Lecture 1
Status of science
De status van de wetenschap kan hoog maar ook laag liggen, dit verschilt per casus. Dit gaat in
principe om het vertrouwen in de wetenschap en hoeveel invloed de wetenschap heeft.
de “post-truth society” samenleving waarin emoties en persoonlijke overtuigingen zwaarder
wegen dan objectieve feiten bij het vormen van meningen
- Pre-modern society: given truth -> kennis is al gegeven, bv Koran
- Modern society: found truth -> kennis ligt buiten de menselijkheid, maar door goed
onderzoek kan dit verkregen worden (Denk aan zwaartekracht ontdekken)
- Postmodern society: made truth -> Belangrijk wie onderzoek doet, waar komt het
onderzoek vandaan?
- Post-postmodern society: truth as a marketable product -> (men heeft andere
meningen dan wat de wetenschap voorschrijft)
Eller on science
- de wetenschap heeft elke dag meer en betere kennis dan de dag ervoor.
- wetenschappelijke kennis is superieur aan andere vormen van kennis
vanwege methode
- neemt wetenschap niet helemaal serieus (is zelf socioloog)
wetenschap is, ondanks al haar tekortkomingen, de beste manier om inzicht
te krijgen in de wereld. De status van de wetenschap lijkt langzaam af te
nemen maar nog steeds hoog (Rathenau Instituut) en heeft een impuls
gekregen door de coronacrisis
Lecture 2
Sociale wetenschappen zijn een geïnstitutionaliseerde praktijk
Instituties: ‘frozen answers’ op terugkerende fundamentele vragen
→ Geven antwoorden op terugkerende vragen in de samenleving
- Werkelijke culturen zijn zelf de ‘frozen answers’ op ontologische problemen
Burger & Luckman instituties: sociale constructie is wat we ervaren, de
realiteit is niet de harde werkelijkheid. Routines en afspraken
-> ontstaan sociale constructie van realiteit: (1) mensen geven betekenis aan situaties maar kan
verschillen van anderen want verschillende interpretaties (2) maar niet alleen verschillen;
gedeelde wereld > menselijke activiteiten worden ontplooid (bv gewoonten) hierdoor ontstaan
sociale orde en dit wordt een gedeelde wereld want (h)erkenning gewoonten (acquisition of
historicity) (3) na lang bestaan van die gewoonten dat mensen vanzelfsprekend gevoel krijgen
dan is institutionalisering voltooid (4) instituties beïnvloeden mensen want objectieve feit
Thomas Theorem: Als mensen een situatie ervaren als werkelijk (los daarvan of het echt
zo is) dan gaan ze handelen op de manier hoe ze de situatie als werkelijkheid ervaren. Dit is een
basisidee in het constructivisme.
,Geschiedenis van Sociale Wetenschappen
mechanismen die instituties laten werken als objectief, feit. (Burger &
Luckman)
- Sancties: bestraffen/belonen van mensen die zich (niet) volgens institutie
gedragen.
- Symbolen: bv mensen in de tweede kamer dragen pakken, als je dat niet doet
kom je het symbool “pak” van de tweede kamer niet na.
