GRONDSLAGEN VAN
DE PSYCHOLOGIE
2025-2026
,
,HOOFDSTUK 1: THE WIDER PICTURE: WHERE DID IT ALL START?
• Wat we nu doen, is het resultaat van een voorgeschiedenis, die de basis van ons handelen vormt
◦ Geschiedkundige ontwikkelingen/ grondslagen
◦ Veronderstellingen over hoe de werkelijkheid in elkaar zit en hoe die onderzocht kan worden (conceptuele of
filosofische grondslagen)
Deel is geschiedenis, deel zijn nieuwe concepten
• De wereld is sterk veranderd!
200 jaar geleden 50 jaar geleden
◦ Telefoons zaten vast aan muren
◦ Mensen zijn arm en jong → stierven snel
◦ Geen verplicht onderwijs ◦ Geen computers of internet
◦ Werken op het land ◦ Informatie opzoeken in een bibliotheek
◦ Moeizaam reizen (meestal in eigen streek blijven) → veel dialecten
want iedereen gescheiden
◦ Meestal stil: alleen muziek als je zelf zong of muziek maakt
◦ Kerkelijk
1. THE INVENTION OF WRITING
• De beschikbaarheid van geschreven informatie kent een belangrijk keerpunt in de geschiedenis!
• Prehistorie (periode voor schrift) vs. historie (periode na schrijft)
THE PRELITERATE CULTURE
• Eigenschappen ongeletterde samenlevingen:
◦ Denken is gericht op het oplossen van concrete/praktische problemen, niet op het begrijpen van fenomenen of
achterliggende problemen
Vb. je vraagt je af wanneer je moet planten, niet waarom er seizoenen zijn
Weten hoe iets moet
Geen filosofisch abstract denken
◦ Vluchtigheid van kennis
Kennis komt en gaat
Meestal 2 generaties: nog kennis zolang personen leven, maar de rest gaat verloren
◦ Mythes en verhalen over het ontstaan met contradicties
Verhalen over de oorsprong en wat vroeger gebeurde gemaakt
Spreken zich vaak tegen maar hebben dat niet door want niet neergeschreven
Animisme = gebeurtenissen toeschrijven aan geesten
THE FIRST WRITING SYSTEMS
• Op 2-4 plaatsen ontstaan
◦ Soemerië (-3.4K)
◦ Egypte? (-3.2K)
◦ China? (-1.2K)
◦ Midden en Zuid-Amerika (-300)
• Hiervoor het protogeschrift = symbolen zonder gelinkte linguïstische info
CHARACTERISTICS OF WRITING SYSTEMS
• Oorspronkelijk gebruikt om bezittingen aan te duiden bij het opmaken van een inventaris?
◦ Ontstaan schrift omdat men dingen wou bijhouden en tellen → symbolen nodig
◦ Dus geschrift ontstaan omdat men wou weten wat men aan het tellen was
, • Gebaseerd op twee principes
◦ Tekens stellen betekenissen voor = pictogrammen
◦ Tekens stellen klanken voor = fonogrammen
• Logografisch schrift: betekenissen
◦ Vb. tekening van auto
◦ Bij Chinees: elk karakter verwijst naar een betekenis, maar volgordes en combinaties wel invloed
◦ Mensen van verschillende talen kunnen zelfde tekst lezen
◦ Het is soms moeilijk woorden in een teken om te zetten
◦ Veel karakters kunnen zich samenvoegen → heel veel
• Alfabatisch/fenicisch schrift: klanken
◦ Vb. au – t – o
◦ Egyptisch/Arabisch + Hebreeuws/Grieks
◦ Voor het eerst gebruikt in Egypte (Midden-Oosten)
◦ Veel minder klanken nodig
◦ Simpeler
◦ Gesproken taal weergeven
• Soemerië: hadden al tekens die klanken voorstelden → °evolutie
• Egyptenaren: hadden probleem met g-klank die niet voorgesteld kon worden dus gebruikten ze symbolen combo
pictogrammen en alfabetisch principe
WRITTEN DOCUMENTS FROM AN EXTERNAL MEMORY
• Je moet niet meer alles onthouden
• Maakt een samenvoeging mogelijk → niet alles heruitvinden
◦ Bouwen op kennis van (heel lang) geleden
◦ “Een dwerg op de schouders van reuzen”: zelf zijn we niet groot, maar als we op schouder kunnen staan op degenen
voor ons, kunnen we steeds meer groeien
• Maakt het mogelijk om tegenstrijdigheden te zien
◦ Tegenstrijdigheden in ongeletterde cultuur omdat losstaande mythes opgeschreven werden en die niet meer
overeenkwamen
◦ Kennis hoeft niet meer letterlijk onthouden te worden om ze door te geven (ritme en rijm minder belangrijk)
◦ Belangrijke voorwaarde voor wetenschappelijke kennis → op de inhoud concentreren, i.p.v. onthouden
• Socrates: geschrift maakt mensen lui!
◦ Scholastische methode = lezen om vanbuiten te leren, zonder kritisch te zijn
◦ Grappig: we hadden het nooit geweten als Plato het niet opgeschreven had
THE READER
• Slechts een zeer beperkt aantal mensen kon lezen, tot de invoering algemene leerplicht aan einde 19e eeuw
• Sommige geschriften zijn makkelijker dan andere
◦ Scriptio continua = teksten zonder spaties van Romeinen = moeilijk
Spaties maken stillezen mogelijk
Vroegere Latijn
◦ Talen met verschillende klanken voor eenzelfde letter = moeilijk (Vb. Engels)
Engelse kinderen moeten langer studeren om te lezen Spaanse snel
• Lezen stond lang gelijk aan vanbuiten leren
◦ Schrift = autoriteit, niet in vraag stellen wat je leest
◦ Zelf minder creatief te zijn want gewoon vanbuiten leren wat anderen zeggen
◦ Je moet altijd kritisch staan t.o.v. van wat je leest → scholastische methode (onthouden > begrijpen)