niet alleen meer ouderen, maar ook een toename van het aantal zeer oude mensen (80+)
Deze demografische verschuiving heeft grote gevolgen voor de gezondheidszorg:
o Toename van chronische ziekten
o Meer multimorbiditeit
o Stijgende zorgconsumptie
o Verschuiving van acute naar chronische en complexe zorg
De uitdaging zit niet alleen in aantallen, maar vooral in complexiteit en kwetsbaarheid van patiënten.
Veroudering is een tijdsafhankelijk en variabel proces waarbij structuur en functie van cellen en organen geleidelijk afnemen.
Volgens de disposable soma theorie ontstaat veroudering doordat energie vooral wordt ingezet voor voortplanting, waardoor
onderhoud en herstel van het lichaam afnemen en schade zich opstapelt. Deze processen verlopen deels systematisch (genetisch
bepaald) en deels stochastisch (toeval en schade-accumulatie). Met het ouder worden neemt de reservecapaciteit af, wat leidt tot
een verminderde homeostase (homeostenose) en een grotere kwetsbaarheid.
Op cellulair niveau spelen apoptose (geprogrammeerde celdood, gecontroleerd, zonder ontsteking) en
necrose (stochastisch (kans gebaseerd) proces, schade geïnduceerd, leidt tot ontstekingsreacties) een rol,
terwijl op moleculair niveau schade ontstaat door onder andere oxidatieve stress (vrije radicalen
beschadigen cellen) eiwitveranderingen (zoals de Maillard-reactie = binding tussen suikers en eiwitten leidt tot
stijver weefsel), DNA-mutaties en ontstekingsprocessen. Deze veranderingen in DNA, RNA en
eiwitten leiden uiteindelijk tot functieverlies en dragen bij aan het ontstaan van
ouderdomsziekten.
,Gezondheid bij ouderen kan alleen begrepen worden vanuit een levensloopperspectief.
Gedurende het leven stapelen invloeden zich op:
o Leefstijl (roken, voeding, beweging)
o Ziekten en behandelingen
o Psychosociale factoren
Dit leidt tot een geleidelijke afname van functionele reserve.
Een centraal concept in de geriatrie is dat organen minder reserve hebben:
o Fysiologische marges worden kleiner
o Herstelcapaciteit neemt af
Kleine verstoring zorgt voor grote impact
Veroudering van orgaansystemen
Bij het ouder worden treedt zowel een afname op van het aantal functionele eenheden als van de
effectiviteit van deze eenheden. Daarnaast vermindert de beschermende functie van primaire
barrières. Deze veranderingen zijn zichtbaar in vrijwel alle orgaansystemen.
o Immuunsysteem verliest aan capaciteit door een afname in aantal en functie van B- en T-
cellen. Hierdoor neemt de kans op infecties en maligniteiten toe.
o In het zenuwstelsel ontstaat atrofie van neuronen, met name in fronto-temporale gebieden en de
hippocampus. Er is verlies van dendrieten, axonen en synapsen, wat leidt tot verminderde
synaptische transmissie. Dit uit zich in cognitieve achteruitgang, zoals geheugenverlies, en
veranderingen in stemming en gedrag, waaronder depressie, angst en agressie. Ook motorische
functies (houding, evenwicht en gang) en sensorische functies (zoals slaap, korter en minder diep)
worden beïnvloed.
o In het bewegingsapparaat treedt botverlies op door verhoogde osteoclastactiviteit, wat na de
menopauze kan leiden tot osteoporose. Spieren vertonen atrofie, met afname van kracht,
contractiliteit en aantal motorunits.
o Het hart- en vaatstelsel ondergaat meerdere veranderingen: de maximale hartfrequentie en
contractiekracht nemen af, en bloedvaten worden stijver. Dit leidt tot een verhoogde
perifere weerstand en een stijging van de systolische bloeddruk, met compensatoire
hypertrofie van de linkerventrikel.
o In het ademhalingssysteem neemt de beweeglijkheid van de thorax af en
verstijft de thoraxwand (ademhaling minder diep en minder snel)
Daarnaast worden alveoli groter en neemt het gaswisselingsoppervlak af. Dit
resulteert in een toename van het restvolume, een afname van de
vitale capaciteit en een minder efficiënte ademhaling.
