Geschiedenis van Dress 1
Karla Olger
Toen: geschiedenis van modevormgeving, mode/kostuum, voor en na industriële digitale revolutie.
Dress (volgens AI): a specific type of one-piece, or the act of putting on clothes.
Dress (volgens Phyllis Tortora): anything that defines or modifies the human body.
Modevormgeving (volgens AI): kunst van het ontwerpen en creeëren van kleding en accessoires.
Lichaamsmodificaties: Tattoos, piercings, scarificatie, onderhuidse implantaten.
Ötzi- prehistorische ‘iceman’. Door duitse wandelaars gevonden in Alpen, ze hadden tattoos en
piercings oudste bewijs van tattoos (3300BC.)
Dress:
- Lichaamsdiversiteit/-positiviteit
- Lichaamsmodificatie
- Maskers (neolithisch en modern, Horvat fduma).
- Oude sieraden/kralen/versiering
Gemaakt van schelp (Filipijnen), 60s
20e eeuw = metaal,
Vroeg-plastic (met insecten) 30s Schiaparelli
Mode (volgens AI): dynamische stijl of gewoonte, vooral in kleding en accessoires, die populair is in
een bepaalde tijd en plek.
Mode (volgens Tortora): synoniem voor ‘dress’, smaak gedeeld door veel mensen voor een korte
periode, dit kan worden gezien op veel verschillende gebieden.
Mode:
- Middeleeuws harnas vs Paco
Rabanno in 1960s.
Modieuze kleding: kleding die karakteristieken heeft
van zowel acceptatie als verandering.
Uit de mode snel weer in de mode.
Kostuum (volgens AI): set kleren met speciaal doel
gedragen, vaak om verandering in identiteit te laten
zien of bepaalde tijd, plek of karakter te representeren.
Uniform (volgens AI): gestandaardiseerde set kleren, gedragen door specifieke groep/organisatie om
rol/rang of branche te representeren. Identitiek.
Ca. 90 000jaar voor kleding bestond, was de mens naakt. De mens ‘kleedde’ zich al met materialen
tegen warmte/kou. Technologie (gereedschappen) nodig om materialen (dierenhuiden) te verkrijgen
en ‘dress’ te maken. Toen mensen textiel van vezels ontstonden andere vormen van ‘dress’:
lichaamsmodificaties/lichaams supplementen: markeringen, status, versiering nieuwe
technologieën nodig.
Prehistorie: stof maken van dierenhuid/vel:
1. Soepel maken van dierenhuid door te kauwen
2. Schrapen met gereedschappen, bevochtigen en met hamer slaan
3. Olie of ‘blubber’ in het vel wrijven
4. Looien
5. Snijden en huid met vuurstenen bewerken
6. Naalden met ogen
Bont en vellen van heel veel verschillende dieren- Ötzi droeg ook bont. Later kreeg bont de connotatie
van luxe weeldewetten beperkte het dragen van bont tot de elite.
(‘Bifurcated’ = gesplitste string van nep bont van Vivienne Westwood uit 1994)
Prehistorische gereedschappen voor het maken van gaatjes voor vetersluitingen.
De revolutie van de naald: naast warme/kou ook sociale identiteit en stamverwantschap
communiceren (in late paleolithicum) door opkomst van naald eshetische revolutie.
, Vroegste bewijs van kleding komt voort uit luizen; doordat men luizen kreeg gingen ze kleding/huiden
dragen (of net andersom).
Door de naald ging de homo sapiens vanuit Afrika reizen (eerste naalden daarvan daar) = opkomst
lange afstanden + opkomst capaciteit voor complex denken.
Benen naalden gebruikt als alternatief voor maken van vetersluitingen. Door naalden kunnen
wetenschappers conclusies trekken:
- Oudste benen naalden met oog komen uit Siberia, China en Tibet
- Diversiteit aan naalden verschillende mensen vaak met elkaar in
contact
- Verschillende naaldstijlen kledingstijl geeft stamverwantschap aan
- Gevonden naalden in noord amerika tonen ‘sophisticated early stitch work’
aan
- Stenen naalden met oog zetten patroondelen/kleding in elkaar
Technische definitie van vezel: draad/filament/materie-eenheid die min. 100x zo lang is als zijn
breedte. Komen voort uit planten (vlas, hennep, brandnetel), dieren (wol, haar), en mineralen.
