VWO biologie H11
zintuigen
Een prikkel leidt alleen tot een gewaarwording als aan een aantal
voorwaarde is voldaan:
1. De prikkel moet de prikkeldrempel van het zintuig overschrijden,
heeft minimale sterkte nodig om waargenomen te kunnen worden.
2. De prikkel moet adequaat zijn. Elk zintuig is gevoelig voor een soort
prikkel, de adequate prikkel. Voor het oog is dit bv. Licht.
3. De persoon moet aandacht hebben voor de prikkel. Bij gewenning
blijft een vaak herhalende prikkel wel leiden tot impulsen in
sensorische zenuwen maar ergens in de hersenen wordt deze
onderdrukt. Zorgt dus niet meer voor gewaarwording.
Adaptatie kan optreden als een zintuig enige tijd zonder onderbreking
wordt geprikkeld. Bij adaptatie nemen de impulsen in de sensorische
zenuwen af of verdwijnen geheel. Adaptatie treedt op kortere termijn op
dan gewenning.
Ligging van de zintuigen in het lichaam van de mens:
Adequate prikkel ontstaat buiten het lichaam (uitwendige zintuigen nemen
prikkels waar uit het uitwendige milieu). Hiertoe behoren volgende
zintuigen:
In het hoofd: gezichts-, gehoor-, evenwichts-, reuk- en smaakzintuig.
In de huid: druk-, koude-, warmte- en tastzintuigjes.
De inwendige zintuigen nemen prikkels uit het inwendige milieu waar,
adequate prikkel ontstaat in het lichaam. Bijvoorbeeld
De stijging van de bloeddruk (drukreceptoren).
Verandering van de osmotische waarde van het bloed
(osmoreceptoren).
Verandering van CO2 gehalte van het bloed (chemoreceptoren).
Verandering van spanning van spieren (spierspoeltjes).
Deze zintuigjes liggen verspreid in het lichaam in o.a. hersenstam,
bloedvaten en spieren.
Bouw van ons oog:
Oog wordt beschermt door: de oogleden, wimpers en wenkbrauwen. Rest
ligt beschermt in de oogkas. Wenkbrauwen en wimpers houden
traanvocht, zweet, vocht, vuiltjes en fel licht buiten. Oogleden gaan met
enige regelmaat reflexmatig dicht (ooglidreflex). De pupil is een gat in
, de iris, dat door irisspieren groter of kleiner wordt gemaakt -> hvl licht dat
oog binnenkomt kan geregeld worden (pupilreflex).
Vliezen van het oog van buiten naar binnen:
Het buitenste harde oogvlies geeft stevigheid aan de oogbol ->
aanhechtingsplaats van de oogspieren en een deel ervan; het
doorzichtige hoornvlies dient voor breking van het licht.
Middelste vlies is het vaatvlies deze zit vol met bloedvaten en geeft
cellen in het oog de benodigde voedingsstoffen. De voorkant van het
oog gaat over in het regenboogvlies of de iris.
Het binnenste vlies is het netvlies dat in het centrum de gele vlek
bezit. Op de gele vlek liggen de meeste zintuigen die licht opvangen;
de blinde vlek is de plaats waar de oogzenuw het oog verlaat.
Tussen het hoornvlies en de iris bevindt zich de voorste oogkamer ->
gevuld met vocht. Daarachter ligt het glasachtige lichaam -> bestaat uit
een heldere gelei achtige massa. Het vocht moet uitdroging tegengaan en
helpt bij de breking van de lichtstralen.
Bouw en functie van het netvlies:
Op het netvlies liggen verschillende zenuwcellen die de prikkel licht
kunnen omzetten in een impuls. De zintuigcellen zijn verbonden met
verschillende soorten pigmentcellen, die het licht absorberen dat in het
oog komt en een signaal naar de zenuwcellen sturen. Twee soorten
pigmentcellen:
De staafjes zorgen dat je ook in het donker nog iets kunt zien. Hele
lage prikkeldrempel. Geen onderscheid in kleur; als alleen staafjes
actief zijn zie je grijstinten. Als er een heel klein beetje licht in het
oog valt, wordt de lichtgevoelige stof in de staafjes, staafjesrood,
zintuigen
Een prikkel leidt alleen tot een gewaarwording als aan een aantal
voorwaarde is voldaan:
1. De prikkel moet de prikkeldrempel van het zintuig overschrijden,
heeft minimale sterkte nodig om waargenomen te kunnen worden.
