Geschiedenis se week 3
-------------------------------------------------------------------
------------
Tijdvak 1
- 3000 V. Chr.
Kenmerkende aspecten
De levenswijze van jagers-verzamelaars
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Prehistorie tijd waarin niet door of over een volk werd geschreven.
Eindigt 3000 v Chr. (Eerste schrift ontstond)
Een voorbeeld van zo’n schrift was het spijkerschrift. (Ontstond in Mesopotamië)
Begrippen:
Etnische verschillen een groep mensen met lichamelijke kenmerken die anders zijn
dan bij andere groepen mensen, het is een raadsel hoe deze zijn ontstaan.
Cultuur het denken en doen van een bepaalde bevolkingsgroep.
Magie iets doen waarvan men denkt dat het een geheimzinnige ‘kracht’ heeft.
De eerste/oudste skeletten mensachtige wezen zijn gevonden in Oost-Afrika. (Leefden er
zo’n 2 miljoen jaar geleden) Vanaf daar hebben mensen zich verspreid.
Tot cultuur behoren:
- Economie
Hoe mensen in hun levensonderhoud voorzien en hun inkomsten verdelen.
- Sociale omstandigheden
Hoe mensen zich gedragen en met elkaar omgaan.
- Politiek
Hoe mensen de macht onder elkaar verdelen
- Andere onderdelen – of uitingen- van een cultuur, zoals godsdienst, taal, onderwijs en
wetenschap.
Cultuurverschillen verklaren het antwoord is te vinden in de geschiedenis van de
mens. Iedere groep heeft een eigen geschiedenis.
Kenmerken jagers- verzamelaars: *
- Leven van jacht, planten en vruchten.
- Nomadisch
- Eenvoudige werktuigen (steen)
- Egalitaire samenleving
(= tegenovergestelde van een gelaagde samenleving, er is hier geen leider in de
samenleving)
Neolitische revolutie ontdekking landbouw (11.000 v Chr. En 5000 v Chr. In Europa)
Sedentaire revolutie mensen verblijven op vaste verblijfplaats door ontdekking
landbouw.
* Ze laten zwakkelingen achter
Landbouw begon in ‘Nabije Oosten’
Vruchtbare halve maan, Mesopotamië
Het beeld van landbouwsamenleving:
- Meer voedsel beschikbaar grotere groepen mensen.
- Stevige huizen, vaste woonplaats.
1
,- Werktuigen (Sikkel, ploeg)
- Nieuwe steentijd
Staat een land met duidelijke grenzen waarin een kleine groep mensen de bevolking
bestuurd.
* Rivieren zorgen voor vruchtbare grond
Ontstaan eerste steden:
Door het ontstaan van de landbouw waren mensen niet meer nomadisch. Er kwamen
landbouwgemeenschappen (dorpen). De oogst leverde meer op, waardoor niet iedereen
meer boer hoefde te zijn er ontstonden ambachten. De samenleving werd
ingewikkelder en er ontstaat hierdoor een gelaagde samenleving (Diegene met de
meeste macht staat boven aan.) Dorpen groeien uit tot steden.
In Mesopotamië: Oer, Babylon en Ninive.
Sommige politieke leiders van steden slaagde erin gebieden samen te voegen tot staten.
(Soemerië en Babylonië)
Waarom het schrift werd uitgevonden:
- Bestuurders en handelaren hadden behoefte aan een schrift (spijkerschrift)
Gevolg vorsten konden dankzij schrift gemakkelijker besturen en wetten vastleggen.
- In steden met veel inwoners moesten wetten en regels worden vastgelegd.
Gevolg kennis doorgeven.
Hunebedden bekendste prehistorische monumenten.
Nadat Romeinen in Nl kwamen schreven zij erover. (Eerste eeuw na Chr.)
Specialisatie ontstaat van meerdere beroepen en ambachten.
Farao Koning van Egypte.