Eerste technieken textiel maken: vilten (zonder weven): wol/haar uitkammen, nat maken, rollen +
slaan vezels gaan in elkaar haken ontstaat stof zonder draad.
Uit schors komen ook vezels (bijv. matten, touwen) door weken in water + slaan/kloppen.
Grote doorbraak: draad maken (spinnen): vezels in elkaar draaien garen (uitvinding spintol) nu
kleding naaien ipv alleen wikkelen en ook op maat.
Technieken om van draad stof te maken:
- Nalbinding = soort vroege brei-techniek
- Lussen maken = begin van breien
- Knopen / vlechten / netwerken = weven (schering & inslag)
- Weven uitvinding van het rugbandweefgetouw: eenvoudige weefsels
tot complexe patronen. Uitvinding van kleine naalden om geweven
textiel te bewerken/borduurwerk.
Ontwikkeling van eerste vezeltechnologieën (volgens Barber): The String Revolution.
Bias/vooroordelen: Deze worden ‘venus’ beeldjes genoemd, maar functie of
representatie is onduidelijk = mysterieus.
(lichaamsdiversiteit/lichaamspositiviteit) Bekendste is van Willendorf.
Jomon culture: Japanse ontdekking, hennep & smalle
stroken moerbeiboomkast, ramie, wijst op ‘op maat
gemaakte kleding’ , unescolijst en kwaliteit.
Stijl = hoe iets verschijnt, kan onbepaalde tijd blijven
als tribale stijl of tijdens korte tijd (mode).
Essentieel karakteristiek van mode is verandering.
Legging van Ötzi gemaakt van geitenleer. Hij droeg
ook tas, heup- of beltbag, rugzak gemaakt van sterk in
elkaar genaaid touw, vergelijking met Jane Birkin. Hij maakte deel uit van groep, donkere huidskleur,
kaal, anatolische afkomst, diabetes type 2.
Geschiedenis van Dress 2
Karla Olger
- Vezelsin Euroazië: Wol, linnen, hennep, (brand-) netel
- Vezels in China: Zijde, ramie (linnenachtig, uit familie van brandnetel),
papier uit moerbeiboom en hennepvezels
- Vezels in India: Katoen, zijdecultuur later dan in China.
Vainker: “Zijde productie van China heeft meegewerkt aan wereld technologie.
Karla Olger
Toen: geschiedenis van modevormgeving, mode/kostuum, voor en na industriële digitale revolutie.
Dress (volgens AI): a specific type of one-piece, or the act of putting on clothes.
Dress (volgens Phyllis Tortora): anything that defines or modifies the human body.
Modevormgeving (volgens AI): kunst van het ontwerpen en creeëren van kleding en accessoires.
Lichaamsmodificaties: Tattoos, piercings, scarificatie, onderhuidse implantaten.
Ötzi- prehistorische ‘iceman’. Door duitse wandelaars gevonden in Alpen, ze hadden tattoos en
piercings oudste bewijs van tattoos (3300BC.)
Dress:
- Lichaamsdiversiteit/-positiviteit
- Lichaamsmodificatie
- Maskers (neolithisch en modern, Horvat fduma).
- Oude sieraden/kralen/versiering
Gemaakt van schelp (Filipijnen), 60s
20e eeuw = metaal,
Vroeg-plastic (met insecten) 30s Schiaparelli
Mode (volgens AI): dynamische stijl of gewoonte, vooral in kleding en accessoires, die populair is in
een bepaalde tijd en plek.
Mode (volgens Tortora): synoniem voor ‘dress’, smaak gedeeld door veel mensen voor een korte
periode, dit kan worden gezien op veel verschillende gebieden.
Mode:
- Middeleeuws harnas vs Paco
Rabanno in 1960s.
Modieuze kleding: kleding die karakteristieken heeft
van zowel acceptatie als verandering.
Uit de mode snel weer in de mode.
Kostuum (volgens AI): set kleren met speciaal doel
gedragen, vaak om verandering in identiteit te laten
zien of bepaalde tijd, plek of karakter te representeren.
Uniform (volgens AI): gestandaardiseerde set kleren, gedragen door specifieke groep/organisatie om
rol/rang of branche te representeren. Identitiek.
Ca. 90 000jaar voor kleding bestond, was de mens naakt. De mens ‘kleedde’ zich al met materialen
tegen warmte/kou. Technologie (gereedschappen) nodig om materialen (dierenhuiden) te verkrijgen
en ‘dress’ te maken. Toen mensen textiel van vezels ontstonden andere vormen van ‘dress’:
lichaamsmodificaties/lichaams supplementen: markeringen, status, versiering nieuwe
technologieën nodig.
