Week 1; hoofdstuk 1, hoofdstuk 2, hoofdstuk 3
Hoofdstuk 1
Personenrecht -> regelt de rechtspositie van een natuurlijk persoon.
Familierecht -> heeft betrekking op rechtsverhoudingen tussen natuurlijke
personen op het terrein van families en relaties.
- Het regelt verticale relaties die ontstaan door een bijzondere relatie
(denk aan kind en ouderlijk gezag) en horizontale relaties, die
ontstaan door affectieve relaties tussen volwassenen.
Materiele familierecht -> BW 1.
Formele familierecht -> Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Binnen het personen- en familierecht zijn veel regels dwingend recht,
omdat het merendeel van de familierechtelijke verhoudingen niet ter vrije
bepaling van partijen staat. Contracteren over personen- en
familierechtelijke onderwerpen is slechts zeer beperkt mogelijk en heeft
met name betrekking op de vermogensrechtelijke en financiële aspecten
van relaties.
Hoofdstuk 2
Het Nederlandse familierecht is van toepassing bij interne zaken. Het
internationale familierecht is van toepassing als bijvoorbeeld twee
echtgenoten verschillende nationaliteiten bezitten of in verschillende
landen wonen. Welk recht is dan van toepassing? Hierop geeft het
internationaal privaatrecht (IPR) antwoord. Verder geeft het antwoord op
twee andere vragen; wanneer is de rechter bevoegd om een beslissing te
nemen in een internationaal geval en kan een buitenlandse beslissing in
eigen land worden erkend en tenuitvoergelegd?
Mensenrechten zorgen voor een gelijk kader dat wordt toegepast over de
wereld.
Marckx-arrest (EHRM) heeft twee belangrijke begrippen geïntroduceerd:
1. Dynamische interpretatie (in het licht van hedendaagse
omstandigheden) van het verdrag.
2. Positieve verplichtingen van de lidstaten om verdragsrechten actief
te beschermen.
Johnston-uitspraak:
- De lidstaten beschikken op het gebied van echtscheiding over een
ruime marge van appreciatie om zelf te bepalen welke maatregelen
moeten worden genomen om de naleving van het verdrag te
verzekeren.
Welk recht is van toepassing bij internationale zaken?
- Regels van internationaal privaatrecht moeten worden
geraadpleegd.
, - Ten eerste moet worden vastgesteld of de Nederlandse rechter
rechtsmacht heeft.
- Ten tweede welk familierecht van toepassing is.
- De derde IPR-vraag heeft betrekking op de erkenning (en
tenuitvoerlegging) van buitenlandse beslissingen en akten.
Indien de rechter zijn internationale bevoegdheid heeft vastgesteld, dient
hij ambtshalve na te gaan welk recht de rechtsverhouding beheerst. Deze
vraag wordt beantwoord door conflict regels die het recht aanwijzen
waarmee de rechtsverhouding het nauwst is verbonden. Belangrijkste
aanknopingspunt is de gewone verblijfplaats van de betrokken persoon,
maar ook nationaliteit is belangrijk. Daarnaast mogen partijen op een
beperkt aantal terreinen het toepasselijke recht zelf aanwijzen
(rechtskeuze).
Volgens art. 81 VWEU is de Europese wetgever bevoegd maatregelen te
nemen betreffende het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen;
als er sprake is van een internationale familierelatie.
Hoofdstuk 4
Ieder persoon is drager van rechten en plichten.
Art. 1:2 BW maakt het mogelijk dat een kind al voor de geboorte als
rechtssubject wordt beschouwd. Dit maakt erfenis van een familielid voor
de geboorte al mogelijk.
Het begrip verwantschap zoals beschreven in art. 1:3 BW valt uit in twee
begrippen:
- Bloedverwantschap -> ontstaat tussen personen die juridisch van
elkaar afstammen of tussen personen die en gemeenschappelijke
stamouder hebben. Een biologische band is niet vereist.
- Aanverwantschap -> ontstaat door huwelijk of geregistreerd
partnerschap. Aanverwantschap eindigt niet door het eindigen van
het huwelijk of het geregistreerd partnerschap (art. 1:3 lid 3 BW).
Verwantschap wordt uitgedrukt in graden en loopt in de rechte lijn of
in de zijlijn, bijvoorbeeld kleinkind en opa zijn tweedegraads
bloedverwant van elkaar in de rechte lijn.
Namen vormen een deel van je persoonlijkheid, heeft een
identificatiefunctie en geeft informatie over de familie. Of je kiest voor de
achternaam van de vader of moeder moet je zelf weten, maar de bij het
eerste kind te maken keuze geldt voor alle gezamenlijke kinderen.
Je kunt je kind elke naam geven. Uitzondering: de ambtenaar van de
Burgerlijke Stand zal geen voornamen inschrijven die ongepast zijn of die
overeenkomen met een bestaande achternaam.
Indien er geen voornamen worden opgegeven, zal de ambtenaar van de
Burgerlijke Stand het kind ambtshalve één of meer voornamen geven.
Indien een kind 1 ouder heeft, krijgt hij/zij haar/zijn achternaam.
Indien een kind door erkenning of door gerechtelijke vaststelling van het
ouderschap een tweede juridische ouder verkrijgt, hebben de ouders
samen het recht van naamskeuze.
