RLC
Opdracht 2
Leerjaar 1, periode 2
Hoe kun jij m.b.v. creativiteit
iemand/een groep
ondersteunen?
Myrthe Mans
FONTYS EINDHOVEN, SOCIALE STUDIE
,Inhoudsopgave
Contact/Contract.................................................................................................................. 2
................................................................................................................................................ 4
Motivatie............................................................................................................................... 4
Analyse................................................................................................................................. 5
Micro Niveau.............................................................................................5
Meso Niveau.............................................................................................7
Macro Niveau............................................................................................8
Probleemstelling/ hulpbehoefte................................................................9
Probleemstelling.......................................................................................9
Hulpbehoefte..........................................................................................10
Doelen stellen...................................................................................................................... 11
Voorbereiding..........................................................................................11
Hoofddoel................................................................................................11
.............................................................................................................................................. 13
Strategiebepaling................................................................................................................13
.............................................................................................................................................. 15
.............................................................................................................................................. 15
Uitvoering........................................................................................................................... 15
Wat heb je nodig?...................................................................................16
Spelregels...............................................................................................17
De spelkaarten.......................................................................................18
Rol van de begeleider.............................................................................20
Gemaakt door Myrthe Mans...............................................................................................21
Draaiboek activiteit.................................................................................21
.............................................................................................................................................. 23
Consolidatie........................................................................................................................ 23
Borging van de activiteit binnen de organisatie.....................................23
Opnemen in het begeleidingsaanbod.....................................................23
Afstemming binnen het team.................................................................24
Vastleggen in het ondersteuningsplan....................................................24
Evaluatie en doorontwikkeling................................................................24
Evaluatie.............................................................................................................................. 25
1
, Feedback vanuit de praktijk....................................................................25
Evaluatie.................................................................................................25
Eigen Reflectie........................................................................................27
STARR Methode (Smid, N., & Van der Woude, M. (2006). Coachen op
gedrag en resultaat: Praktijkgids voor het ontwikkelen van
resultaatgericht gedrag (9e druk). PiMedia)...........................................27
Mijn rol in de samenwerking...................................................................28
Smart leerdoelen op eigen reflectie...................................................................................30
Bronnenlijst......................................................................................................................... 31
Contact/Contract
Tijdens mijn dienst observeerde ik een 15-jarige cliënt met hechtingsproblematiek. Ze
trekt zich regelmatig terug uit het groepsverband en heeft moeite om anderen te
vertrouwen. Tegelijkertijd zoekt ze veel fysieke nabijheid en kan ze claimend gedrag
laten zien naar andere jongeren. Ze reageert gevoelig op begrenzing, heeft moeite
met autoriteit en raakt snel emotioneel overspoeld.
Wat daarnaast opvalt, is dat haar emoties plotseling en onverwacht sterk kunnen
oplopen. Van het ene moment op het andere kan zij in hevige boosheid schieten. In
dit soort situaties legt zij de verantwoordelijkheid vaak buiten zichzelf: Ze beschuldigt
dan verschillende collega`s , haalt oude conflicten aan en grijpt terug op eerdere
situaties die haar nog bezighouden.
Toen ik merkte dat zij zich begon terug te trekken uit de groep, en meer spanning
begon op te bouwen besloot ik rustig naar haar toe te gaan, en vroeg ik of ze met me
mee wilde gaan naar de chillroom om even rustig te worden. Toen we in de chillroom
zaten heb ik haar even gelaten. Toen ik zag dat de spanning begon te minderen ben
ik rustig het gesprek begonnen. Ik vroeg waarom ze zo boos werd, en hoe ze zich
dan van binnen voelt. En wat ze nodig heeft om weer tot rust te komen.
Haar antwoorden gaven mij veel inzicht in wat er onder haar gedrag schuilgaat. Ze
vertelde mij dat ze zich vaak niet begrepen voelt als ze bijvoorbeeld aangeeft dat ze
iets niet eerlijk vind. Hierdoor werd duidelijk dat haar boosheid niet zomaar lastig
gedrag is, maar een manier om om te gaan met gevoelens die haar plotseling
overspoelen. Tegelijkertijd laat ze sterk zelfbepalend gedrag zien.
Wanneer haar emoties oplopen, haalt ze dingen erbij van andere situaties of
verwijten om haar eigen punt kracht bij te zetten. Dit helpt haar op dat moment om de
controle terug te voelen, maar maakt het gesprek voor haarzelf vaak ingewikkelder
(Mikulincer & Shaver, 2016) Na een woede-uitbarsting zegt ze meestal wel sorry,
maar er is altijd een “maar” die erachteraan komt. Dit laat zien dat ze ergens wel
2
, inziet dat haar gedrag niet helpend is, maar dat ze nog moeite heeft om volledig
verantwoordelijkheid te nemen omdat dit voor haar kwetsbaar en spannend voelt.