De geriatrische patiënt
De geriatrische patiënt is een hoogbejaarde patiënt, meestal van 80 jaar of ouder, met een complex ziektebeeld dat ontstaat door
een combinatie van somatische, psychische en sociale problematiek. Deze patiënt onderscheidt zich van jongere en vitale oudere
patiënten door een duidelijke afname in veerkracht en herstelvermogen.
Kenmerkend zijn:
o Multi morbiditeit, waarbij meerdere aandoeningen gelijktijdig optreden.
o Causale (zelfde risicofactor, COPS en hartinfarct)
o Complicerende (een aandoening is complicatie van een andere, neuropathie bij DM)
o Cluster (combinatiek komt statistisch vaak samen voor zonder goede verklaring, artrose en COPD)
o Kwetsbaarheid (frailty)
o Atypische ziektepresentaties
o Geriatrische syndromen
o Focus op functioneren en kwaliteit van
leven in plaats van alleen overleving
De complexiteit ontstaat door interacties tussen:
o Biologische, psychische, sociale en
functionele problematiek
o Verouderingsmechanismen en ziekte
o Verschillende medicamenten
Dit leidt tot een verminderde reserve en een verhoogde kans op ontregeling.
Het aantal (zeer) ouderen zal toenemen door dubbele vergrijzing
o Het aantal mensen neemt toe, dus ook het aantal ouderen
o De gemiddelde levensverwachting neemt toe door o.a. betere zorg, dus
ouderen worden ouder
,Kwetsbaarheid (frailty)
Frailty is een dynamische toestand waarbij sprake is van verminderde reserves in één of meerdere domeinen (lichamelijk, psychisch
en sociaal), wat leidt tot een verhoogde kans op negatieve uitkomsten.
o Bij vitale ouderen: voldoende reserve en systemen functioneren relatief onafhankelijk
o Bij kwetsbare ouderen: beperkte reserve, sterke onderlinge afhankelijkheid van systemen
Hierdoor kan een kleine stressor (zoals een infectie) leiden tot een cascade van problemen
(cascade breakdown).
Frailty kan gemeten worden met verschillende instrumenten, waarvan de belangrijkste zijn:
o Fried-criteria beschrijving van het beeld
o Rockwood-index beschrijving van de oorzaken
Ouderen verzamelen steeds meet deficits
o Rockwood frailty scale praktische schaal
Geriatrische syndromen
Geriatrische syndromen zijn multifactoriële problemen die ontstaan door een combinatie van meerdere aandoeningen en een
afgenomen fysiologische reserve.
Dit betekent dat:
o Kleine verstoringen (bijv. infectie, medicatie) kunnen leiden tot disproportionele achteruitgang in functioneren
o Klachten vaak aspecifiek zijn en niet terug te voeren op één oorzaak
o Ze een uiting zijn van kwetsbaarheid (frailty)
Kenmerken van geriatrische syndromen:
o Multifactoriële etiologie
o Samenhang tussen somatische, psychische en sociale factoren
o Vaak gelijktijdig voorkomen en elkaar versterken
o Grote impact op zelfredzaamheid en kwaliteit van leven
Klinische benadering:
o Focus op functioneren in plaats van alleen ziekte
o Integrale beoordeling volgens het bio-psychosociaal model
o Zoeken naar onderliggende (meerdere) oorzaken en interacties
o Gericht op behoud of herstel van zelfredzaamheid en kwaliteit van leven
Ziektemodellen bij ouderen
Bij geriatrische patienten sterkere interacties (= wederzijdse afhankelijkheid/beinvloeding) van
o Fysieke factoren inclusief medicatie
o Mentale factoren
o Sociale factoren
o Functionele factoren
Hiervoor zijn er verschillende verklaringsmodellen:
o Synergistisch model: opeenstapeling van niet aan elkaar gerelateerde problemen leiden tot
functionele achteruitgang.