- Rollen: bv rol dokter symbolisch uitgedrukt met wit jasje, iedereen weet meteen
dit is een arts (arts = institutie)
Institutionalisering kennis
Mannheim – generation; generatie waarin je opgroeit invloed op ervaring
wereld
Knorr-Cetina – epistemic culture; manier waarop onderzoek wordt gedaan
in verschillende disciplines, want verschillende culturen
Bernstein – canon; lijst van belangrijke boeken/artikelen in en voor de
maatschappij, (algemene regel/principe op wat iets wordt beoordeeld)
Institutionalisering disciplines
Vakgebieden zijn geïnstitutionaliseerd, dus disciplines die zich zo met een
onderwerp bezighouden dat dit wordt gezien als hun terrein/vakgebied
(natuurkunde/sociologie)
Standaardtechnieken institutionalisering disciplines volgens Eller
journals, websites (blog/online les), academische afdelingen, debatten,
literatuur (canon)
agnotology: onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van onwetendheid of
gebrek aan kennis. > Robert Proctor: benadrukt dat onwetendheid niet alleen
de afwezigheid van kennis is, maar net zo goed een sociaal product (proces)
als kennis
Lecture 3
Ancestors sociologie
- Comte de Saint-Simon: eerste sociale analyse, wijst op opkomst nieuwe
sociale klasse (tijdens/na FR -> grote sociale veranderingen)
- August Compte: eerste die term sociologie gebruikte
- Herbert Spencer: eerste op zoek naar sociale wetten, ‘survival of the
fittest’
Founders moderne sociologie
- Durkheim: volgens Eller uitvinder sociologie, want eerste hoogleraar
sociologie en als eerste sociologie op universiteit gebracht
-> zelfmoord heeft te maken met sociale verklaringen
egoïstische zelfmoord: bij gebrek aan integratie, eenzaam in de
samenleving
, Geschiedenis van Sociale Wetenschappen
altruïstische zelfmoord: te veel verbonden met samenleving, te veel
druk ervaren
anomische zelfmoord: geen zin meer in leven na wegvallen regels
fatalistische zelfmoord: vb gevangenen, te veel regels je kan geen kant
meer op
-> division of labor: mechanische solidariteit (samenleving waarin
iedereen hetzelfde doet)
en organische solidariteit (taakverdeling, solidariteit want gemis
iemand valt op)
-> social fact: de aanwezigheid van sociologie aantonen, soort ongeschreven regels/codes
-> religie: is de spiegel van de samenleving waar die religie uit voort is gekomen
-> functionalisme: samenleving is systeem van samenwerkende delen met elk een functie
- Marx: beweert dat productie beïnvloed wordt door materialisme
-> vervreemding: als arbeider verdien je niet alles terug; winst van kapitalisme, hier is Marx
tegen want je plukt niet de vruchten van het arbeid.
-> relevantie vandaag: fundamentele ongelijkheid en beginnen van samenleving bij
materialisme blijft relevant, mensen met veel vermogen groeien sneller dan feitelijke arbeid
-> conflicttheorie: samenleving plek van strijd tussen klassen
- Max Weber: hij zegt kapitalisme ontstaat uit culturele ideologie en religie; protestantisme >
hard werken en economisch welzijn teken van uitverkorene
-> samenleving begrijpen door te kijken naar betekenis die mensen geven aan hun gedrag.
Lecture 4
Paradigma (Thomas Kuhn): “Binnen de wetenschap is er een overeenstemming onder
wetenschappers over hoe wetenschap gedaan moet worden” Als er een overeenstemming
bestaat, dan is er sprake van een paradigma. Een paradigma bestaat uit kernideeën waar
iedereen het over eens is. Geeft model questions, model of acceptable answers, model
methodology, key texts. Soorten paradigma’s in sociale wetenschappen:
- Evolutionisme – samenlevingen gaan door verschillende stadia
- Functionalisme – zorgt voor sociale cohesie/orde, alles heeft een functie
- Rational choiche theory – beste keuze maken obv situatie
- Postmodernism – meerdere waarheden afhankelijk van cultuur, tijd en perspectief
Verschillende perspectieven op kernvragen politicologie
Pluralist view (Harold Lasswell): wie krijgt wat, wanneer en hoe? Macht in
samenleving is verdeeld over verschillende groepen.
Survival of the fittest (Carl Schmitt) politiek gaat niet alleen om
beslissingen nemen maar ook om survival, je moet overleven.
Marxist view – macht in de samenleving bepaald door wie de middelen van
productie beheerst en hoe de productie relaties zijn georganiseerd.
Historic overview
Aristoteles – uitkomst politiek proces moet goed zijn voor iedereen
Machiavelli – alleen focus op politiek proces geen moraliteit, goed/slecht als
het maar werkt