Bestuursprocesrecht – werkgroepen
Roel Becker
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
Week 2........................................................................................................ 11
Week 3........................................................................................................ 22
Week 4........................................................................................................ 33
Week 5........................................................................................................ 42
Week 6........................................................................................................ 45
,Week 1
Bestuursprocesrecht gaat over conflicten en geschillen in bestuursrecht. Dit is
van belang voor de rechtsbescherming voor de burger.
Bestuursprocesrecht gaat niet alleen om rechtsbescherming, maar ook moeten
we er met zijn alle voor zorgen dat het land blijft draaien. Er moet dus een balans
in het bestuursrechtelijke systeem zitten. Denk aan het bouwen van nieuwe
dingen of het verkrijgen van uitkeringen.
In veel geschillen zit ook een overheidscomponent. In veel rechtsgebieden zit een
stukje bestuursrecht.
Bestuursproces:
Een bestuursrechtelijke procedure begint met een besluit. Dit is het hart
van het bestuursrecht. Als je wil dat de overheid een besluit neemt, kun je
daartoe een aanvraag doen.
Als je het niet eens bent met het besluit kun je in bezwaar bij datzelfde
bestuursorgaan. Het bestuursorgaan neemt een beslissing op bezwaar =
b.o.b.
Als je dan nog niet tevreden bent kun je in beroep bij de rechtbank. Dan
kun je nog in hoger beroep (verschillende hoge beroepsrechters, maar
vaak raad van state). Zij doen uitspraak, geen arresten.
In de onderwijsweken lopen we deze procedure af.
Opdracht 1 – Theorievragen
Vraag 1a. Het beginsel van ongelijkheidscompensatie
Zowel in kennisclip 1.3 als in paragraaf 1.6.3 van het studieboek wordt het
bestuursprocesrechtelijke beginsel van ongelijkheidscompensatie aan de orde
gesteld.
Wat houdt dit beginsel in? Leg uit wat de ratio achter dit beginsel is. Geef ook
een voorbeeld van ongelijkheidscompensatie in de Awb.
Eigen antwoord:
Dit beginsel komt erop neer dat degene die over de zaak oordeelt, rekening moet
houden met verschillen tussen de machtsposities van partijen. Theoretisch is de
macht ongelijk: het bestuur kan het besluit nemen die ze zelf wil. Het is een
eenzijdige rechtshandeling: het gaat niet om instemming of toestemming van de
belanghebbende.
Voorbeeld van ongelijkheidscompensatie in de Awb: artikel 8:69 lid 2 Awb:
ambtshalve aanvulling van rechtsgronden.
Werkgroep:
In bestuursrecht zit iedereen in bepaalde ongelijkheid. Dit heeft twee redenen:
1. Het bestuursorgaan kan eenzijdig rechtshandelingen opleggen;
, a. Dit is principieel
b. Ze kunnen een bepaalde beslissing opleggen op de burger
2. Verschil in kennis, expertise en geld
a. Dit is praktisch
b. Overheid heeft veel ambtenaren
Het bestuursprocesrecht moet deze ongelijkheid compenseren; verkleinen. Dit
kunnen ze doen door:
1. Hoorplicht (artikel 7:11 Awb)
a. = Heroverweging van het bestreden besluit
2. Gronden ambtshalve aanvullen (artikel 8:69 Awb)
De rechter maakt een juridische vertaling van jouw argument. We kunnen niet
van de burger verwachten dat zij juridisch onderlegd zijn om hun argumenten
goed te verwoorden.
Bestuursorganen moeten echt kijken: waar zit de pijn? Niet gelijk vuren op goede
argumenten eisen van de belanghebbende.
Antwoord casuscollege:
Vraag 1b. De bevoegdheid van de bestuursrechter
In de hoofdstukken 2 en 3 en in kennisclip 1.4 is de bevoegdheid van de
bestuursrechter aan de orde. De bestuursrechter is in beginsel alleen bevoegd
als er sprake is van een voor beroep vatbaar besluit. Op dat overzichtelijke
systeem bestaan echter verschillende beperkingen en verruimingen in de Awb.