Voorbeeld: COPD, heupfractuur na val, sufheid door te hoge dosis pijnstilling.
o Causale keten: aandoening zorgt voor achteruitgang maar ook voor nieuwe probleem
die ook weer voor achteruitgang zorgt
Voorbeeld: COPD+verward, neemt te veel puffers > tachycardie > myocardinfarct
o Attributiemodel: nieuwe klachten worden ten onrechte toegeschreven aan bestaande
ziekte waardoor klachten toenemen
Voorbeeld: nachtelijke paniek, geduid bij paniekaanvallen maar paniek neemt toe a.g.v.
dyspnoe bij nieuw hartfalen.
o Unmasking-event: aandoening wordt gecompenseerd en niet herkend (gemaskeerd),
door een gebeurtenis wordt de ziekte niet langer gemaskeerd en wel herkend.
Voorbeeld: dementerende man functioneert dankzij zorgzame echtgenote, echtgenote
overlijdt en dementie van man wordt duidelijk.
, Beoordeling van geriatrische patiënten
De beoordeling van een geriatrische patiënt vindt plaats middels een Comprehensive Geriatric Assessment (CGA). Dit is een
volledig geriatrisch onderzoek waarbij op multidisciplinaire wijze alle relevante problemen in kaart worden gebracht. Het doel is niet
alleen om problemen te beschrijven, maar ook om de onderlinge samenhang te begrijpen.
Binnen het CGA worden vier domeinen onderscheiden:
o Somatisch
o Psychisch
o Sociaal
o Functioneel
Het uiteindelijke doel van deze brede benadering is het bevorderen van zelfredzaamheid en kwaliteit van leven.
Acuut functieverlies ontstaat vrijwel altijd door een combinatie van factoren (component cause model)
o Predisponerende factoren (kwetsbaarheid), deze factoren verlagen de reservecapaciteit:
o Hoge leeftijd
o Frailty
o Multimorbiditeit
o Cognitieve stoornissen
o Polyfarmacie
o Mobiliteitsproblemen
o Ondervoeding
o Zintuiglijke beperkingen
Dit bepaalt hoe kwetsbaar iemand is voor achteruitgang.
o Uitlokkende factoren (acute stressoren) dit zijn directe (acute) triggers:
o Infecties (bijv. UWI, pneumonie)
o Trauma of vallen
o Ziekenhuisopname
o Operatie
o Medicatieveranderingen
o Dehydratie
Anamnese
De anamnese bij de geriatrische patiënt is uitgebreid en gaat verder dan een standaard medische anamnese. Naast een complete
anamnese worden ook internistische, neurologische en psychiatrische aspecten systematisch meegenomen.
