Injecteren
Voorbereiding
- Was je handen of desinfecteer je handel met handalcohol
- Informeer de cliënte over het doel, de locatie en de procedure van de injectie
- Stel vast dat de cliënte geen allergie heeft voor de medicatie die je wilt injecteren
- Vraag expliciet toestemming
- Zorg dat er geen uitslag of rode plekken zitten op de plek waar je gaat injecteren
Materialen
- Onsteriele handschoenen
- Breekampul met medicatie
o Let op:
Juiste medicatie
Sterkte
Houdbaarheidsdatum
Helderheid
Toedieningswijze SC of IM
Voorgeschreven dosis
- Spuit
o 1 cc, 2cc of 5cc (afhankelijk van hoeveelheid toe te dienen vloeistof)
o Let op:
Grootte
Houdbaarheidsdatum
- Opzuignaald
o Let op:
Maat 18 Gauche, 1.2x40mm, roze kleur
Houdbaarheidsdatum
- Veiligheidsinjectie naald
o Let op:
Maat IM bij volwassene: 21 Gauche 1 ½, 0.8x40 mm, groene kleur
IM bij een neonaat: 23 Gauche 1, 0.6x25 mm, blauwe kleur
SC: 23 Gauche 1, 0,6x25mm, blauwe kleur
SC: 25 Gauche 5/8, 0.5x16 mm, oranje kleur
SC: 25 Gauche 1, 0.5x25mm, oranje kleur
Houdbaarheidsdatum
Synto = IM, anti-D = IM
Het aantal Gauche bepaald de dikte van de naald. Hoe hoger het aantal Gauche, hoe dunner
de naald
- Deppers of watten voorkeur deppers want die pluizen niet
- Pleister
- Disposable bekkentje of metalen bekkentje
- Naaldencontainer
, Gebruiksklaar maken medicatie
1. Controleer de spuit, opzuig- en injectienaald op:
a. Soort
b. Maat
c. Houdbaarheidsdatum
2. Controleer de toe te dienen injectievloeistof op:
a. Juiste medicatie
b. Sterkte
c. Houdbaarheidsdatum
d. Helderheid
e. Toedieningswijze SC of IM
f. Voorgeschreven dosis
3. Pak de spuit, die nog in de verpakking zit en maak de verpakking gedeeltelijk open
4. Doe hetzelfde met de opzuignaald. Maar niet de gehele verpakking open, maar klap
de bovenkant van de verpakking naar opzij
5. Zorg ervoor dat het opzetstuk van de naald en het uiteinde van de spuit steriel
blijven. Raak deze niet aan!
6. Zet de naald op de spuit
7. Leg de spuit met de naald (in de beschermdop) in het bekkentje of op je schone veld
8. Pak de ampul rechtop vast in je niet-dominante hand
9. Tik op de ampul als er aan de bovenkant van de ampul nog vloeistof zit, om zo de
vloeistof in het onderste compartiment te krijgen
10. Houd het onderste deel van de ampul tussen de duim en wijsvinger van je niet-
dominante hand
11. Zorg ervoor dat indien een stip aanwezig is op de ampul, meestal een witte stip, naar
je toe gericht is
12. Houd het bovenste deel van de ampul tussen duim en wijsvinger van je dominante
hand
13. Bescherm je vingers met een gaasje, door een gaasje te plaatsen tussen de top van de
ampul en je vingers
14. Breek de top van de ampul af door de bovenkant van de ampul met een korte knik
van je af te bewegen
15. Deponeer de top van de ampul direct in de naaldencontainer. Zet de open ampul op
een stevige ondergrond
16. Haal de beschermdop van de opzuignaald. Houd daarbij het opzetstukje van de naald
vast. Zo blijft de naald op de spuit en glijdt het schermhoesje ervan af
17. Pak de ampul met vloeistof
18. Breng de opzuignaald in de ampul tot op de bodem
19. Houd de ampul schuin
20. Trek de medicatie op door de zuiger van de spuit naar buiten te trekken. Houd hierbij
de opening van de naald in de vloeistof om zo geen lucht op te zuigen
21. Beweeg gelijktijdig de ampul schuin naar boven zodat alle vloeistof uit de ampul
opgezogen kan worden. Let op dat de punt van de naald onder vloeistof niveau blijft
22. Haal de naald uit de ampul
23. Deponeer de lege ampul in de naaldencontainer