Bestuursapparaat Alle ambtenaren.
Gelaagde samenleving Samenleving verdeelt in verschillende sociale lagen.
Egypte:
- Nijl is enige waterbron mensen vestigden zich dan ook rond de Nijl in dorpen.
- De Egyptenaren leerden rivier beheersen met dammen, dijken en sloten
waterhuishouding.
Oorlog:
- Geweld om grenzen te beschermen of om een grondgebied te veroveren.
- In 30 v Chr. Kwam er een einde aan Egypte als staat Egypte door Romeinen veroverd.
Gelaagde samenleving:
- Landbouw ongelijkheid
- Dorpen staat problemen van het samenleven ingewikkelder.
-------------------------------------------------------------------
----
Tijdvak 2
800- 500 n. Chr.
Kenmerkende aspecten
De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over
burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich
in Europa verspreidde
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in
Noordwest-Europa
2
, De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten
Bestuursvormen Oude Griekenland:
- Autocratie (=dictatuur)
- Aristocratie (= macht bij mensen met meeste aanzien)
- Oligarchie (= macht bij de meest rijke mensen)
- Democratie (= macht bij volk)
Athene
Onder leiding van Kleisthenes werd directe democratie ingevoerd (509 v Chr.)
- Alle mannen vanaf 18 jaar stemrecht
- Belangrijke beslissingen genomen in volksvergadering.
- Vrouwen, slaven, buitenlanders en jongens onder de 18 hadden geen stemrecht.
Raad van 500:
- Bereid volksvergaderingen voor
- Gekozen voor 1 jaar
- 50 mensen hiervan hadden de dagelijkse leiding over politieke beslissingen
Directe democratie iedere burger is betrokken bij het politieke proces.
Sparta
- Autocratie en militaristisch
- Jongens bij 7-jarige leeftijd militaire opleiding
- Minder belangstelling kunst en cultuur
- Geen burgerrechten
Er was een groot Perzisch rijk ontstaan (van Egypte tot India), die werd bestuurd door
alleenheerser Darius.
De Griekse kolonisten kwamen in opstand tegen de Perzen Perzische Oorlogen
(500 v Chr.)
D
Darius besloot Griekenland te veroveren als straf voor de opstand van de Griekse
kolonisten.
- 490 v Chr. eerste maal aanval van Perzen. (Veldslag bij Marathon)
- 480 v Chr. tweede maal aanval van de Perzen. (Xerxes, slag bij Thermopylae)
Perzen krijgen bijna heel Griekenland in bezit.
- Perzen teruggedrongen in de zeeslag bij Salamis (480 v Chr) en slag bij Plataeae (479 v
Chr.)
Onderlinge strijd:
Door angst voor nieuwe aanval van de Perzen
Samenwerking Griekse stadsstaten:
Twee bondgenootschappen - 1 o.l.v. Sparta
- 1 o.l.v. Athene
Beiden streefden naar macht 431 v Chr. Peloponnesische Oorlog
Sparta winnaar op lange termijn.
---------
Ontwikkeling van mythisch wereldbeeld naar natuurwetenschappelijk wereldbeeld.
Mythisch verklaringen zoeken bij de goden.
De meeste mensen (Griekse) dachten dan de mens was ontstaan door goden.
(=Mythologisch)
Grieken vereerden veel goden, zoals godi Athene en god Zeus.
3
, Vanaf de 6e eeuw v Chr. Griekse geleerden geloofden niet meer dat de goden alles
bepaalden mens is een zelfstandig wezen. *
* Individu belangrijker.
Griekse geleerden gaan onderzoeken hoe de wereld in elkaar stak wetenschap hoog in
aanzien.
Voorbeelden;
- Geneeskunde (Hippocrates)
- Geschiedenis (Herodotus)
- Filosofie (Socrates)
Grieken wilden goede opleiding vol wedijver uitblinken met hun verstand.