Geef een voorbeeld van zo’n beperking en een voorbeeld van zo’n verruiming.
Leg ook uit waarom dit een beperking of een verruiming is.
Eigen antwoord:
, Beperking: Voorbereidingshandelingen (artikel 6:3 Awb). Dit is een beperking,
omdat in artikel 6:3 Awb is bepaald dat een voorbereidingshandeling niet vatbaar
is voor bezwaar en beroep.
Verruiming: Schriftelijke weigering besluit te nemen (artikel 6:2 onder a Awb). Dit
is een verruiming, omdat de schriftelijke weigering wordt gelijkgesteld met een
besluit.
Werkgroep:
Hoofdregel bevoegdheid bestuursrechter: naar de bestuursrechter bij een besluit.
Dus geen besluit = geen bestuursrechter.
Verruiming:
Artikel 6:2 sub a Awb: weigering besluit te nemen
Artikel 6:2 sub b Awb: niet tijdig nemen van een besluit
Ratio achter deze twee: je kunt hier niets aan doen. Dit zou in strijd zijn met de
rechtsbescherming. Daarom doen we dus als het een besluit is, zodat je gewoon
naar de rechter kunt.
Artikel 8:2 Awb: feitelijke handelingen jegens ambtenaren
Beperking:
Artikel 8:4 en 8:5 Awb: zijn wel besluiten, maar je kunt niet naar de
bestuursrechter
Artikel 6:3 Awb: voorbereidingshandelingen uitgesloten
o Een besluit nemen om een besluit te nemen wordt puur genomen
om een besluit voor te bereiden
Artikel 8:3 Awb: niet in beroep tegen AVV
o Voorbeeld: in Leiden mag je in parken geen alcohol drinken
Antwoord casuscollege:
Opdracht 2 – The House of Lords
Roel Becker
Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
Week 2........................................................................................................ 11
Week 3........................................................................................................ 22
Week 4........................................................................................................ 33
Week 5........................................................................................................ 42
Week 6........................................................................................................ 45
,Week 1
Bestuursprocesrecht gaat over conflicten en geschillen in bestuursrecht. Dit is
van belang voor de rechtsbescherming voor de burger.
Bestuursprocesrecht gaat niet alleen om rechtsbescherming, maar ook moeten
we er met zijn alle voor zorgen dat het land blijft draaien. Er moet dus een balans
in het bestuursrechtelijke systeem zitten. Denk aan het bouwen van nieuwe
dingen of het verkrijgen van uitkeringen.
In veel geschillen zit ook een overheidscomponent. In veel rechtsgebieden zit een
stukje bestuursrecht.
Bestuursproces:
Een bestuursrechtelijke procedure begint met een besluit. Dit is het hart
van het bestuursrecht. Als je wil dat de overheid een besluit neemt, kun je
daartoe een aanvraag doen.
Als je het niet eens bent met het besluit kun je in bezwaar bij datzelfde
bestuursorgaan. Het bestuursorgaan neemt een beslissing op bezwaar =
b.o.b.
Als je dan nog niet tevreden bent kun je in beroep bij de rechtbank. Dan
kun je nog in hoger beroep (verschillende hoge beroepsrechters, maar
vaak raad van state). Zij doen uitspraak, geen arresten.
In de onderwijsweken lopen we deze procedure af.
Opdracht 1 – Theorievragen
Vraag 1a. Het beginsel van ongelijkheidscompensatie
Zowel in kennisclip 1.3 als in paragraaf 1.6.3 van het studieboek wordt het
bestuursprocesrechtelijke beginsel van ongelijkheidscompensatie aan de orde
gesteld.
Wat houdt dit beginsel in? Leg uit wat de ratio achter dit beginsel is. Geef ook
een voorbeeld van ongelijkheidscompensatie in de Awb.
