Hoewel klassieke theorieën kapitalisme (Marx) zien als een strak georganiseerd fabriek
systeem, werkt hedendaags kapitalisme via wereldwijde supply chains die zeer verschillende
vormen van arbeid en productie met elkaar verbinden. Er is geen uniforme logica in deze
ketens, maar omdat het niet gaat om directe controle over productie, maar om controle
over de stroom van goederen en hun vertaling naar winst, kan er alsnog kapitaalaccumulatie
plaatsvinden
Kapitaalaccumulatie = het proces waarbij winst wordt verzameld en opnieuw geïnvesteerd,
zodat er steeds meer kapitaal ontstaat
Oud idee: kapitalisme = discipline, rationalisering (efficiëntie), fabrieken
Tsing’s idee: kapitalisme = verbinding van verschillende werelden + vertaling +
accumulatie > het systeem is niet homogeen en juist afhankelijk van verschillen
Een supply chain is een specifieke vorm van goederenketen waarin leidende bedrijven de
stroom van goederen sturen. Het verbindt de plukkers in Oregon met consumenten in Japan;
deze keten is cultureel divers en mist fabrieksdiscipline die we normaal met kapitalisme
associëren. Toch laat het zien dat kapitaalaccumulatie mogelijk is zonder directe controle
over arbeid en grondstoffen
Het hedendaags kapitalisme draait namelijk om vertaling: het omzetten van waarde tussen
verschillende sociale en politieke ‘patches’ (contexten)
Vertaling bij Tsing = twee totaal verschillende wereld zo met elkaar verbinden dat er geld
mee verdiend kan worden. De vertaling van de paddenstoelen: symbool van vrijheid in een
bos > geclassificeerd luxeproduct voor Japanse markt
Juist deze vertalingen tussen verschillende werelden maken kapitalistische accumulatie
mogelijk
Centrale vraag: hoe kunnen paddenstoelen in Oregon worden geplukt als symbolen van
vrijheid, veranderen in kapitalistische handelswaar en uiteindelijk in prestigieuze Japanse
geschenken?
Kapitalisme is een systeem dat rijkdom concentreert (privébezit) om nieuwe investeringen
mogelijk te maken, waardoor die rijkdom verder groeit = accumulatie. In het klassieke model
gebeurt dit in de fabriek: arbeiders produceren meer waarde dan zij uitbetaald krijgen, het
verschil wordt winst voor de eigenaar
Maar Tsing laat zien dat kapitaalaccumulatie niet alleen plaatsvindt via loonarbeid in
fabrieken. Zelfs in fabrieken zijn kapitalisten afhankelijk van processen die zij niet zelf
controleren grondstoffen werden voorheen gezien als een onbeperkte gift van de natuur,
maar in werkelijkheid maken kapitalisten gebruik van natuurlijke en ecologische processen
die buiten hun controle liggen (fotosynthese). Evenmin kunnen kapitalisten zelf menselijk
leven produceren, terwijl arbeid daarvan afhankelijk is
Deze grondstoffen bestonden al vóór het kapitalisme
,Salvage = het benutten van waarde die buiten kapitalistische controle wordt geproduceerd
Salvage accumulation = het proces waarbij bedrijven kapitaal opbouwen zonder de
productieomstandigheden volledig te beheersen
Dit is geen uitzondering, maar een fundamenteel kenmerk van kapitalisme
De plaatsen waar zulke waarde ontstaat = pericapitalistisch: ze bevinden zich tegelijk binnen
en buiten het kapitalisme. Bijvoorbeeld wanneer een boerenfamilie gewassen produceert
die vervolgens in een kapitalistische voedselketen terechtkomen. De waarde die in die niet-
kapitalistische context is ontstaan, wordt dan ‘gesalvaged’ en omgezet in winst (de boerderij
is pericapitalistisch)
Met de opkomst van mondiale supply chains zien we dit proces overal terug. Supply chains
functioneren als vertaalmechanismen: zij zetten waarde uit verschillende economische
systemen om in winst voor dominante bedrijven
Een 19e-eeuws voorbeelden van salvage accumulation:
Ivoorhandel tussen Afrika en Europa. Europese handelaren beweerden dat ze beschaving
en vooruitgang brachten naar Afrika. Maar in werkelijkheid draaide het om het verkrijgen
van ivoor door middel van geweld en uitbuiting. De waarde van ivoor ontstond in Afrika,
door natuur (olifant) en gedwongen werk van locals. Europese handelaren produceerde die
waarde niet zelf. Toch namen ze het mee, verkochten het in Europa en maakten er winst op
Walvisvaart: inheemse harpoeniers (inheemse kennis) brachten hun vaardigheden om
walvissen te vangen, toch werd walvisolie onderdeel van Amerikaans kapitalistisch
investering systeem
Moderne bedrijven hoeven productie niet volledig te controleren, zolang ze controle hebben
over registratie, distributie en verkoop (barcodes). Zo wordt waarde uit allerlei
uiteenlopende en problematische omstandigheden (uitbuiting) omgezet in winst
Savage and salvage are often twinst: salvage translates violence and pollution into profit
Supply chains vertalen dus uiteenlopende productieomstandigheden naar winst, waarbij de
omstandigheden onzichtbaar blijven. Wat wel zichtbaar is, is de prijs. Dit leidt tot de ‘race to
the bottom’, waarin bedrijven leveranciers dwingen steeds goedkoper te produceren, wat
vaak resulteert in slechte arbeids- en milieuproblemen
Susanne Freidberg laat zien dat verschillende supply chains (Franse versus Britse
sperziebonen) verschillende economische vormen stimuleren. Door koloniale en nationale
geschiedenissen ontstaan uiteenlopende structuren. Franse handelssystemen werken met
boerencoöperaties, terwijl Britse supermarktnormen opportunistische ondernemingen
aanmoedigen
Dit laat zien dat supply chains niet overal hetzelfde functioneren, maar sterk afhangen
van historische en politieke contexten
Economische diversiteit = de economie bestaat niet alleen uit fabrieken, loonarbeid en
contracten, maar ook uit familiebedrijven, informele handel, huishoudelijke arbeid of
zelfstandige plukkers
,Tsing wil de economische diversiteit nog geen postkapitalisme noemen, omdat die diversiteit
helemaal nog niet buiten kapitalisme staat; de niet-kapitalistische vormen zijn vaak nog
bronnen waarop het kapitalisme steunt. Daarom gebruikt ze de term pericapitalistisch.