Op gebied van;
- Onderwijs
- Sport (Olympische spelen)
- Politiek
* Griekse kunst was gebaseerd op maat en orde (vb. tempels en zuilen)
Alexander de Grote (Macedonië) wilde alle Grieken verenigen 334 v Chr. Begint hij
grote veldtocht veroverd Perzisch rijk.
Op deze manier verspreidde de Griekse kunst en cultuur zich over het Midden-Oosten.
Stad Alexandrië als voorbeeld.
Alexander de Grote stichtte ook belangrijkste bibliotheek, hierdoor verspreid hij ook G
kunst en cultuur.
NA zijn door (323 v Chr.) viel zijn rijk uiteen.
Veroveringen van Romeinen;
800 v Chr. Veroveren Etrusken groot deel van Midden-Italië (incl. Rome) Opbloei
landbouw en handel groei steden.
Romeinen in opstand tegen Etrusken en veroveren daarna bijna geheel Italië.
Rond ongeveer 275 v Chr. Werd heel Italië Romeins.
Romeinen;
- Goed bestuur (onderverdelen)
- Leger
- Infrastructuur
- Bondgenootschappen
Rome als republiek *
- Rome eerste geregeerd door koningen.
- Daarna werd de bestuursvorm een Republiek met twee consuls (omdat ze bang waren
voor een dictatuur)
- Senaat (raad van ouderen) gaf advies aan consuls.
In Rome hadden rijke romeinen (Patriciërs) de macht.
Andere Romeinen het plebejers.
Dit werd voornamelijk bepaald dor afkomst.
Rijke plebejers vonden dat zij ook mochten besturen (waren ontevreden) patriciërs
(rijke romeinen) zorgde voor spanning (politieke invloed)
----
Patriciërs hadden echter hulp nodig van plebejers deze kregen meer rechten;
- Ze mogen met elkaar trouwen
- Macht/invloed in bestuur
Ontstaan van een nieuwe bovenlaag bestaande uit rijke plebejers: de Nobiles.
4
-------------------------------------------------------------------
------------
Tijdvak 1
- 3000 V. Chr.
Kenmerkende aspecten
De levenswijze van jagers-verzamelaars
Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Prehistorie tijd waarin niet door of over een volk werd geschreven.
Eindigt 3000 v Chr. (Eerste schrift ontstond)
Een voorbeeld van zo’n schrift was het spijkerschrift. (Ontstond in Mesopotamië)
Begrippen:
Etnische verschillen een groep mensen met lichamelijke kenmerken die anders zijn
dan bij andere groepen mensen, het is een raadsel hoe deze zijn ontstaan.
Cultuur het denken en doen van een bepaalde bevolkingsgroep.
Magie iets doen waarvan men denkt dat het een geheimzinnige ‘kracht’ heeft.
De eerste/oudste skeletten mensachtige wezen zijn gevonden in Oost-Afrika. (Leefden er
zo’n 2 miljoen jaar geleden) Vanaf daar hebben mensen zich verspreid.
Tot cultuur behoren:
- Economie
Hoe mensen in hun levensonderhoud voorzien en hun inkomsten verdelen.
- Sociale omstandigheden
Hoe mensen zich gedragen en met elkaar omgaan.
- Politiek
Hoe mensen de macht onder elkaar verdelen
- Andere onderdelen – of uitingen- van een cultuur, zoals godsdienst, taal, onderwijs en
wetenschap.
Cultuurverschillen verklaren het antwoord is te vinden in de geschiedenis van de
mens. Iedere groep heeft een eigen geschiedenis.
Kenmerken jagers- verzamelaars: *
- Leven van jacht, planten en vruchten.
- Nomadisch
- Eenvoudige werktuigen (steen)
- Egalitaire samenleving
(= tegenovergestelde van een gelaagde samenleving, er is hier geen leider in de
samenleving)
Neolitische revolutie ontdekking landbouw (11.000 v Chr. En 5000 v Chr. In Europa)
Sedentaire revolutie mensen verblijven op vaste verblijfplaats door ontdekking
landbouw.
