RECHT
ACADEMIEJAAR: 2025-2026 DOCENT: SARAH LAZEURE
HANDBOEK: PRAKTISCH EUROPEES RECHT, EDITIE 2023 (LAATSTE VERSIE)
HOODSTUK 1: EUROPESE UNIE
1.1. INTERNATIONAAL RECHT
Afspraken tussen staten verdragen. Nationaal recht niet van toepassing
internationaal recht
1.1.1. STAATSSOEVEREINITEIT
= ‘de overheid heeft de ultieme beslissingsbevoegdheid op het grondgebied van een
staat en is de enige die regelgeving kan opstellen’
Andere staten kunnen niet bepalen hoe ander land zijn regelgeving vormgeeft.
Kan worden beperkt:
- Soevereiniteit overdragen = vrijwillig
o (Gedeelte) beslissingsbevoegdheid overdragen aan internationale
organisatie
Organisatie staat dan hoger + is gezaghebbender dan de staat.
o Enkel in belang van het land + als het bijdraagt aan het welzijn van zijn
inwoners
Vroeger: bewerkstelligen economische groei en herstel +
voorkomen van oorlog
Vb. Kolen- en staalproductie na WOII (EGKS)
o Niet altijd permanent
o Sinds 2009 mogelijkheid tot uittreden EU (art. 50 VEU): gecompliceerd
proces, instemming vele partijen nodig!
- Soevereiniteit onvrijwillige beperkt = gedwongen
o Binnenvallen door ander land dat controle overneemt.
Militair ingrijpen
Vb. Rusland-Oekraïne
Mandaat van Veiligheidsraad VN om land binnen te vallen
Vb. Irak en Afghanistan
Vredesmissie sturen om vrede te waarborgen: militaire
bescherming tegen gewelddadige groeperingen (vredesverdrag)
Vb. Kosovo
1.1.2. INTERNATIONALE ORGANISATIES
Staten kunnen samenwerkingsverband aangaan, maar ook personen:
Gouvernementele organisaties
1
,o = samenwerkingsverband tussen staten
o Gebeurt via een verdrag
Vermeldt doelstellingen en middelen om die te bereiken
o Keuze OF en HOEVEEL soevereiniteit er wordt afgestaan
GEEN? Intergouvernementele organisatie (meest
gekozen)
Beslissingen hoofdzakelijk genomen door de staten
gezamenlijk
Samenwerking tussen lidstaten (niemand staat hoger)
o Vb. Internationale Telecommunicatie-unie (ITU)
o Vb. VN, OESO, NAVO, BENELUX, EVA, Raad van
Europa,
WEL? Supranationale organisatie
Staat dan boven de lidstaten
Lidstaten kunnen niet meer zelfstandig de inhoud van
deze regels bepalen.
Vb. EU
o Vb. (internationaal): UNCTAD , NAVO , OECD
o Vb. (Europa):
EVA (EFTA)
Opgericht 1960 door Conventie van Stockholm
Als leeralternatief voor de EEG, maar velen maakten
overstap naar EG/EU
EER
Opgericht 1994
OVK tussen EU en EFTA-landen (m.u.v. Zwitserland), zodat
ze kunnen genieten van interne markt zonder EU-
2
, lidmaatschap
Noorwegen, Ijsland, Liechtenstein
Raad van Europa
Opgericht door 10 stichtende leden in 1949 door Verdrag
van Londen
Zetel: Straatsburg
Belangrijkste verwezenlijking: EVRM en EHRM
Non-gouvernementele organisaties (ngo)
o = groep personen
o Moet niet internationaal zijn
o Jaarlijkse rapporten
o Niet dezelfde status als gouvernementele, maar wel vaak uitgenodigd
voor internationale vergaderingen.
Adviserende rol, geen stemrecht
o Vb. Rode Kruis, WWF, Artsen zonder Grenzen, Amnesty International
1.2. DE EU EN HAAR DOELSTELLINGEN
EU als dynamisch project van uitbreiding en inhoudelijke verdieping:
- Economische wederopbouw na WOII: moeizaam… Samenwerking nodig, maar
wantrouwen.
3
, - Jean Monnet en Robert Schuman Schumanplan. Leidde tot de oprichting van
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
o Redenen: oorlogen tussen de erfvijanden Frankrijk en
Duitsland materieel onmogelijk te maken door de gehele Frans-Duitse
productie van kolen en staal te plaatsen onder een gemeenschappelijke
Hoge Autoriteit.
o Start van de EU zoals we die nu kennen
- EU ontstaan als project voor vrede, stabiliteit en welvaart
- Steeds verder evoluerend project (tot waar moeten grenzen reiken, welke
bevoegdheden, …)
- Nu: 27 landen en economische grootmacht + gemeenschap van normen en
waarden
Internationale verdragen:
Jaartal Verdrag Deelnemende landen
1951 (1952) EGKS (via Verdrag van Nederland
Parijs) België
Frankrijk
West-Duitsland
Luxemburg
Italië
1958 Euratom
Europese Economische
Gemeenschap (EG-
Verdrag)
1967 Fusieverdrag
1973 Denemarken
Ierland
Verenigd Koninkrijk
1981 Griekenland
1986 Portugal
Griekenland
1987 Europese Akte
1990 Oost-Duitsland herenigd
met West-Duitsland
1992 Verdrag betreffende de
Europese Unie (Verdrag
van Maastricht)
1995 Finland
Oostenrijk
Zweden
1999 Verdrag van Amsterdam
2000 Handvest van de
grondrechten
(aangenomen)
2003 Verdrag van Nice
2004 Cyprus Malta
4