voor tentamens.
Deel 1 – Ontstaan en verloop van aandoeningen......................................................................3
1. Inleiding in de pathologie.......................................................................................................3
2. Ontsteking, allergie en auto-immuniteit................................................................................8
3. Infectieziekten......................................................................................................................11
4. Kanker...................................................................................................................................15
5. Erfelijkheid en erfelijke aandoeningen.................................................................................19
Deel 2 – Aandoeningen van de orgaanstelsels.........................................................................22
6. Hart- en vaatstelsel...............................................................................................................22
7. Bloed en afweersysteem......................................................................................................25
8. Ademhalingsstelsel...............................................................................................................27
9. Spijsverteringsstelsel............................................................................................................29
10. Urinewegstelsel..................................................................................................................31
11. Voortplantingsstelsel..........................................................................................................33
12. Hormoonstelsel..................................................................................................................34
13. Zenuwstelsel.......................................................................................................................35
14. Psychiatrische aandoeningen.............................................................................................37
15. Ogen en oren......................................................................................................................39
16. Bewegingsstelsel................................................................................................................40
17. Huid....................................................................................................................................41
Deel 3 – Specifieke groepen zorgvragers..................................................................................41
18. Zorg rondom een operatie.................................................................................................41
19. Zwangerschap en bevalling................................................................................................43
20. Kinderen.............................................................................................................................44
21. Ouderen..............................................................................................................................45
, Deel 1 – Ontstaan en verloop van aandoeningen
1. Inleiding in de pathologie
1.1 Gezondheid en ziekte
Gezondheid wordt niet louter gedefinieerd als de afwezigheid van ziekte, maar als een dynamisch evenwicht
tussen lichamelijk, psychisch en sociaal functioneren. Ziekte ontstaat wanneer dit evenwicht verstoord raakt.
Hierbij kan sprake zijn van:
Structurele afwijkingen (bijv. weefselschade)
Functionele stoornissen (bijv. orgaandisfunctie)
Subjectieve beleving van klachten
1.2 Epidemiologie
Epidemiologie bestudeert het voorkomen en de verspreiding van ziekten binnen populaties. Deze discipline
levert inzicht in patronen, determinanten en preventiemogelijkheden.
1.2.1 Incidentie en prevalentie
Incidentie: het aantal nieuwe ziektegevallen binnen een bepaalde periode
Prevalentie: het totale aantal bestaande ziektegevallen op een bepaald moment
Deze maten helpen bij het inschatten van ziektelast en zorgbehoefte.
1.2.2 Risico-indicatoren
Risico-indicatoren zijn kenmerken die samenhangen met een verhoogde kans op ziekte, zonder noodzakelijk een
causale relatie te impliceren. Ze worden gebruikt voor vroegsignalering en risicostratificatie.
1.3 Etiologie en pathogenese
Etiologie verwijst naar de oorzaak van een ziekte, terwijl pathogenese het mechanisme beschrijft waarmee de
ziekte zich ontwikkelt.
Voorbeelden van etiologische factoren:
Infectieuze agentia (bacteriën, virussen)
Fysische invloeden (trauma, straling)
Chemische stoffen (toxines)
Pathogenese omvat processen zoals:
Celbeschadiging
Ontstekingsreacties
Immuunresponsen
Adaptieve en maladaptieve reacties
1.4 Risicofactoren
Risicofactoren verhogen de kans op het ontstaan van ziekte en zijn vaak multifactorieel.