De rechtsvorm is een hulpmiddel om een onderneming in het maatschappij en in
rechte te kunnen laten functioneren. Drie onderwerpen van het
ondernemingsrecht:
1. Hoe zit de interne structuur van een onderneming in elkaar? De
juridische organisatie, de inrichting, de structuur.
2. Wie mogen en kunnen voor de onderneming transacties afsluiten?
Vertegenwoordiging.
3. Hoe zijn de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de gang
van zaken in de onderneming uitgewerkt?
Vereniging (Boek 2 Titel 2: art. 2:26 e.v.)
De vereniging is minder geschikt als ondernemingsvorm, omdat zij geen
winstuitkeringen mag doen aan de leden (art. 2:26 lid 3 BW). De opbrengsten
van de vereniging worden aangewend voor het in de statuten omschreven doel
dat de vereniging nastreeft.
- Denk bijv. aan de opbrengsten van een sportkantine die benut worden om
het sportcomplex van de vereniging te verbeteren.
- De vereniging kent een ledenvergadering, het probleem hiervan is dat
deze als gevolg van absenteïsme en geringe belangstelling van de leden
slecht functioneert.
Op verzoek van het OM of een belanghebbende kan de rechtbank de vereniging
ontbinden (art. 2:21 lid 3 BW). Dit kan indien de vereniging een verbod
overtreedt, bijv. toch winst uitkeren.
- Een in strijd met art. 2:26 lid 3 verrichte winstuitkering is onverschuldigd
gedaan en kan door de vereniging of stichting worden teruggevorderd.
Coöperatie (Boek 2 Titel 3: art. 2:53-63j)
De coöperatie bevindt zich tussen de maatschap en vof enerzijds en de nv en bv
anderzijds (tussenvorm). De coöperatie is opgezet als vereniging. De meeste
artikelen inzake de vereniging zijn op de coöperatie van toepassing.
- Belangrijkste verschil: de coöperatie mag wel winst uitkeren aan haar
leden (art. 2:53a BW). Daardoor is ze geschikt als ondernemingsvorm.
- De coöperatie moet haar werkzaamheden ten dienste van haar leden
verrichten.
- De coöperatie dient zich doel te stellen te voorzien in bepaalde stoffelijke
behoeften van haar leden. Hiertoe dient zij overeenkomsten af te sluiten
met de leden.
- Aansprakelijkheid van de coöperatie is mild. Art. 2:55 BW bepaalt dat de
leden van de coöperatie in geval van ontbinding aansprakelijk zijn
tegenover de coöperatie voor haar tekort, maar deze aansprakelijkheid kan
in de statuten geheel of gedeeltelijk worden weggeschreven (art. 2:56
BW).
,Naamloze vennootschap (Boek 2 Titel 4: art. 2:64 BW)
De nv is vooral geschikt voor grote ondernemingen. Grote ondernemingen maken
voor het aantrekken van vermogen vaak gebruik van de diensten van de
effectenbeurs Euronext Amsterdam. Het verhandelen van aandelen via Euronext
is alleen mogelijk als de desbetreffende nv een beursnotering heeft.
- Het minimumkapitaal van een nv bedraagt €45.000 (art. 2:67 lid 2 BW).
- De nv kent een in aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal (art. 2:64
BW).
- Het aandeel vervult bij een nv dezelfde functies als bij een bv:
o aantrekken vermogen (art. 2:80 BW), winstverdeling (art. 2:105 BW)
en stemrecht (art. 2:118 BW).
- Bij een nv behoeven aandelen niet op naam te luiden. Een nv mag
aandelen aan toonder uitgeven. Overdracht van de aandelen is dus
makkelijker, geen notariële akte vereist.
- De namen van houders van toonderaandelen worden niet in een
aandeelhoudersregister opgenomen. Bij een nv weten we dus niet altijd
wie de aandeelhouders zijn (naamloos).