* Ze laten zwakkelingen achter
Landbouw begon in ‘Nabije Oosten’
Vruchtbare halve maan, Mesopotamië
Het beeld van landbouwsamenleving:
- Meer voedsel beschikbaar grotere groepen mensen.
- Stevige huizen, vaste woonplaats.
1
,- Werktuigen (Sikkel, ploeg)
- Nieuwe steentijd
Staat een land met duidelijke grenzen waarin een kleine groep mensen de bevolking
bestuurd.
* Rivieren zorgen voor vruchtbare grond
Ontstaan eerste steden:
Door het ontstaan van de landbouw waren mensen niet meer nomadisch. Er kwamen
landbouwgemeenschappen (dorpen). De oogst leverde meer op, waardoor niet iedereen
meer boer hoefde te zijn er ontstonden ambachten. De samenleving werd
ingewikkelder en er ontstaat hierdoor een gelaagde samenleving (Diegene met de
meeste macht staat boven aan.) Dorpen groeien uit tot steden.
In Mesopotamië: Oer, Babylon en Ninive.
Sommige politieke leiders van steden slaagde erin gebieden samen te voegen tot staten.
(Soemerië en Babylonië)
Waarom het schrift werd uitgevonden:
- Bestuurders en handelaren hadden behoefte aan een schrift (spijkerschrift)
Gevolg vorsten konden dankzij schrift gemakkelijker besturen en wetten vastleggen.
- In steden met veel inwoners moesten wetten en regels worden vastgelegd.
Gevolg kennis doorgeven.
Hunebedden bekendste prehistorische monumenten.
Nadat Romeinen in Nl kwamen schreven zij erover. (Eerste eeuw na Chr.)
Specialisatie ontstaat van meerdere beroepen en ambachten.
Farao Koning van Egypte.
Bestuursapparaat Alle ambtenaren.
Gelaagde samenleving Samenleving verdeelt in verschillende sociale lagen.
Egypte:
- Nijl is enige waterbron mensen vestigden zich dan ook rond de Nijl in dorpen.
- De Egyptenaren leerden rivier beheersen met dammen, dijken en sloten
waterhuishouding.
Oorlog:
- Geweld om grenzen te beschermen of om een grondgebied te veroveren.
- In 30 v Chr. Kwam er een einde aan Egypte als staat Egypte door Romeinen veroverd.
Gelaagde samenleving:
- Landbouw ongelijkheid
- Dorpen staat problemen van het samenleven ingewikkelder.
-------------------------------------------------------------------
----
Tijdvak 2
800- 500 n. Chr.
Kenmerkende aspecten
De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over
burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich
in Europa verspreidde
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in
Noordwest-Europa
2
, De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten
Bestuursvormen Oude Griekenland:
- Autocratie (=dictatuur)
- Aristocratie (= macht bij mensen met meeste aanzien)
- Oligarchie (= macht bij de meest rijke mensen)
- Democratie (= macht bij volk)
Athene
Onder leiding van Kleisthenes werd directe democratie ingevoerd (509 v Chr.)
- Alle mannen vanaf 18 jaar stemrecht
- Belangrijke beslissingen genomen in volksvergadering.
- Vrouwen, slaven, buitenlanders en jongens onder de 18 hadden geen stemrecht.
Raad van 500:
- Bereid volksvergaderingen voor
- Gekozen voor 1 jaar
- 50 mensen hiervan hadden de dagelijkse leiding over politieke beslissingen
Directe democratie iedere burger is betrokken bij het politieke proces.
Sparta
- Autocratie en militaristisch
- Jongens bij 7-jarige leeftijd militaire opleiding
- Minder belangstelling kunst en cultuur
- Geen burgerrechten
Er was een groot Perzisch rijk ontstaan (van Egypte tot India), die werd bestuurd door
alleenheerser Darius.