2. De prikkel moet adequaat zijn. Elk zintuig is gevoelig voor een soort
prikkel, de adequate prikkel. Voor het oog is dit bv. Licht.
3. De persoon moet aandacht hebben voor de prikkel. Bij gewenning
blijft een vaak herhalende prikkel wel leiden tot impulsen in
sensorische zenuwen maar ergens in de hersenen wordt deze
onderdrukt. Zorgt dus niet meer voor gewaarwording.
Adaptatie kan optreden als een zintuig enige tijd zonder onderbreking
wordt geprikkeld. Bij adaptatie nemen de impulsen in de sensorische
zenuwen af of verdwijnen geheel. Adaptatie treedt op kortere termijn op
dan gewenning.
Ligging van de zintuigen in het lichaam van de mens:
Adequate prikkel ontstaat buiten het lichaam (uitwendige zintuigen nemen
prikkels waar uit het uitwendige milieu). Hiertoe behoren volgende
zintuigen:
In het hoofd: gezichts-, gehoor-, evenwichts-, reuk- en smaakzintuig.
In de huid: druk-, koude-, warmte- en tastzintuigjes.
De inwendige zintuigen nemen prikkels uit het inwendige milieu waar,
adequate prikkel ontstaat in het lichaam. Bijvoorbeeld
De stijging van de bloeddruk (drukreceptoren).
Verandering van de osmotische waarde van het bloed
(osmoreceptoren).
Verandering van CO2 gehalte van het bloed (chemoreceptoren).
Verandering van spanning van spieren (spierspoeltjes).
Deze zintuigjes liggen verspreid in het lichaam in o.a. hersenstam,
bloedvaten en spieren.
Bouw van ons oog:
Oog wordt beschermt door: de oogleden, wimpers en wenkbrauwen. Rest
ligt beschermt in de oogkas. Wenkbrauwen en wimpers houden
traanvocht, zweet, vocht, vuiltjes en fel licht buiten. Oogleden gaan met
enige regelmaat reflexmatig dicht (ooglidreflex). De pupil is een gat in
, de iris, dat door irisspieren groter of kleiner wordt gemaakt -> hvl licht dat
oog binnenkomt kan geregeld worden (pupilreflex).
Vliezen van het oog van buiten naar binnen:
Het buitenste harde oogvlies geeft stevigheid aan de oogbol ->
aanhechtingsplaats van de oogspieren en een deel ervan; het
doorzichtige hoornvlies dient voor breking van het licht.
Middelste vlies is het vaatvlies deze zit vol met bloedvaten en geeft
cellen in het oog de benodigde voedingsstoffen. De voorkant van het
oog gaat over in het regenboogvlies of de iris.
Het binnenste vlies is het netvlies dat in het centrum de gele vlek
bezit. Op de gele vlek liggen de meeste zintuigen die licht opvangen;
de blinde vlek is de plaats waar de oogzenuw het oog verlaat.
Tussen het hoornvlies en de iris bevindt zich de voorste oogkamer ->
gevuld met vocht. Daarachter ligt het glasachtige lichaam -> bestaat uit
een heldere gelei achtige massa. Het vocht moet uitdroging tegengaan en
helpt bij de breking van de lichtstralen.
Bouw en functie van het netvlies:
Op het netvlies liggen verschillende zenuwcellen die de prikkel licht
kunnen omzetten in een impuls. De zintuigcellen zijn verbonden met
verschillende soorten pigmentcellen, die het licht absorberen dat in het
oog komt en een signaal naar de zenuwcellen sturen. Twee soorten
pigmentcellen:
De staafjes zorgen dat je ook in het donker nog iets kunt zien. Hele
lage prikkeldrempel. Geen onderscheid in kleur; als alleen staafjes
actief zijn zie je grijstinten. Als er een heel klein beetje licht in het
oog valt, wordt de lichtgevoelige stof in de staafjes, staafjesrood,