Er is specifieke aandacht voor:
o Geriatrische syndromen
o Functioneren: zoals ADL en mobiliteit (functieverlies!, de basis is het vergelijken van het huidige functioneren met het
premorbide niveau)
o Sociale context: netwerk, mantelzorg en professionele zorg
Een belangrijk onderdeel is de heteroanamnese, waarbij informatie wordt verkregen van naasten of zorgverleners. Hierbij wordt
gekeken naar:
o Functioneren thuis (ADL (basisactiviteiten zoals wassen/aankleden) en IADL (complexere taken zoals koken en
administratie)
o Cognitief functioneren
o Gedrag en psychiatrische symptomen
o Sociale situatie en belasting van mantelzorg
Bij kwetsbare ouderen zijn er extra voorwaarden voor een betrouwbare en kwalitatief goede anamnese:
o Gespreksomgeving
o Zorg voor goede verlichting en minimale afleiding
o Positioneer jezelf dicht bij de patiënt en aan de beste zijde qua verstaanbaarheid
o Waarborg privacy en comfort
o Communicatie
o Spreek rustig, duidelijk en in korte zinnen
o Pas het taalniveau aan het cognitieve en sociale niveau aan
o Vermijd meerdere vragen tegelijk en suggestieve vraagstelling
o Geef de patiënt voldoende tijd om te antwoorden
o Contact en interactie
o Let op non-verbale signalen van patiënt en mantelzorger
o Maak oogcontact en straal rust en vertrouwen uit
o Geef ruimte voor eigen verhaal (eerste minuten patiënt laten spreken)
o Specifiek bij zintuiglijke beperkingen
o Slechthorendheid
§ Controleer of hoorapparaat aanwezig en functionerend is
§ Spreek duidelijk, niet schreeuwen
§ Zorg dat je gezicht zichtbaar is (liplezen)
§ Wees alert op onderrapportage door schaamte
Thema 1 – Inleiding gerontologie en geriatrie
Gerontologie = het brede perspectief op veroudering
Gerontologie is de wetenschappelijke studie van veroudering in de breedste zin. Het richt zich op de veranderingen die optreden
tijdens het ouder worden en omvat biologische, psychologische en sociale processen.
Veroudering wordt hierbij gezien als een tijdsafhankelijk en interindividueel variabel proces, waarbij geleidelijk veranderingen
optreden in structuur en functie van cellen, organen en systemen.
Binnen de gerontologie wordt gekeken naar:
o Biologische veroudering: veranderingen op cellulair en moleculair niveau (zoals apoptose, oxidatieve stress en DNA-
schade)
o Psychologische veroudering: veranderingen in cognitie, gedrag en emotie
o Sociale veroudering: veranderingen in rollen, participatie en omgeving
Gerontologie is vooral verklarend en beschrijvend en richt zich op het begrijpen van het verouderingsproces.
Geriatrie = de medische benadering van de oudere patiënt
Geriatrie is een medisch specialisme dat zich richt op de diagnostiek, behandeling en zorg voor oudere patiënten, vooral bij
complexe problematiek.
Waar gerontologie het proces van veroudering beschrijft, richt geriatrie zich op de klinische gevolgen daarvan.
Kenmerkend voor geriatrie is:
o Multimorbiditeit
o Atypische presentatie van klachten
o Multifactoriële problematiek
o Focus op functioneren en kwaliteit van leven
Een centraal concept is de afgenomen reservecapaciteit: door veroudering worden fysiologische marges kleiner, waardoor kleine
verstoringen kunnen leiden tot ontregeling van meerdere orgaansystemen en verhoogde kwetsbaarheid.
De vergrijzing van de bevolking is één van de meest ingrijpende demografische veranderingen van deze tijd. Deze ontwikkeling
wordt gekenmerkt door meerdere samenhangende processen:
o Een toename van het aantal ouderen (65+)
o Ontgroening: relatief minder jongeren
o Een stijgende grijze druk (meer ouderen per werkende)
o Dubbele vergrijzing: niet alleen meer ouderen, maar ook een toename van het aantal zeer oude mensen (80+)
Deze demografische verschuiving heeft grote gevolgen voor de gezondheidszorg:
o Toename van chronische ziekten
o Meer multimorbiditeit
o Stijgende zorgconsumptie
o Verschuiving van acute naar chronische en complexe zorg
De uitdaging zit niet alleen in aantallen, maar vooral in complexiteit en kwetsbaarheid van patiënten.
Veroudering is een tijdsafhankelijk en variabel proces waarbij structuur en functie van cellen en organen geleidelijk afnemen.
Volgens de disposable soma theorie ontstaat veroudering doordat energie vooral wordt ingezet voor voortplanting, waardoor
onderhoud en herstel van het lichaam afnemen en schade zich opstapelt. Deze processen verlopen deels systematisch (genetisch
bepaald) en deels stochastisch (toeval en schade-accumulatie). Met het ouder worden neemt de reservecapaciteit af, wat leidt tot
een verminderde homeostase (homeostenose) en een grotere kwetsbaarheid.
