Hoorcollege 1 - Klinische theorieën en theoretische referentiekaders
Aandachtspunten H1-7
1) Klinische psychologie en abnormaal gedrag.
2) Neurobiologische benadering van psychopathologie.
3) Leertheoretische benadering van psychopathologie.
4) Cognitieve benadering van psychopathologie.
5) Psychodynamische benadering van psychopathologie.
6) Humanistische benadering van psychopathologie.
7) Systeembenadering van psychopathologie
1 - Klinische psychologie en abnormaal gedrag
Basisdisciplines Toepassingsgerichte disciplines
Functieleer Klinische en gezondheidspsychologie
Ontwikkelingspsychologie Arbeids- en organisatiepsychologie
Sociale psychologie Onderwijspsychologie
Persoonlijkheidspsychologie
Methodenleer
Klinische psychologie = “abnormal psychology”
Houdt zich bezig met: diagnose, classificatie, behandeling, preventie en onderzoek
→ Lijden en disfunctioneren staan centraal
2 - Neurobiologische benadering van psychopathologie
● Verklaringen vanuit de hersenen
● Voedsel heeft invloed op de hersenen
○ Probiotica in de darmen heeft invloed op de hersenen → serotonine etc
Dat de biologie belangrijk is, werd vroeger al gezegd:
Hippocrates (430-370 BC)
● Vader van de Westerse geneeskunde
, ● Legde het verband tussen lichamelijk en geestelijk functioneren
● Besef geestesziekte is ziekte van de hersenen!
Begin 20e eeuw: dementia paralytica
● Syfilis → gaf zweren op lippen
● Zorgde ook voor waanideeën en hallucinaties (mentale problemen)
● Bestrijden met penicilline (biologisch medicijn)
→ We moeten richting biologie gaan denken bij mentale problemen
We hebben biologie niet altijd belangrijk gevonden:
Jaren 70 (20e eeuw): Buikhuisen
● Dacht dat crimineel gedrag kwam door hoge levels testosteron (nature)
● Linkse elite vond dat de maatschappij de oorzaak was van crimineel gedrag (nurture)
Diathese (kwetsbaarheid)- stressmodel
Hoe meer genetische kwetsbaarheid, hoe minder omgevingsfactoren je nodig hebt om een psychische
stoornis te ontwikkelen
3 - Leertheoretische benadering van psychopathologie, 20e eeuw
Thorndike: operant conditioneren = instrumentele conditionering
● Leerproces waarbij een respons in een bepaalde context gevolgd wordt door een bekrachtiger
(reinforcer) of bestraffer (punisher)
● Stimulus-Respons-Outcome (S-R-O)
● Kat(S) → trekt aan touw (R) → eten (O)
Ziekte angststoornis: Situatie-Respons-Outcome patiënt
Bij een ziekte-angststoornis (ook wel hypochondrie) is iemand continu bezig met het idee ziek te zijn of te
worden. Hierbij is het veiligheids- of vermijdingsgedrag (zoals controle zoeken, doktersbezoek of
googelen) bedoeld om die angst te verminderen
Voorbeeld van S-R-O in ziekte-angst:
● S = Gevoel in het lichaam (bijv. hartklopping)
● R = Googelen of huisarts bellen
● O = Korte termijn: geruststelling → angst daalt
→ Dit gedrag wordt dus bekrachtigd (je voelt even minder angst), en blijft daardoor bestaan of wordt
zelfs sterker. Op lange termijn versterkt het de focus op het lichaam en houdt de angst in stand (vicieuze
cirkel)
Behandeling: exposure met responspreventie
● Exposure: situatie opzoeken die de angst oproept
● Responspreventie: veiligheidsgedrag niet uitvoeren
, ➔ Ervaren dat rituelen niet voorkomen dat gebeurtenissen zich voordoen (wist patiënt feitelijk
al). Ze falsificeren disfunctionele verwachting
Bijvoorbeeld:
● Iemand voelt hartkloppingen (S)
● Mag niet gaan googelen of hartslag meten (responspreventie)
● Er gebeurt niets ergs (O) → patiënt leert: "mijn gedrag voorkomt geen gevaar" → disfunctionele
overtuiging wordt gefalsificeerd
Functie Analyse (FA): klinische vertaling van het paradigma van de
operante conditionering →
Ander voorbeeld: kind huilt, moeder komt NIET knuffelen. Ook niet
incidenteel → incidentele bekrachtiging versterkt het gedrag!