Prehistorie: stof maken van dierenhuid/vel:
1. Soepel maken van dierenhuid door te kauwen
2. Schrapen met gereedschappen, bevochtigen en met hamer slaan
3. Olie of ‘blubber’ in het vel wrijven
4. Looien
5. Snijden en huid met vuurstenen bewerken
6. Naalden met ogen
Bont en vellen van heel veel verschillende dieren- Ötzi droeg ook bont. Later kreeg bont de connotatie
van luxe weeldewetten beperkte het dragen van bont tot de elite.
(‘Bifurcated’ = gesplitste string van nep bont van Vivienne Westwood uit 1994)
Prehistorische gereedschappen voor het maken van gaatjes voor vetersluitingen.
De revolutie van de naald: naast warme/kou ook sociale identiteit en stamverwantschap
communiceren (in late paleolithicum) door opkomst van naald eshetische revolutie.
, Vroegste bewijs van kleding komt voort uit luizen; doordat men luizen kreeg gingen ze kleding/huiden
dragen (of net andersom).
Door de naald ging de homo sapiens vanuit Afrika reizen (eerste naalden daarvan daar) = opkomst
lange afstanden + opkomst capaciteit voor complex denken.
Benen naalden gebruikt als alternatief voor maken van vetersluitingen. Door naalden kunnen
wetenschappers conclusies trekken:
- Oudste benen naalden met oog komen uit Siberia, China en Tibet
- Diversiteit aan naalden verschillende mensen vaak met elkaar in
contact
- Verschillende naaldstijlen kledingstijl geeft stamverwantschap aan
- Gevonden naalden in noord amerika tonen ‘sophisticated early stitch work’
aan
- Stenen naalden met oog zetten patroondelen/kleding in elkaar
Technische definitie van vezel: draad/filament/materie-eenheid die min. 100x zo lang is als zijn
breedte. Komen voort uit planten (vlas, hennep, brandnetel), dieren (wol, haar), en mineralen.
Eerste technieken textiel maken: vilten (zonder weven): wol/haar uitkammen, nat maken, rollen +
slaan vezels gaan in elkaar haken ontstaat stof zonder draad.
Uit schors komen ook vezels (bijv. matten, touwen) door weken in water + slaan/kloppen.
Grote doorbraak: draad maken (spinnen): vezels in elkaar draaien garen (uitvinding spintol) nu
kleding naaien ipv alleen wikkelen en ook op maat.
Technieken om van draad stof te maken:
- Nalbinding = soort vroege brei-techniek
- Lussen maken = begin van breien
- Knopen / vlechten / netwerken = weven (schering & inslag)
- Weven uitvinding van het rugbandweefgetouw: eenvoudige weefsels
tot complexe patronen. Uitvinding van kleine naalden om geweven
textiel te bewerken/borduurwerk.
Ontwikkeling van eerste vezeltechnologieën (volgens Barber): The String Revolution.
Bias/vooroordelen: Deze worden ‘venus’ beeldjes genoemd, maar functie of
representatie is onduidelijk = mysterieus.
(lichaamsdiversiteit/lichaamspositiviteit) Bekendste is van Willendorf.
Jomon culture: Japanse ontdekking, hennep & smalle
stroken moerbeiboomkast, ramie, wijst op ‘op maat
gemaakte kleding’ , unescolijst en kwaliteit.
Stijl = hoe iets verschijnt, kan onbepaalde tijd blijven
als tribale stijl of tijdens korte tijd (mode).
Essentieel karakteristiek van mode is verandering.
Legging van Ötzi gemaakt van geitenleer. Hij droeg
ook tas, heup- of beltbag, rugzak gemaakt van sterk in
elkaar genaaid touw, vergelijking met Jane Birkin. Hij maakte deel uit van groep, donkere huidskleur,
kaal, anatolische afkomst, diabetes type 2.
Geschiedenis van Dress 2
Karla Olger
- Vezelsin Euroazië: Wol, linnen, hennep, (brand-) netel
- Vezels in China: Zijde, ramie (linnenachtig, uit familie van brandnetel),
papier uit moerbeiboom en hennepvezels
- Vezels in India: Katoen, zijdecultuur later dan in China.
Vainker: “Zijde productie van China heeft meegewerkt aan wereld technologie.