De Griekse kolonisten kwamen in opstand tegen de Perzen Perzische Oorlogen
(500 v Chr.)
D
Darius besloot Griekenland te veroveren als straf voor de opstand van de Griekse
kolonisten.
- 490 v Chr. eerste maal aanval van Perzen. (Veldslag bij Marathon)
- 480 v Chr. tweede maal aanval van de Perzen. (Xerxes, slag bij Thermopylae)
Perzen krijgen bijna heel Griekenland in bezit.
- Perzen teruggedrongen in de zeeslag bij Salamis (480 v Chr) en slag bij Plataeae (479 v
Chr.)
Onderlinge strijd:
Door angst voor nieuwe aanval van de Perzen
Samenwerking Griekse stadsstaten:
Twee bondgenootschappen - 1 o.l.v. Sparta
- 1 o.l.v. Athene
Beiden streefden naar macht 431 v Chr. Peloponnesische Oorlog
Sparta winnaar op lange termijn.
---------
Ontwikkeling van mythisch wereldbeeld naar natuurwetenschappelijk wereldbeeld.
Mythisch verklaringen zoeken bij de goden.
De meeste mensen (Griekse) dachten dan de mens was ontstaan door goden.
(=Mythologisch)
Grieken vereerden veel goden, zoals godi Athene en god Zeus.
3
, Vanaf de 6e eeuw v Chr. Griekse geleerden geloofden niet meer dat de goden alles
bepaalden mens is een zelfstandig wezen. *
* Individu belangrijker.
Griekse geleerden gaan onderzoeken hoe de wereld in elkaar stak wetenschap hoog in
aanzien.
Voorbeelden;
- Geneeskunde (Hippocrates)
- Geschiedenis (Herodotus)
- Filosofie (Socrates)
Grieken wilden goede opleiding vol wedijver uitblinken met hun verstand.
Op gebied van;
- Onderwijs
- Sport (Olympische spelen)
- Politiek
* Griekse kunst was gebaseerd op maat en orde (vb. tempels en zuilen)
Alexander de Grote (Macedonië) wilde alle Grieken verenigen 334 v Chr. Begint hij
grote veldtocht veroverd Perzisch rijk.
Op deze manier verspreidde de Griekse kunst en cultuur zich over het Midden-Oosten.
Stad Alexandrië als voorbeeld.
Alexander de Grote stichtte ook belangrijkste bibliotheek, hierdoor verspreid hij ook G
kunst en cultuur.
NA zijn door (323 v Chr.) viel zijn rijk uiteen.
Veroveringen van Romeinen;
800 v Chr. Veroveren Etrusken groot deel van Midden-Italië (incl. Rome) Opbloei
landbouw en handel groei steden.
Romeinen in opstand tegen Etrusken en veroveren daarna bijna geheel Italië.
Rond ongeveer 275 v Chr. Werd heel Italië Romeins.
Romeinen;
- Goed bestuur (onderverdelen)
- Leger
- Infrastructuur
- Bondgenootschappen
Rome als republiek *
- Rome eerste geregeerd door koningen.
- Daarna werd de bestuursvorm een Republiek met twee consuls (omdat ze bang waren
voor een dictatuur)
- Senaat (raad van ouderen) gaf advies aan consuls.
In Rome hadden rijke romeinen (Patriciërs) de macht.
Andere Romeinen het plebejers.
Dit werd voornamelijk bepaald dor afkomst.
Rijke plebejers vonden dat zij ook mochten besturen (waren ontevreden) patriciërs
(rijke romeinen) zorgde voor spanning (politieke invloed)
----
Patriciërs hadden echter hulp nodig van plebejers deze kregen meer rechten;
- Ze mogen met elkaar trouwen
- Macht/invloed in bestuur
Ontstaan van een nieuwe bovenlaag bestaande uit rijke plebejers: de Nobiles.
4