Pavlov: klassiek conditioneren
● Onvoorwaardelijke prikkel (US) → onvoorwaardelijke reactie (UR)
● Voorwaardelijke prikkel (CS) → voorwaardelijke reactie (CR).
Het voedsel in de mond van de hond (US) → lokt speeksel uit (UR) → onder voorwaarde kan zoemer (CS)
→ speeksel uitlokken (CR)
Klassiek conditioneren en psychopathologie
Voor conditionering
● Glas wijn (NS) → geen reactie
● Alcohol drinken (US) → prettig gevoel/beloning (UR)
Tijdens conditionering
● Glas wijn (NS) + Alcohol drinken (US) → prettig gevoel (UR)
Na conditionering
● Glas wijn (CS) → prettig gevoel/beloning (CR)
● Bij het zien van een glas wijn (CS) krijg je een verlangen/craving naar een beloning
COMET (Competitive Memory Training): behandeling met contraconditionering
Het COMET-protocol voor auditieve hallucinaties:
Twee fases
1) Inhoudelijke betekenis stemmen corrigeren
2) Afstand nemen van de stem
Contraconditionering: de CS opnieuw koppelen aan een positieve US zodat de CR verandert:
Voor: stem (CS) → negatieve betekenis (US) → angst (UR/CR)
Na: stem (CS) → helpende gedachte (US) → controlegevoel/minder angst (CR)
4 - Cognitieve benadering van psychopathologie.
“De manier waarop mensen informatie verwerken en selecteren speelt een belangrijke rol bij het
ontwikkelen van psychische stoornissen”
, De link tussen paniekaanval en dood weghalen (Beck)
● Paniekaanval opwekken
● Laten zien dat er daarna niks gebeurt
Schema = kennisstructuur
● Opbouwen in kindertijd
● Aard schema: afhankelijk ervaring en cognitieve vermogens (in 1e instantie egocentrisch)
● Eenmaal gevormd vertonen schema’s weerstand tegen verandering
● Echter kan een disconfirmerende ervaring het schema aanpassen
Cognitieve theorie Beck: “De interpretatie kwetst, niet het feit zelf”
● Psychische stoornissen komen voor uit de wijze waarop
mensen informatie selecteren en verwerken
● Schema beïnvloedt de selectie van informatie
● Selectieve interpretatie
● Schema beïnvloedt de herinnering
Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (obsessieve compulsieve
ps)
Voorbeeld: alles op juiste manier doen. Details verhinderen klus te
klaren. Slechte interpersoonlijke relaties. Beck:
● Zelfbeeld: verantwoordelijk, competent
● Beeld anderen: onverantwoordelijk, incompetent
● Kernopvatting: “Als er iets fout gaat, is dat mijn schuld”
● Strategie: perfectionisme, ordenen, erg je best doen, controleren, koppigheid, rigiditeit
● Emoties: angst, irritatie, schuldgevoel, spijt, teleurstelling
● Opvoeding: ouders zijn precies, stellen kind verantwoordelijk, hoge eisen
→ Behandeling: CGT
Cognitieve therapie → doel: veranderen op niveau van denkschema’s
Meestal CGT: gedrag en cognities beïnvloeden elkaar
5 - Psychodynamische benadering van psychopathologie
19e-20e eeuw - Freud & Ainsworth
Psychoanalytische benadering (Freud 1856-1939)
Structure of the mind → geest bestaat uit:
● Superego; geweten, deels bewust, deels
onbewust
● Ego (ik); deels bewust, deels onbewust
● Id (Es); driftmatige motor, onbewust
Aandachtspunten H1-7
1) Klinische psychologie en abnormaal gedrag.