Ze gaf zelf aan dat ze het vervelend vindt dat haar emoties zo snel en heftig kunnen
oplopen. Ze merkt dat deze pieken haar overspoelen en dat ze op die momenten
geen grip meer voelt. Haar eigen hulpvraag werd daarom ook heel duidelijk:
Hoe kan ik mijn emoties onder controle houden?
Dit laat zien dat ze niet alleen worstelt met emotieregulatie, maar ook gemotiveerd is
om hierin te leren en stappen te zetten.
In deze situatie heb ik gewerkt met een impliciet contract. Dit betekent dat de
afspraken niet letterlijk zijn uitgesproken, maar wel duidelijk waren in mijn handelen
(Bordin, 1979). Ik heb de cliënt rustig benaderd en gevraagd of zij met mij mee wilde
gaan naar de chillroom. Door dit te vragen en haar niet te dwingen, gaf ik haar ruimte
om zelf een keuze te maken. Dit was belangrijk omdat zij moeite heeft met autoriteit
en snel het gevoel krijgt dat de controle wordt overgenomen. Het contract bestond uit
drie onderdelen. Ten eerste was er veiligheid, in de chillroom kreeg zij de ruimte om
tot rust te komen zonder dat zij werd gecorrigeerd of beoordeeld. Ten tweede was er
eigen regie: zij mocht zelf bepalen wanneer zij wilde praten en ik respecteerde haar
grenzen door haar eerst met rust te laten. Ten derde was er samenwerking: ik stelde
mij op als begeleider naast haar en niet als iemand die boven haar staat.
Door deze afstemming voelde de cliënt zich gehoord en serieus genomen. Dit droeg
bij aan het verminderen van haar spanning en maakte het mogelijk om later het
gesprek aan te gaan over haar emoties en behoeften. Het impliciete contract hielp
om vertrouwen op te bouwen en vormde de basis voor verdere begeleiding.
Dit contactmoment laat zien dat ik interactief heb gehandeld door mijn begeleiding
voortdurend af te stemmen op de emotionele staat, behoeften en autonomie van de
cliënt (Eindkwalificatie 4 : Interactief handelen).
3
Opdracht 2
Leerjaar 1, periode 2
Hoe kun jij m.b.v. creativiteit
iemand/een groep
ondersteunen?
Myrthe Mans
FONTYS EINDHOVEN, SOCIALE STUDIE
,Inhoudsopgave
Contact/Contract.................................................................................................................. 2
................................................................................................................................................ 4
Motivatie............................................................................................................................... 4
Analyse................................................................................................................................. 5
Micro Niveau.............................................................................................5
Meso Niveau.............................................................................................7
Macro Niveau............................................................................................8
Probleemstelling/ hulpbehoefte................................................................9
Probleemstelling.......................................................................................9
Hulpbehoefte..........................................................................................10
Doelen stellen...................................................................................................................... 11
Voorbereiding..........................................................................................11
Hoofddoel................................................................................................11
.............................................................................................................................................. 13
Strategiebepaling................................................................................................................13
.............................................................................................................................................. 15
.............................................................................................................................................. 15
Uitvoering........................................................................................................................... 15
Wat heb je nodig?...................................................................................16
Spelregels...............................................................................................17
De spelkaarten.......................................................................................18
Rol van de begeleider.............................................................................20
Gemaakt door Myrthe Mans...............................................................................................21
Draaiboek activiteit.................................................................................21
.............................................................................................................................................. 23
Consolidatie........................................................................................................................ 23
Borging van de activiteit binnen de organisatie.....................................23
Opnemen in het begeleidingsaanbod.....................................................23
Afstemming binnen het team.................................................................24
Vastleggen in het ondersteuningsplan....................................................24
Evaluatie en doorontwikkeling................................................................24
Evaluatie.............................................................................................................................. 25
1
, Feedback vanuit de praktijk....................................................................25
Evaluatie.................................................................................................25
Eigen Reflectie........................................................................................27
STARR Methode (Smid, N., & Van der Woude, M. (2006). Coachen op
gedrag en resultaat: Praktijkgids voor het ontwikkelen van
resultaatgericht gedrag (9e druk). PiMedia)...........................................27
Mijn rol in de samenwerking...................................................................28
Smart leerdoelen op eigen reflectie...................................................................................30
Bronnenlijst......................................................................................................................... 31
Contact/Contract
Tijdens mijn dienst observeerde ik een 15-jarige cliënt met hechtingsproblematiek. Ze
trekt zich regelmatig terug uit het groepsverband en heeft moeite om anderen te
vertrouwen. Tegelijkertijd zoekt ze veel fysieke nabijheid en kan ze claimend gedrag
laten zien naar andere jongeren. Ze reageert gevoelig op begrenzing, heeft moeite
met autoriteit en raakt snel emotioneel overspoeld.