Op cellulair niveau spelen apoptose (geprogrammeerde celdood, gecontroleerd, zonder ontsteking) en
necrose (stochastisch (kans gebaseerd) proces, schade geïnduceerd, leidt tot ontstekingsreacties) een rol,
terwijl op moleculair niveau schade ontstaat door onder andere oxidatieve stress (vrije radicalen
beschadigen cellen) eiwitveranderingen (zoals de Maillard-reactie = binding tussen suikers en eiwitten leidt tot
stijver weefsel), DNA-mutaties en ontstekingsprocessen. Deze veranderingen in DNA, RNA en
eiwitten leiden uiteindelijk tot functieverlies en dragen bij aan het ontstaan van
ouderdomsziekten.
,Gezondheid bij ouderen kan alleen begrepen worden vanuit een levensloopperspectief.
Gedurende het leven stapelen invloeden zich op:
o Leefstijl (roken, voeding, beweging)
o Ziekten en behandelingen
o Psychosociale factoren
Dit leidt tot een geleidelijke afname van functionele reserve.
Een centraal concept in de geriatrie is dat organen minder reserve hebben:
o Fysiologische marges worden kleiner
o Herstelcapaciteit neemt af
Kleine verstoring zorgt voor grote impact
Veroudering van orgaansystemen
Bij het ouder worden treedt zowel een afname op van het aantal functionele eenheden als van de
effectiviteit van deze eenheden. Daarnaast vermindert de beschermende functie van primaire
barrières. Deze veranderingen zijn zichtbaar in vrijwel alle orgaansystemen.
o Immuunsysteem verliest aan capaciteit door een afname in aantal en functie van B- en T-
cellen. Hierdoor neemt de kans op infecties en maligniteiten toe.
o In het zenuwstelsel ontstaat atrofie van neuronen, met name in fronto-temporale gebieden en de
hippocampus. Er is verlies van dendrieten, axonen en synapsen, wat leidt tot verminderde
synaptische transmissie. Dit uit zich in cognitieve achteruitgang, zoals geheugenverlies, en
veranderingen in stemming en gedrag, waaronder depressie, angst en agressie. Ook motorische
functies (houding, evenwicht en gang) en sensorische functies (zoals slaap, korter en minder diep)
worden beïnvloed.
o In het bewegingsapparaat treedt botverlies op door verhoogde osteoclastactiviteit, wat na de
menopauze kan leiden tot osteoporose. Spieren vertonen atrofie, met afname van kracht,
contractiliteit en aantal motorunits.
o Het hart- en vaatstelsel ondergaat meerdere veranderingen: de maximale hartfrequentie en
contractiekracht nemen af, en bloedvaten worden stijver. Dit leidt tot een verhoogde
perifere weerstand en een stijging van de systolische bloeddruk, met compensatoire
hypertrofie van de linkerventrikel.
o In het ademhalingssysteem neemt de beweeglijkheid van de thorax af en
verstijft de thoraxwand (ademhaling minder diep en minder snel)
Daarnaast worden alveoli groter en neemt het gaswisselingsoppervlak af. Dit
resulteert in een toename van het restvolume, een afname van de
vitale capaciteit en een minder efficiënte ademhaling.
De geriatrische patiënt
De geriatrische patiënt is een hoogbejaarde patiënt, meestal van 80 jaar of ouder, met een complex ziektebeeld dat ontstaat door
een combinatie van somatische, psychische en sociale problematiek. Deze patiënt onderscheidt zich van jongere en vitale oudere
patiënten door een duidelijke afname in veerkracht en herstelvermogen.
