geschiedenis
Les 1: introductie
Vak gaat voor een stuk over fundamentele vragen die centraal staan in het vakgebied (de
geschiedschrijving): hoe kenbaar is het verleden, objectiviteit, agency (kan 1 persoon een
verschil maken), hoe maken keuzes in informatie…
In het kort over het vak
TvdG volgt op historische kritiek, heuristiek, onderzoeksmethoden voor historici en historiografie
→ leerden ons hoe je aan onderzoek moet doen en wat historici hebben gedaan met het
verleden → TvdG: waarom kijken historici op een bepaalde manier naar een maatschappij en
hoe verhouden ze zich tot dat verleden én hoe zorgen maatschappelijke veranderingen ervoor
dat historici op een andere manier naar hetzelfde verleden gaan kijken (nieuwe dingen
interessant vinden, nieuwe mogelijkheden voor onderzoek)? Én ook omgekeerd: in welke mate
kunnen wij de maatschappij veranderen, kunnen we lessen uit het verleden trekken…
Centrale vraag: Hoe verhouden mensen (doorheen laatste 50 jaar), en historici in het bijzonder,
zich tot het verleden? = hoe geven ze het verleden vorm, hoe schrijven ze erover:
- Vragen over objectiviteit, subjectiviteit (in welke mate zijn die mogelijk of moeten we
objectiviteit nastreven, in subjectiviteit ook bruikbaar…)
- Feit en (historische) waarheid: wat is een feit, wat is een waarheid? Wat vinden we
belangrijk in een bepaalde tijdsperiode en wat negeren we?
- Individu en structuur: in welke mate hebben individuen de geschiedenis vorm gegeven?
Of zijn we allemaal ondergeschikt aan een bredere structuur (bvb 19 e -eeuws
historicisme: het zijn de grote blanke staatsmannen die de geschiedenis maken VS
marxisme: we zijn allemaal onderworpen aan grotere bewegingen zoals kapitalisme, dus
we hebben ni echt vrije wil)
Focus: Gaan kijken naar de belangrijkste historische stromingen van de laatste vijftig jaar. Er
was het postmodernisme: stroming die zorgt voor enorme hoeveelheid twijfel over hoe
geschiedschrijving eruit zag → nadien gaan we kijken naar de antwoorden die historici gevonden
hebben op die twijfel.
Zullen dus een hele reeks historiografische tradities zien (postmodernisme en cultural turn,
vrouwen- en gendergeschiedenis, collectieve herinnering, globale geschiedenis, tegenfeitelijke
geschiedenis, mondelinge geschiedenis…)
Methode: Discussiecolleges voor de verschillende thema’s (zie thema’s hierboven) en begeleide
zelfstudie (elke week teksten lezen en vragen bij invullen tegen de week nadien)
1
,Wat is theorie van de geschiedenis?
Rode draad is onder de motorkap gaan kijken van historisch onderzoek op een technische
manier: wat zijn achterliggende concepten, veronderstellingen, invalshoeken… van onze
geschiedenis.
Ook geschiedenis en sub-takken van de geschiedenis als genre af te bakenen. Elke afbakening
impliceert namelijk een keuze. Bvb vandaag worden veel onderwerpen ook als geschiedkundig
relevant gezien (wat vonden mensen grappig, slaappatronen, voeding…), vroeger niet. Vandaag
vinden we eigenlijk alles interessant, maar er zijn sowieso nog dingen waarvan we op dit
moment nog niet beseffen dat het relevant kan zijn.
Geschiedenis heeft dubbele betekenis:
- De zaken die gebeurd zijn / het verleden
- Reconstructie van wat gebeurd is / de historische realiteit (incl. de wetenschappelijke
reconstructie van het verleden)
o Lijkt eenvoudig onderscheid, maar er zijn zoveel zaken die we niet bewust
beleven of vertellen omdat we net zoveel aannames maken → er is altijd een
verschil tussen de historische feiten en het verhaal dat je er rond vertelt
➔ Theorie van de geschiedenis: Achter de schermen van ‘wat gebeurd is’ en ‘de
reconstructie van het verleden’
Waarom, hoe en welke historische reconstructies?
Tweespalt tussen substantiële geschiedfilosofen (denken na over wat zijn belangrijke feiten, hoe
gaan we die ordenen, hoe vertellen we daar het belangrijkste verhaal over) en analytische
geschiedfilosofen (kijken naar hoe geven mensen vorm aan het beeld dat ze maken van de
geschiedenis: welke zaken merken ze op, welke vinden ze belangrijk)
Dus belangrijk onderscheid tussen die 2, maar gaan we in dit vak los negeren. Houden ons bezig
met de vraag wat historici onderzocht hebben, waarom en hoe maar vooral WAAROM.
TvdG is een sub-discipline van geschiedenis maar is geen populair veld binnen de
geschiedwetenschap: zorgt voor veel twijfel, onzekerheid en geeft weinig praktische handvaten
over hoe die twijfels dan moeten opgelost worden. Tis ook irrelevant en abstract (en daardoor
wordt het ook door veel historici genegeerd vandaag). Maar waarom is het wel nuttig?
1. De afbakening van geschiedenis als wetenschappelijk academisch veld en
geschiedschrijving als stiel: is geschiedenis een keiharde wetenschap? Is het een
kunst? Of ergens daartussen? Wanneer is iets geschiedenis? Was mijn ochtend
geschiedenis? En de coronapandemie? ➔ geschiedenis is wetenschappelijk in
methode: veel bronkritiek, historische reflectie, voetnoten… tis dus falsificeerbaar MAAR
literair in de presentatie van onderzoeksresultaten: t ’zijn wel verifieerbare onderzoeken,
veel interpretatie in de conclusie. Dus geschiedenis doet pogingen om
controleerbaar te zijn, maar staat altijd een beetje in conflict met het feit dat er
interpretatie mee gemoeid is
2
,Is alles veralgemeenbaar (onderzoek van de kaas en de wormen om zo maatschappij bloot te
leggen) of net het tegenovergestelde (kaas en wormen geven enkel info over 1 random molenaar
in de 16e eeuw)?
2. Het expliciet maken van de bril waarmee we naar het verleden kijken: we hebben
altijd wel een bril aan, ook al denken we van niet. Zorgen ervoor dat we misschien
bepaalde zaken in bronnen gaan zien of net niet gaan zien. Theorie van de geschiedenis
laat ons stilstaan bij de bias die we kunnen hebben (bvb het geladen woord genocide)
3. Het opbouwen van een historisch vocabulaire: inzicht krijgen in de zin / onzin van
bepaalde benaderingen + bepaalde concepten/termen begrijpen. Om assumpties en
methodes te kunnen herkennen en expliciet maken, moeten ze eerst
een naam hebben
Doelstellingen en werkvormen
- Historiografische stromingen van de jaren 1970 tot vandaag, en de veranderende kijk en
methoden van historici leren kennen = aandacht aan hoe historiografische stromingen
worstelen met fundamentele vragen over historische realiteit
- Het handboek en de hoorcolleges geven context en een leidraad
- Doen kritisch reflecteren over de link tussen verleden, geschiedschrijving en
samenleving
- Link met drie centrale spanningsvelden in theorie van de geschiedenis
- Een historisch lexicon leren kennen en gebruiken
- Perspectieven, categorieën en assumpties leren herkennen in geschiedschrijving
- Helpen nadenken over de eigen kijk op het verleden, een kritisch bewustzijn over de
veranderende rol van maatschappelijke blik
3
, 4