H1
Psychologie: de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het
gedrag en de mentale processen van de mens als individu.
Een onderdeel hiervan is de Sociale psychologie: het deel van de psychologie dat
zich bezighoudt met de wisselwerking tussen het individu en zijn sociale
omgeving.
Sociologie: de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de
manier waarop mensen in grotere verbanden samenleven.
Psychologen kijken dus naar het individu en sociologen kijken naar groepen.
Gedrag: Handelingen of activiteiten van mensen die waarneembaar zijn of die je
kunt meten.
Factoren die gedrag beïnvloeden:
- Lichamelijke factoren: de genen die je hebt gekregen (handicap, slim zijn,
psychisch gezond) of factoren als dorst, pijn, honger of medicijngebruik.
- Psychische factoren: je motivatie, eigenschappen, zelfbeeld en mentale
gezondheid.
- Sociale factoren: alle rollen die je bent (kind, ouder, collega, teamgenoot)
en hoe je door je omgeving beïnvloed wordt.
- Culturele en spirituele factoren: Gedrag leer je aan via cultuur en religie.
- Fysische en Geografische factoren: door het weer en klimaat (siësta in
Spanje).
Socrates (vd oude grieken) wordt beschouwd als de grondlegger en de romeinen
namen die Griekse cultuur over. De Duitser Wundt (1879) wordt gezien als de 1 ste
experimentele psycholoog, hij gebruikte de methode introspectie (naar binnen
kijken). Ebbinghaus was geïnteresseerd in het geheugen (dingen onthouden). De
Amerikaan James hield zich bezig met hoe de mens werkt. Hier zijn in de 20 e
eeuw 4 stromingen van psychologie uitgekomen:
- De psychoanalyse: Freud stelt dat onbewuste krachten zoals driften de
mens bepalen. Hij ziet de eerste 6 jaar van het leven als bepalend voor
iemands ontwikkeling.
- Het behaviorisme: richt zich alleen op gedrag en niet op het denken. Elk
gedrag is volgens deze stroming aan of af te leren.
- De humanistische psychologie: er is aanleg bij mensen maar de omgeving
zorgt voor vruchtbare grond. Mensen hebben de behoefte (en geen drift)
om zichzelf te ontwikkelen.
- De cognitieve psychologie: richt zich op het gedrag en op innerlijke
processen die het gedrag beïnvloeden. Mensen gaan actief en betekenisvol
met situaties om.
De cognitie over een onderwerp: de verzameling van iemands gedachten, kennis
en inzichten over dat onderwerp.
, 1 vd 3 recente psychologische stromingen:
- Positieve psychologie: richt zich op het bestuderen en bevorderen van
welzijn en geluk.
Andere stroming:
- Ontwikkelingspsychologie: bestudeert de psychologische veranderingen bij
toenemende leeftijd, dus vanaf de geboorte tot ouderdom, met
voornamelijk interesse in ontwikkeling van baby tot jongvolwassene. De
essentiele vraag is hierin waardoor een bepaalde psychische ontwikkeling
veroorzaakt wordt; de Nature / Nurture discussie. Met uiteindelijk als doel
inzicht te verkrijgen in functies als intelligentie, denken, geheugen en
gebruik van taal van jonge en oudere kinderen, en ook de wijze waarop
deze functies zich bij hen ontwikkelen.
Nature verwijst naar aangeboren, genetische eigenschappen, terwijl
nurture staat voor invloeden uit de omgeving en opvoeding die samen
bepalen hoe iemand zich ontwikkelt.
H2
Persoonlijkheid: verzameling van duurzame eigenschappen die iemands gedrag
kenmerken.
Een theorie over persoonlijkheid (afgeleid uit het taalgebruik van mensen) is The
Big Five kent 5 dimensies, waarop je van hoog naar laag kunt scoren, schema (zie
blz 34 en 35):
- Extraversie: mate van gericht zijn op de buitenwereld.
- Vriendelijkheid: gericht zijn op belang van zichzelf of van de ander.
- Zorgvuldigheid: mate van gedisciplineerd en georganiseerd zijn.
- Emotionele stabiliteit: mate van stabiliteit en stressbestendigheid.
- Openheid voor ervaringen: mate van vernieuwend of behoudend zijn.
Socialisatie: overnemen en verinnerlijken van gedrag, normen en waarden die
binnen een bepaalde groep algemeen aanvaard zijn. Dit vind plaats door
leerprocessen als imitatie en identificatie.
Identificatie: proces waarbij iemand zich vereenzelvigt met kenmerken van een
ander.
Persoonlijkheidsstoornissen zijn meer aan de persoonlijkheid gekoppeld en
moeilijker te veranderen dan mentale stoornissen.
Rogers is de grondlegger van de humanistische psychologie, volgens hem moet
we de psychologie richten op het besturen van wat mensen bezig houd.
Humanistische psychologie spreekt over behoeften, zoals aangeboren behoefte
aan zelfactualisatie (ze willen zichzelf ontplooien). Spreekt niet over driften.
Behaviorisme: spreekt liever over gedrag dan over persoonlijkheid, gedrag is
meetbaar en beïnvloedbaar. Behavioristen zijn zeer optimistisch (positief) over de