- Een nv mag wel degelijk aandelen op naam uitgeven (art. 2:82 BW),
maar het bestuur moet dan wel een register bijhouden met de namen van
de aandeelhouders (art. 2:85 BW).
- Bij de nv kennen we niet een blokkeringsregeling zoals art. 2:195 BW,
maar deze kan bij de statuten wel worden bepaald (art. 2:87 BW).
Besloten vennootschap (Boek 2 Titel 5: art. 2:175 BW)
Kenmerkend voor een bv is dat deze een in een of meer overdraagbare aandelen
verdeeld kapitaal heeft. Men kan slechts in een bv participeren via een aandeel in
haar kapitaal.
- Bij de oprichting dient ten minste één aandeel te worden uitgegeven
- Het nominale bedrag van de aandelen en het daarop te storten bedrag kan
ook €1,- zijn
- De aandelen van de bv mogen ook in handen zijn van slechts één
aandeelhouder
Het aandeel kan een paar belangrijke functies vervullen:
- Aandelen zijn voor de bv een middel om vermogen aan te trekken
- Aandelen zijn meestal verbonden aan stemrecht in de
aandeelhoudersvergadering (art. 2:228 BW). Aandelen zonder stemrecht
zijn ook toegelaten, indien geregeld in de statuten.
- Aandelen vervullen vaak een winstverdelingsfunctie: in beginsel geeft
ieder aandeel recht op een gedeelte van de winst (art. 2:216 BW). De door
de bv behaalde winst wordt over de aandelen verdeeld.
- Voor de aandeelhouder zijn aandelen een vermogensobject: het is
namelijk voor overdracht vatbaar.
De bv is besloten: de door haar uitgegeven aandelen staan op naam en
overdracht ervan kan in beginsel niet vrijelijk plaatsvinden. Overdracht van
aandelen kan slechts aan de medeaandeelhouders, bij notariële akte (art.
2:195 BW).
, - Zonder notariële akte, is er een ontstaansgebrek (art. 2:4 BW)
- Alle houders van aandelen dienen te worden opgenomen in een register
dat het bestuur van de bv moet bijhouden (art. 2:194 BW). Zo is te zien
wie haar aandeelhouders zijn.
Aansprakelijkheid: de aandeelhouders en bestuurders zijn in beginsel niet
aansprakelijk voor hetgeen in naam van de bv is verricht (art. 2:175 BW).
- Hiervan kan echter bij statuten worden afgeweken (art. 2:192 BW)
Statuten: de bv wordt geregeerd door haar statuten. Dit zijn door de
aandeelhouders van de bv zelf opgerichte regels voor haar organisatie (interne
regels van specifieke aard).
- Bij de oprichting dienen voor de eerste keer statuten te worden
vastgesteld (art. 2:177 BW).
- Zij dienen aan te geven de naam, de zetel en het doel van de
vennootschap.
- Deze is openbaar: ze liggen op het kantoor van het handelsregister (art.
2:180 BW).
Maatschap en vennootschap onder firma (art. 7A:1655 – 1688 BW)
De maatschap is een obligatoire, wederkerige overeenkomst tot samenwerking
van twee of meer personen. Dit is in beginsel vormvrij (terwijl de bv en nv bij
notariële akte worden opgericht).
- De maatschap is gericht op het door middel van samenwerking behalen
van vermogens- rechtelijk voordeel dat aan de vennoten ten goede komt.
- Bij een maatschap wil men samenwerken voor gemeenschappelijke
rekening.
- De opbrengsten worden volgens de in de maatschapsovereenkomst
opgenomen verdeling over de vennoten verdeeld.
- Iets kan niet uit niets voortkomen, dus ieder der vennoten moet wel iets
inbrengen. Deze inbreng kan een vermogen, een gebouw of arbeid zijn.