Kenmerkend zijn:
o Multi morbiditeit, waarbij meerdere aandoeningen gelijktijdig optreden.
o Causale (zelfde risicofactor, COPS en hartinfarct)
o Complicerende (een aandoening is complicatie van een andere, neuropathie bij DM)
o Cluster (combinatiek komt statistisch vaak samen voor zonder goede verklaring, artrose en COPD)
o Kwetsbaarheid (frailty)
o Atypische ziektepresentaties
o Geriatrische syndromen
o Focus op functioneren en kwaliteit van
leven in plaats van alleen overleving
De complexiteit ontstaat door interacties tussen:
o Biologische, psychische, sociale en
functionele problematiek
o Verouderingsmechanismen en ziekte
o Verschillende medicamenten
Dit leidt tot een verminderde reserve en een verhoogde kans op ontregeling.
Het aantal (zeer) ouderen zal toenemen door dubbele vergrijzing
o Het aantal mensen neemt toe, dus ook het aantal ouderen
o De gemiddelde levensverwachting neemt toe door o.a. betere zorg, dus
ouderen worden ouder
,Kwetsbaarheid (frailty)
Frailty is een dynamische toestand waarbij sprake is van verminderde reserves in één of meerdere domeinen (lichamelijk, psychisch
en sociaal), wat leidt tot een verhoogde kans op negatieve uitkomsten.
o Bij vitale ouderen: voldoende reserve en systemen functioneren relatief onafhankelijk
o Bij kwetsbare ouderen: beperkte reserve, sterke onderlinge afhankelijkheid van systemen
Hierdoor kan een kleine stressor (zoals een infectie) leiden tot een cascade van problemen
(cascade breakdown).
Frailty kan gemeten worden met verschillende instrumenten, waarvan de belangrijkste zijn:
o Fried-criteria beschrijving van het beeld
o Rockwood-index beschrijving van de oorzaken
Ouderen verzamelen steeds meet deficits
o Rockwood frailty scale praktische schaal
Geriatrische syndromen
Geriatrische syndromen zijn multifactoriële problemen die ontstaan door een combinatie van meerdere aandoeningen en een
afgenomen fysiologische reserve.
Dit betekent dat:
o Kleine verstoringen (bijv. infectie, medicatie) kunnen leiden tot disproportionele achteruitgang in functioneren
o Klachten vaak aspecifiek zijn en niet terug te voeren op één oorzaak
o Ze een uiting zijn van kwetsbaarheid (frailty)
Kenmerken van geriatrische syndromen:
o Multifactoriële etiologie
o Samenhang tussen somatische, psychische en sociale factoren
o Vaak gelijktijdig voorkomen en elkaar versterken
o Grote impact op zelfredzaamheid en kwaliteit van leven
Klinische benadering:
o Focus op functioneren in plaats van alleen ziekte
o Integrale beoordeling volgens het bio-psychosociaal model
o Zoeken naar onderliggende (meerdere) oorzaken en interacties
o Gericht op behoud of herstel van zelfredzaamheid en kwaliteit van leven
Ziektemodellen bij ouderen
Bij geriatrische patienten sterkere interacties (= wederzijdse afhankelijkheid/beinvloeding) van
o Fysieke factoren inclusief medicatie
o Mentale factoren
o Sociale factoren
o Functionele factoren
Hiervoor zijn er verschillende verklaringsmodellen:
o Synergistisch model: opeenstapeling van niet aan elkaar gerelateerde problemen leiden tot
functionele achteruitgang.
Voorbeeld: COPD, heupfractuur na val, sufheid door te hoge dosis pijnstilling.
o Causale keten: aandoening zorgt voor achteruitgang maar ook voor nieuwe probleem
die ook weer voor achteruitgang zorgt
Voorbeeld: COPD+verward, neemt te veel puffers > tachycardie > myocardinfarct
o Attributiemodel: nieuwe klachten worden ten onrechte toegeschreven aan bestaande
ziekte waardoor klachten toenemen
Voorbeeld: nachtelijke paniek, geduid bij paniekaanvallen maar paniek neemt toe a.g.v.
dyspnoe bij nieuw hartfalen.
o Unmasking-event: aandoening wordt gecompenseerd en niet herkend (gemaskeerd),
door een gebeurtenis wordt de ziekte niet langer gemaskeerd en wel herkend.
