Sociale psychologie, Pieternet Dijkstra:
Hoofdstuk 4: Contact en communicatie
Hoofdstuk 5: Verschillende soorten relaties en hun processen
Hoofdstuk 1: Het belang van menselijke relaties
Hoofdstuk 3: Denken over het zelf en anderen
Hoofdstuk 7: Groepsprocessen
Hoofdstuk 2: Sociale invloed
Invloed, de zes geheimen van het overtuigen, Robert B.
Cialdini:
Hoofdstuk 1: Beïnvloedingswapens
Hoofdstuk 4 Contact en communicatie
1
,Relatie:
Er is sprake van een relatie wanneer mensen meerdere keren contact
met eenzelfde persoon hebben, waarbij dat contact wederzijds is.
(Tweerichtingsverkeer).
Similarity-attraction-hypothese:
Zowel vriendschappelijk als seksueel voelen mensen zich
aangetrokken tot mensen wie ze het idee hebben dat die op hen
lijken.
Attraction-similarity-hypothese:
Attractie leidt tot gelijkheid. Door vriendschap gaan mensen op elkaar
lijken.
Complementariteit:
Mensen voelen zich aangetrokken tot anderen die hen aanvullen, of
die hun kunnen geven waar ze behoefte aan hebben.
Mere-exposure-effect (Het louter-blootstellingseffect):
Naarmate mensen een onbekende vaker zien, of tegenkomen, gaan ze
diegene aardiger vinden.
Zelfonthulling:
Het bewust delen van persoonlijke informatie over jezelf. Dit is een
belangrijke voorwaarde om een band met iemand te ontwikkelen.
Reciprocity of liking-effect:
Het idee dat iemand anders je aardig vindt, zorgt ervoor dat je die
ander ook aardig gaat vinden.
Communicatie:
Communicatie is het middel waarmee mensen sociale contacten en
relaties met anderen aangaan en bestendigen.
Het is het gedrag van mensen dat als doel heeft om een boodschap
tot te wisselen tussen twee of meer personen.
Verbale communicatie:
De woorden die mensen uitspreken om hun boodschap over te
brengen.
Non-verbale communicatie:
Wat mensen overbrengen door signalen van hun lichaam ->
Lichaamstaal
Zenden = uiten
Ontvangen = Interpreteren
2
, Coderen:
Het interne proces van omzetten van de bedoelingen die men wil
overbrengen in een boodschap.
De-coderen:
Het interne proces van ontrafelen en interpreteren van een
boodschap.
Communicatieproces
- Fysieke factor:
De situatie waarin de communicatie plaatsvindt.
- Psychologische en sociale factor:
De verwachtingen die een gesprekspartner heeft van het gesprek
- Rationele proces:
De eerdere ervaringen die men met de ander heeft opgedaan en de
relatie en het vertrouwen die daarmee in het verleden zijn
opgebouwd.
Metacommunicatie:
Communiceren over de communicatie en het onderlinge contact.
Communicatie-accommodatietheorie:
Mensen volgen, onbewust, een bepaalde strategie binnen de
communicatie.
Convergentie:
De zender past onbewust zijn/haar manier van communiceren aan op
die van de ontvanger.
Dit komt voort uit de behoefte aan goedkeuring van de
gesprekspartner, en de behoefte om deze beter te begrijpen.
Divergentie:
De zender benadrukt de onderlinge verschillen.
Komt voort uit de behoefte van de zender om te laten zien dat hij/zij
een andere identiteit heeft en dus heel anders is dan de ontvanger.
Maintenance:
De zender blijft vasthouden aan zijn/haar eigen manier van
communiceren, ongeacht de ontvanger die tegenover hem zit.
3