- De vennoten in de maatschap zijn voor gelijke delen aansprakelijk
voor verbintenissen van de maatschap (art. 7A:1680 BW). Minder streng
aansprakelijkheidsregime.
Als een maatschap onder gemeenschappelijke naam (onder één naam) een
onderneming uitoefent, gelden voor haar naast de art. 7A:1665-1688 BW ook art.
16-34 WvK. De maatschap wordt dan een vof genoemd.
- Belang hiervan is vooral de hoofdelijke verbondenheid
(aansprakelijkheid) van de vennoten voor verbintenissen (art. 18 WvK).
- Voor een bedrijfsuitoefening onder gemeenschappelijke naam gelden
dus strengere aansprakelijkheidsregels dan voor een gezamenlijke
beroepsuitoefening, zoals advocaten, notarissen of artsen.
Samenwerkingsvereiste: de vennoten dienen op voet van gelijkheid samen te
werken. Samenwerking impliceert overleg over de wijze waarop de gezamenlijke
activiteit wordt beoefend.
- De persoon van de vennoot is in beginsel zowel voor het ontstaan van de
(personen)-vennootschap als voor het voortbestaan ervan van beslissend
belang.
, - Vergelijking met bv en nv: de bv en nv zijn geen overeenkomsten zoals
de personenvennootschap, maar rechtsfiguren van geheel eigen aard.
Beroepsuitoefening wijst op persoonlijke dienstverrichting: de persoonlijke
kwaliteiten van de dienstverrichter staan voorop.
o Beroepsbeoefenaar wordt geacht het welzijn van zijn cliënt te
behartigen.
o Bijv. advocaat, medicus, notaris, accountant
o Zekere mate van vertrouwelijkheid, meestal ook beroepsgeheim.
o Minder strenge aansprakelijkheidsregels
Bedrijfsuitoefening wijst op dienstverlening in het kader van bedrijven. De
bakker, slager en schilder oefenen bijv. een bedrijf uit.
o Persoonlijke dienstverrichting en vertrouwelijkheid staan minder
voorop.
o Bedrijfsbeoefenaren gaan doorgaans vaker transacties aan met
derden, bijv. leveranciers. Voor derden moet een wat sterkere
verhaalspositie zijn.
o Strengere aansprakelijkheidsregels
De verschillen tussen de maatschap en de vof komen in het bijzonder tot uiting
op twee punten:
- Bij de vof verleent iedere vennoot aan de wet
vertegenwoordigingsbevoegdheid: ieder van de vennoten is bevoegd
namens de vof te handelen (art. 17 WvK)
- Voor de schulden van de vof zijn alle vennoten (en niet bijv. slechts de
handelende vennoot) hoofdelijk verbonden (art. 18 WvK).
Commanditaire vennootschap (art. 19, 20, 21 K)
De cv bevindt zich tussen de maatschap en vof enerzijds en de nv en bv
anderzijds (tussenvorm).
- De cv is een samenwerkingsovereenkomst tussen een of meer
gewone vennoten (hoofdelijk aansprakelijke vennoten) en een of meer
commanditaire vennoten.
- De commanditaire vennoot is tot niet meer gehouden dan het bedrag van
zijn inbreng (art. 20 lid 3 K). De positie van de commanditaire vennoot lijkt
hier op die van aandeelhouder.
- De cv kent een combinatie van hoofdelijke, strenge aansprakelijkheid voor
de gewone vennoot of vennoten en beperkte, meer soepele
aansprakelijkheid voor de commanditaire vennoot of vennoten.
- De commanditaire vennoot is net als de gewone vennoten deelnemer,
partij in de cv: hij heeft recht op een deel van de winst. Zijn bijdrage in
het verlies is echter beperkt tot het bedrag van zijn commanditaire
inbreng.
- De regels van de cv zijn gericht op de als zodanig naar buiten tredende cv,
cv’s die voor derden als zodanig kenbaar zijn > zo’n cv is ook steeds een
vof