2) Neurobiologische benadering van psychopathologie.
3) Leertheoretische benadering van psychopathologie.
4) Cognitieve benadering van psychopathologie.
5) Psychodynamische benadering van psychopathologie.
6) Humanistische benadering van psychopathologie.
7) Systeembenadering van psychopathologie
1 - Klinische psychologie en abnormaal gedrag
Basisdisciplines Toepassingsgerichte disciplines
Functieleer Klinische en gezondheidspsychologie
Ontwikkelingspsychologie Arbeids- en organisatiepsychologie
Sociale psychologie Onderwijspsychologie
Persoonlijkheidspsychologie
Methodenleer
Klinische psychologie = “abnormal psychology”
Houdt zich bezig met: diagnose, classificatie, behandeling, preventie en onderzoek
→ Lijden en disfunctioneren staan centraal
2 - Neurobiologische benadering van psychopathologie
● Verklaringen vanuit de hersenen
● Voedsel heeft invloed op de hersenen
○ Probiotica in de darmen heeft invloed op de hersenen → serotonine etc
Dat de biologie belangrijk is, werd vroeger al gezegd:
Hippocrates (430-370 BC)
● Vader van de Westerse geneeskunde
, ● Legde het verband tussen lichamelijk en geestelijk functioneren
● Besef geestesziekte is ziekte van de hersenen!
Begin 20e eeuw: dementia paralytica
● Syfilis → gaf zweren op lippen
● Zorgde ook voor waanideeën en hallucinaties (mentale problemen)
● Bestrijden met penicilline (biologisch medicijn)
→ We moeten richting biologie gaan denken bij mentale problemen
We hebben biologie niet altijd belangrijk gevonden:
Jaren 70 (20e eeuw): Buikhuisen
● Dacht dat crimineel gedrag kwam door hoge levels testosteron (nature)
● Linkse elite vond dat de maatschappij de oorzaak was van crimineel gedrag (nurture)
Diathese (kwetsbaarheid)- stressmodel
Hoe meer genetische kwetsbaarheid, hoe minder omgevingsfactoren je nodig hebt om een psychische
stoornis te ontwikkelen
3 - Leertheoretische benadering van psychopathologie, 20e eeuw
Thorndike: operant conditioneren = instrumentele conditionering
● Leerproces waarbij een respons in een bepaalde context gevolgd wordt door een bekrachtiger
(reinforcer) of bestraffer (punisher)
● Stimulus-Respons-Outcome (S-R-O)
● Kat(S) → trekt aan touw (R) → eten (O)
Ziekte angststoornis: Situatie-Respons-Outcome patiënt
Bij een ziekte-angststoornis (ook wel hypochondrie) is iemand continu bezig met het idee ziek te zijn of te
worden. Hierbij is het veiligheids- of vermijdingsgedrag (zoals controle zoeken, doktersbezoek of
googelen) bedoeld om die angst te verminderen
Voorbeeld van S-R-O in ziekte-angst:
● S = Gevoel in het lichaam (bijv. hartklopping)
● R = Googelen of huisarts bellen
● O = Korte termijn: geruststelling → angst daalt
→ Dit gedrag wordt dus bekrachtigd (je voelt even minder angst), en blijft daardoor bestaan of wordt
zelfs sterker. Op lange termijn versterkt het de focus op het lichaam en houdt de angst in stand (vicieuze
cirkel)
Behandeling: exposure met responspreventie
● Exposure: situatie opzoeken die de angst oproept
● Responspreventie: veiligheidsgedrag niet uitvoeren
, ➔ Ervaren dat rituelen niet voorkomen dat gebeurtenissen zich voordoen (wist patiënt feitelijk
al). Ze falsificeren disfunctionele verwachting
Bijvoorbeeld:
● Iemand voelt hartkloppingen (S)
● Mag niet gaan googelen of hartslag meten (responspreventie)
● Er gebeurt niets ergs (O) → patiënt leert: "mijn gedrag voorkomt geen gevaar" → disfunctionele
overtuiging wordt gefalsificeerd
Functie Analyse (FA): klinische vertaling van het paradigma van de
operante conditionering →
Ander voorbeeld: kind huilt, moeder komt NIET knuffelen. Ook niet
incidenteel → incidentele bekrachtiging versterkt het gedrag!