Wat daarnaast opvalt, is dat haar emoties plotseling en onverwacht sterk kunnen
oplopen. Van het ene moment op het andere kan zij in hevige boosheid schieten. In
dit soort situaties legt zij de verantwoordelijkheid vaak buiten zichzelf: Ze beschuldigt
dan verschillende collega`s , haalt oude conflicten aan en grijpt terug op eerdere
situaties die haar nog bezighouden.
Toen ik merkte dat zij zich begon terug te trekken uit de groep, en meer spanning
begon op te bouwen besloot ik rustig naar haar toe te gaan, en vroeg ik of ze met me
mee wilde gaan naar de chillroom om even rustig te worden. Toen we in de chillroom
zaten heb ik haar even gelaten. Toen ik zag dat de spanning begon te minderen ben
ik rustig het gesprek begonnen. Ik vroeg waarom ze zo boos werd, en hoe ze zich
dan van binnen voelt. En wat ze nodig heeft om weer tot rust te komen.
Haar antwoorden gaven mij veel inzicht in wat er onder haar gedrag schuilgaat. Ze
vertelde mij dat ze zich vaak niet begrepen voelt als ze bijvoorbeeld aangeeft dat ze
iets niet eerlijk vind. Hierdoor werd duidelijk dat haar boosheid niet zomaar lastig
gedrag is, maar een manier om om te gaan met gevoelens die haar plotseling
overspoelen. Tegelijkertijd laat ze sterk zelfbepalend gedrag zien.
Wanneer haar emoties oplopen, haalt ze dingen erbij van andere situaties of
verwijten om haar eigen punt kracht bij te zetten. Dit helpt haar op dat moment om de
controle terug te voelen, maar maakt het gesprek voor haarzelf vaak ingewikkelder
(Mikulincer & Shaver, 2016) Na een woede-uitbarsting zegt ze meestal wel sorry,
maar er is altijd een “maar” die erachteraan komt. Dit laat zien dat ze ergens wel
2
, inziet dat haar gedrag niet helpend is, maar dat ze nog moeite heeft om volledig
verantwoordelijkheid te nemen omdat dit voor haar kwetsbaar en spannend voelt.
Ze gaf zelf aan dat ze het vervelend vindt dat haar emoties zo snel en heftig kunnen
oplopen. Ze merkt dat deze pieken haar overspoelen en dat ze op die momenten
geen grip meer voelt. Haar eigen hulpvraag werd daarom ook heel duidelijk:
Hoe kan ik mijn emoties onder controle houden?
Dit laat zien dat ze niet alleen worstelt met emotieregulatie, maar ook gemotiveerd is
om hierin te leren en stappen te zetten.
In deze situatie heb ik gewerkt met een impliciet contract. Dit betekent dat de
afspraken niet letterlijk zijn uitgesproken, maar wel duidelijk waren in mijn handelen
(Bordin, 1979). Ik heb de cliënt rustig benaderd en gevraagd of zij met mij mee wilde
gaan naar de chillroom. Door dit te vragen en haar niet te dwingen, gaf ik haar ruimte
om zelf een keuze te maken. Dit was belangrijk omdat zij moeite heeft met autoriteit
en snel het gevoel krijgt dat de controle wordt overgenomen. Het contract bestond uit
drie onderdelen. Ten eerste was er veiligheid, in de chillroom kreeg zij de ruimte om
tot rust te komen zonder dat zij werd gecorrigeerd of beoordeeld. Ten tweede was er
eigen regie: zij mocht zelf bepalen wanneer zij wilde praten en ik respecteerde haar
grenzen door haar eerst met rust te laten. Ten derde was er samenwerking: ik stelde
mij op als begeleider naast haar en niet als iemand die boven haar staat.
Door deze afstemming voelde de cliënt zich gehoord en serieus genomen. Dit droeg
bij aan het verminderen van haar spanning en maakte het mogelijk om later het
gesprek aan te gaan over haar emoties en behoeften. Het impliciete contract hielp
om vertrouwen op te bouwen en vormde de basis voor verdere begeleiding.
Dit contactmoment laat zien dat ik interactief heb gehandeld door mijn begeleiding
voortdurend af te stemmen op de emotionele staat, behoeften en autonomie van de
cliënt (Eindkwalificatie 4 : Interactief handelen).
3