Eigen antwoord:
Dit beginsel komt erop neer dat degene die over de zaak oordeelt, rekening moet
houden met verschillen tussen de machtsposities van partijen. Theoretisch is de
macht ongelijk: het bestuur kan het besluit nemen die ze zelf wil. Het is een
eenzijdige rechtshandeling: het gaat niet om instemming of toestemming van de
belanghebbende.
Voorbeeld van ongelijkheidscompensatie in de Awb: artikel 8:69 lid 2 Awb:
ambtshalve aanvulling van rechtsgronden.
Werkgroep:
In bestuursrecht zit iedereen in bepaalde ongelijkheid. Dit heeft twee redenen:
1. Het bestuursorgaan kan eenzijdig rechtshandelingen opleggen;
, a. Dit is principieel
b. Ze kunnen een bepaalde beslissing opleggen op de burger
2. Verschil in kennis, expertise en geld
a. Dit is praktisch
b. Overheid heeft veel ambtenaren
Het bestuursprocesrecht moet deze ongelijkheid compenseren; verkleinen. Dit
kunnen ze doen door:
1. Hoorplicht (artikel 7:11 Awb)
a. = Heroverweging van het bestreden besluit
2. Gronden ambtshalve aanvullen (artikel 8:69 Awb)
De rechter maakt een juridische vertaling van jouw argument. We kunnen niet
van de burger verwachten dat zij juridisch onderlegd zijn om hun argumenten
goed te verwoorden.
Bestuursorganen moeten echt kijken: waar zit de pijn? Niet gelijk vuren op goede
argumenten eisen van de belanghebbende.
Antwoord casuscollege:
Vraag 1b. De bevoegdheid van de bestuursrechter
In de hoofdstukken 2 en 3 en in kennisclip 1.4 is de bevoegdheid van de
bestuursrechter aan de orde. De bestuursrechter is in beginsel alleen bevoegd
als er sprake is van een voor beroep vatbaar besluit. Op dat overzichtelijke
systeem bestaan echter verschillende beperkingen en verruimingen in de Awb.
Geef een voorbeeld van zo’n beperking en een voorbeeld van zo’n verruiming.
Leg ook uit waarom dit een beperking of een verruiming is.
Eigen antwoord:
, Beperking: Voorbereidingshandelingen (artikel 6:3 Awb). Dit is een beperking,
omdat in artikel 6:3 Awb is bepaald dat een voorbereidingshandeling niet vatbaar
is voor bezwaar en beroep.
Verruiming: Schriftelijke weigering besluit te nemen (artikel 6:2 onder a Awb). Dit
is een verruiming, omdat de schriftelijke weigering wordt gelijkgesteld met een
besluit.
Werkgroep:
Hoofdregel bevoegdheid bestuursrechter: naar de bestuursrechter bij een besluit.
Dus geen besluit = geen bestuursrechter.
Verruiming:
Artikel 6:2 sub a Awb: weigering besluit te nemen
Artikel 6:2 sub b Awb: niet tijdig nemen van een besluit
Ratio achter deze twee: je kunt hier niets aan doen. Dit zou in strijd zijn met de
rechtsbescherming. Daarom doen we dus als het een besluit is, zodat je gewoon
naar de rechter kunt.
Artikel 8:2 Awb: feitelijke handelingen jegens ambtenaren
Beperking:
Artikel 8:4 en 8:5 Awb: zijn wel besluiten, maar je kunt niet naar de
bestuursrechter
Artikel 6:3 Awb: voorbereidingshandelingen uitgesloten
o Een besluit nemen om een besluit te nemen wordt puur genomen
om een besluit voor te bereiden
Artikel 8:3 Awb: niet in beroep tegen AVV
o Voorbeeld: in Leiden mag je in parken geen alcohol drinken
Antwoord casuscollege:
Opdracht 2 – The House of Lords