Ook bekritiseert ze denkers die stellen dat kapitalisme alles overheerst en er geen buiten
meer bestaat, dit is volgens haar te simplistisch. In plaats van kapitalisme te zien als één
homogeen systeem, moeten we erkennen dat er economische diversiteit bestaat. Niet-
kapitalistische praktijken zijn geen zuivere alternatieven, maar worden vaak juist gebruikt
door kapitalisme dus kapitalisme is niet allesoverheersend, want niet-kapitalistische
praktijken staan niet los van kapitalisme, maar vormen vaak de basis waarop het kapitalisme
kan functioneren
Voorbeeld: het werk van Mexicaanse vrouwen in kledingfabrieken. Zij leren thuis
naaien, en die niet-kapitalistische verworven vaardigheid wordt vervolgens in de
fabriek benut voor winst. Dit is salvage accumulation in actie: kapitalisme gebruikt
vaardigheden en vormen van arbeid die buiten het formele systeem zijn ontwikkeld
, TSING (2015) – HOOFDSTUK 8 BETWEEN THE DOLLAR AND THE YEN
Tsing stelt dat de matsutake-pluk in Oregon een voorbeeld is van precariteit: leven met
structurele onzekerheid en kwetsbaarheid, vanwege flexwerk, lage inkomens en gebrek aan
sociale bescherming. Ze vraagt zich af hoe het kan dat in een rijk land als de VS zulke stabiele
banen, en de verwachting van stabiel werk, grotendeels zijn verdwenen. Volgens Tsing is dit
een recente wereldwijde verandering, en de verklaring ligt in een kleine en onbelangrijke
commodity chains
Stabiele banen verdwenen omdat bedrijven overstapten naar (mondiale) supply
chains en outsourcing, waarbij winst belangrijker werd dan langdurige
verantwoordelijkheid voor werknemers
De veranderende machtsverhoudingen tussen Japan en VS hebben bijgedragen aan ontstaan
van mondiale supply chains. Supply chains maken het voor grote bedrijven mogelijk winst te
maken zonder arbeid te standaardiseren en zonder verantwoordelijkheid voor vaste
werkgelegenheid: goederen kunnen uit allerlei losse productievormen worden gehaald,
zolang ze maar in het systeem passen. Deze vormen van kapitalisme draait om salvage
accumulation en de vertaling tussen verschillende patches
Tsing benadrukt twee historische boeksteunen. In 19e eeuw dwongen Amerikaanse ‘Black
Ships’ Japan de wereldhandel in, dit leidde tot grote veranderingen in Japan. Omgekeerd,
rond 20e eeuw, zorgde de dreiging van Japans economische succes ervoor dat de VS zichzelf
hervormde. Via fusies en overnames verdween uiteindelijk de norm van stabiele banen en
werd arbeid massaal uitbesteedt; wat precariteit vergrootte. De matsutake-keten is één van
de vele outsourcingvormen die voortkomen uit Japans succes
Later, deed Amerika doen lijken alsof hun genialiteit tot globalisering en outsourcing heeft
geleid, terwijl Japans eerdere rol werd vergeten doordat hun economie inzakte. Daarom is
die bescheiden matsutake-keten nuttig: bewaart sporen van die vergeten transpacifische
geschiedenis
In een tijd waarin de Spaanse peso de wereldhandel domineerde, speelden de VS en Japan
beide geen grote economische rol. Dat veranderde toen de VS Japan in 1854 met militaire
druk dwongen zijn havens te openen voor buitenlandse handel. Dit leidde weer tot politieke
omwentelingen in Japan, waaronder de Meiji-restauratie. In 1871 voerde Japan de yen in als
nationale munt om actief mee te doen aan de internationale economie. Amerikaanse druk
droeg dus indirect bij aan opkomst van Japanse munt en modernisering
Onder keizer Meiji moderniseerde en verwesterde Japan in snel tempo om koloniale
overheersing te voorkomen. Meiji-leiders wilden niet afhankelijk zijn van buitenlandse
handelaren en investeerde in westerse kennis, stuurde studenten naar buitenland en boude
eigen industrieën en banken. Handel werd cruciaal onderdeel van modernisering van Japan,
omdat het land weinig natuurlijke grondstoffen had en dus afhankelijk was van import.
Japanse handelaren hun werk bestond uit de ‘vertaling’: het verbinden van verschillende
waarde-en handelssystemen zonder, zonder dat die helemaal hetzelfde worden. Ze leerden
hoe handel in andere landen werkte en gebruikte die kennis om voordelige deals voor Japan
te sluiten. Op die manier werd handel zelf een manier om winst en kapitaal te creëren