,Bij partneradoptie houdt het kind de naam van de eerste ouder, tenzij
anders gekozen wordt door de ouders.
Naamswijziging kan via de rechter (art. 1:253t en 1:282 BW).
In rechtsverkeer mag worden aangenomen dat een natuurlijk persoon een
woonplaats heeft en daar bereikbaar is.
Een werkelijke (eigenlijke) woonplaats heeft betrekking op de algemene
uitoefening van burgerlijke rechten en de nakoming van burgerlijke
verplichtingen. Dit kan de zelfstandige (onafhankelijke) woonplaats zijn,
maar ook de afgeleide (afhankelijke) woonplaats.
De zelfstandige woonplaats van een natuurlijk persoon bevindt zich
volgens art. 1:10 lid 1 BW “te zijner woonstede”, waarmee de wet doelt op
zijn vaste woonadres. Het is niet noodzakelijk dat de persoon altijd te
zijner woonstede verblijft.
Indien er geen vast woonadres kan worden aangewezen, stelt art. 1:10 lid
1 BW dat de woonplaats van een natuurlijk persoon zich bevindt ter
plaatse van zijn werkelijk verblijf.
De wet biedt in art. 1:15 BW de mogelijkheid om voor de uitoefening van
bepaalde burgerlijke rechten en het nakomen van bepaalde burgerlijke
verplichtingen een andere woonplaats te kiezen dan de werkelijke
woonplaats. Kan onderverdeelt worden in; noodzakelijk gekozen
woonplaats en vrijwillig gekozen woonplaats.
Taken ambtenaar van de Burgerlijke Stand; opnemen van akten van
Burgerlijke Stand en latere vermeldingen in de registers en de registers in
stand houden (art. 1:16a BW). De ambtenaar is zelfstandig en door de
onafhankelijkheid is hij in staat op correcte wijze de wet uit te voeren.
Een geboorteakte wordt gemaakt door de ambtenaar van de Burgerlijke
Stand van de gemeente waar het kind is geboren.
Aangifte moet worden gedaan binnen drie dagen na de bevalling.
Tot het doen van aangifte van overlijden is ieder bevoegd die uit eigen
wetenschap kennis draagt van het overlijden (art. 1:19h BW).
Iedereen ouder dan 16 jaar kan zijn geslacht op de geboorteakte
veranderen. Bij de aangifte moet een verklaring van een deskundige
worden overgelegd. Hierin moet staan dat de persoon de consequenties
van deze acties goed begrijpt.
Transmannen die moeder worden, staan nog wel als moeder op de
geboorteakte.
Door middel van een prejudiciële vraag heeft de Hoge Raad gezegd dat de
wetgever moet beslissen over of er een optie tot geslacht X moet worden
toegevoegd.
, Van vermissing kan worden gesproken indien er een lange tijd is
verstreken sinds er iets van hem is vernomen of als er een ongeluk heeft
plaatsgevonden met een vliegtuig, veerboot of toeristenbus en de
vermiste persoon – vermoedelijk – tot de inzittenden behoorde.
Het OM en belanghebbenden kunnen de rechter verzoeken om een
verklaring van rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste persoon.
Het verzoek kan worden ingediend wanneer vijf jaren zijn verstreken na
het laatste levensteken van de vermiste. Wanneer de betrokkene
gedurende een jaar wordt vermist en de omstandigheden zijn dood
waarschijnlijk maken, wordt deze termijn verkort tot een jaar (art. 1:413
BW).
Belanghebbende kunnen zijn de partner, achterblijvende familieleden of
schuldeisers.
Art. 1:422 en 1:423 BW geven aan dat in geval van terugkeer van de
persoon die ten onrechte voor overleden werd gehouden of indien blijkt
dat de overlijdensdatum onjuist is vastgesteld, goederen moeten worden
teruggegeven aan de persoon die is teruggekeerd of aan de persoon met
een beter recht.
Week 2; hoofdstuk 10, hoofdstuk 11
Hoofdstuk 10
Afstammingsrecht is geregeld in titel 11 van boek 1 BW. Het is de kern van
het familierecht.
Via het afstammingsrecht kan een kind een man en een vrouw als ouder
hebben, of twee moeder. Twee mannen kunnen niet allebei via het
afstammingsrecht vader worden; wel kunnen twee mannen door adoptie
beiden in familierechtelijke betrekking staan tot een kind of, onder
bepaalde voorwaarden, door adoptie door de een, gevolgd door erkenning
door de ander.
Het vestigen van afstamming kan op verschillende manieren plaatsvinden;
door geboorte uit de moeder, door geboorte tijdens het huwelijk, door
erkenning, door gerechtelijke vaststelling van het ouderschap en tot slot
door adoptie.
Het afstammingsrecht regelt niet alleen het ontstaan van afstamming
tussen ouder en kind, maar ook het verbreken ervan: de ontkenning van
het huwelijks ouderschap, de vernietiging van erkenning en de herroeping
van adoptie.
Afstammingsrecht is dwingend recht, waarvan niet kan worden afgeweken.
Een aantal belangen en beginselen zijn voor het afstammingsrecht van
bijzondere betekenis: het belang van het kind om twee ouders te hebben,
het belang van de biologische afstamming en de rechtszekerheid.
Een kind heeft minimaal 1 (meestal moeder), maximaal 2 ouders.