Pavlov: klassiek conditioneren
● Onvoorwaardelijke prikkel (US) → onvoorwaardelijke reactie (UR)
● Voorwaardelijke prikkel (CS) → voorwaardelijke reactie (CR).
Het voedsel in de mond van de hond (US) → lokt speeksel uit (UR) → onder voorwaarde kan zoemer (CS)
→ speeksel uitlokken (CR)
Klassiek conditioneren en psychopathologie
Voor conditionering
● Glas wijn (NS) → geen reactie
● Alcohol drinken (US) → prettig gevoel/beloning (UR)
Tijdens conditionering
● Glas wijn (NS) + Alcohol drinken (US) → prettig gevoel (UR)
Na conditionering
● Glas wijn (CS) → prettig gevoel/beloning (CR)
● Bij het zien van een glas wijn (CS) krijg je een verlangen/craving naar een beloning
COMET (Competitive Memory Training): behandeling met contraconditionering
Het COMET-protocol voor auditieve hallucinaties:
Twee fases
1) Inhoudelijke betekenis stemmen corrigeren
2) Afstand nemen van de stem
Contraconditionering: de CS opnieuw koppelen aan een positieve US zodat de CR verandert:
Voor: stem (CS) → negatieve betekenis (US) → angst (UR/CR)
Na: stem (CS) → helpende gedachte (US) → controlegevoel/minder angst (CR)
4 - Cognitieve benadering van psychopathologie.
“De manier waarop mensen informatie verwerken en selecteren speelt een belangrijke rol bij het
ontwikkelen van psychische stoornissen”
, De link tussen paniekaanval en dood weghalen (Beck)
● Paniekaanval opwekken
● Laten zien dat er daarna niks gebeurt
Schema = kennisstructuur
● Opbouwen in kindertijd
● Aard schema: afhankelijk ervaring en cognitieve vermogens (in 1e instantie egocentrisch)
● Eenmaal gevormd vertonen schema’s weerstand tegen verandering
● Echter kan een disconfirmerende ervaring het schema aanpassen
Cognitieve theorie Beck: “De interpretatie kwetst, niet het feit zelf”
● Psychische stoornissen komen voor uit de wijze waarop
mensen informatie selecteren en verwerken
● Schema beïnvloedt de selectie van informatie
● Selectieve interpretatie
● Schema beïnvloedt de herinnering
Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (obsessieve compulsieve
ps)
Voorbeeld: alles op juiste manier doen. Details verhinderen klus te
klaren. Slechte interpersoonlijke relaties. Beck:
● Zelfbeeld: verantwoordelijk, competent
● Beeld anderen: onverantwoordelijk, incompetent
● Kernopvatting: “Als er iets fout gaat, is dat mijn schuld”
● Strategie: perfectionisme, ordenen, erg je best doen, controleren, koppigheid, rigiditeit
● Emoties: angst, irritatie, schuldgevoel, spijt, teleurstelling
● Opvoeding: ouders zijn precies, stellen kind verantwoordelijk, hoge eisen
→ Behandeling: CGT
Cognitieve therapie → doel: veranderen op niveau van denkschema’s
Meestal CGT: gedrag en cognities beïnvloeden elkaar
5 - Psychodynamische benadering van psychopathologie
19e-20e eeuw - Freud & Ainsworth
Psychoanalytische benadering (Freud 1856-1939)
Structure of the mind → geest bestaat uit:
● Superego; geweten, deels bewust, deels
onbewust
● Ego (ik); deels bewust, deels onbewust
● Id (Es); driftmatige motor, onbewust