Voorbeeld: dementerende man functioneert dankzij zorgzame echtgenote, echtgenote
overlijdt en dementie van man wordt duidelijk.
, Beoordeling van geriatrische patiënten
De beoordeling van een geriatrische patiënt vindt plaats middels een Comprehensive Geriatric Assessment (CGA). Dit is een
volledig geriatrisch onderzoek waarbij op multidisciplinaire wijze alle relevante problemen in kaart worden gebracht. Het doel is niet
alleen om problemen te beschrijven, maar ook om de onderlinge samenhang te begrijpen.
Binnen het CGA worden vier domeinen onderscheiden:
o Somatisch
o Psychisch
o Sociaal
o Functioneel
Het uiteindelijke doel van deze brede benadering is het bevorderen van zelfredzaamheid en kwaliteit van leven.
Acuut functieverlies ontstaat vrijwel altijd door een combinatie van factoren (component cause model)
o Predisponerende factoren (kwetsbaarheid), deze factoren verlagen de reservecapaciteit:
o Hoge leeftijd
o Frailty
o Multimorbiditeit
o Cognitieve stoornissen
o Polyfarmacie
o Mobiliteitsproblemen
o Ondervoeding
o Zintuiglijke beperkingen
Dit bepaalt hoe kwetsbaar iemand is voor achteruitgang.
o Uitlokkende factoren (acute stressoren) dit zijn directe (acute) triggers:
o Infecties (bijv. UWI, pneumonie)
o Trauma of vallen
o Ziekenhuisopname
o Operatie
o Medicatieveranderingen
o Dehydratie
Anamnese
De anamnese bij de geriatrische patiënt is uitgebreid en gaat verder dan een standaard medische anamnese. Naast een complete
anamnese worden ook internistische, neurologische en psychiatrische aspecten systematisch meegenomen.
Er is specifieke aandacht voor:
o Geriatrische syndromen
o Functioneren: zoals ADL en mobiliteit (functieverlies!, de basis is het vergelijken van het huidige functioneren met het
premorbide niveau)
o Sociale context: netwerk, mantelzorg en professionele zorg
Een belangrijk onderdeel is de heteroanamnese, waarbij informatie wordt verkregen van naasten of zorgverleners. Hierbij wordt
gekeken naar:
o Functioneren thuis (ADL (basisactiviteiten zoals wassen/aankleden) en IADL (complexere taken zoals koken en
administratie)
o Cognitief functioneren
o Gedrag en psychiatrische symptomen
o Sociale situatie en belasting van mantelzorg
Bij kwetsbare ouderen zijn er extra voorwaarden voor een betrouwbare en kwalitatief goede anamnese:
o Gespreksomgeving
o Zorg voor goede verlichting en minimale afleiding
o Positioneer jezelf dicht bij de patiënt en aan de beste zijde qua verstaanbaarheid
o Waarborg privacy en comfort
o Communicatie
o Spreek rustig, duidelijk en in korte zinnen
o Pas het taalniveau aan het cognitieve en sociale niveau aan
o Vermijd meerdere vragen tegelijk en suggestieve vraagstelling
o Geef de patiënt voldoende tijd om te antwoorden
o Contact en interactie
o Let op non-verbale signalen van patiënt en mantelzorger
o Maak oogcontact en straal rust en vertrouwen uit
o Geef ruimte voor eigen verhaal (eerste minuten patiënt laten spreken)
o Specifiek bij zintuiglijke beperkingen
o Slechthorendheid
§ Controleer of hoorapparaat aanwezig en functionerend is
§ Spreek duidelijk, niet schreeuwen
§ Zorg dat je gezicht zichtbaar is (liplezen)
§ Wees alert op onderrapportage door schaamte