ZINSDELEN ENKELVOUDIGE ZIN
Onderwerp
- wie/wat + gezegde
- Het zinsdeel dat verandert als de persoonsvorm van getal verandert
(mv/ev)
Werkwoordelijk gezegde
- Alle werkwoorden in een zin (altijd de persoonsvorm)
- Handeling: iets of iemand doet iets
Meerdere persoonsvormen? meerdere gezegdes
! soms hoort ‘’aan het’’ of ‘’te’’ voor infinitief bij het ww. gezegde
(aan het fietsen, te vinden)
! soms hoort zich (me, je, zich, ons) bij het ww. gezegde -> als ww.
alleen kunnen voorkomen met zich (schamen)
! scheidbare werkwoorden belde= persoonsvorm, belde op= ww.
gezegde
Naamwoordelijk gezegde
- Werkwoorden + naamwoordelijk deel (toestand/eigenschap van het
onderwerp nu)
! Naamwoordelijk deel kan een werkwoord zijn.
Staat er een koppelwerkwoord in de zin?
- Nee? Dan is het een werkwoordelijk gezegde.
- Ja? Is het dan een toestand/eigenschap?
Ja? Naamwoordelijk gezegde
Nee? Werkwoordelijk gezegde
Tip: kijk of korte zin begrijpelijk is
Lijdend voorwerp
- Wie/wat wordt door het ow ge/be/ver… (ww)
Of wie/wat + ow + gezegde
- Ondergaat de handeling die door ww. gezegde wordt uitgedrukt
! Lijdend voorwerp zit nooit in een zin met een naamwoordelijk
gezegde
! Begint nooit met een voorzetsel
! Je benoemt zich alleen als het NIET noodzakelijk hoort bij het ww.
Meewerkend voorwerp
, - Vind je door er ‘aan’ of ‘voor’ voor te zetten of weg te laten (wees
nieuwsgierig)
Soms ook door het woord ´bij´
- Aan/voor wie (of wat) + rest van de zin?
Voorzetselvoorwerp
- Het zinsdeel dat begint met een vast voorzetsel. Dat voorzetsel
hoort bij het werkwoord en kun je niet weglaten of vervangen
- Vaak figuurlijk gebruikt (bv: rekenen op)
- Helpt nooit met een plaats of tijd aanduiden
Bijwoordelijke bepaling
- Kan op meerdere manieren iets van het gezegde zeggen: tijd
(wanneer?), plaats (waar?), modaliteit (hoe, waarmee?),
reden/oorzaak (waarom?waardoor?)
- Kan je makkelijk weglaten en het kunnen er meerdere zijn.
Bepaling van gesteldheid
- Hoe iemand zich voelt, toestand van iemand
- Dubbelverbonden bepaling, heeft namelijk betrekking op het
gezegde en op een ander zinsdeel (onderwerp of lijdend voorwerp)
! Lijkt op naamwoordelijk gezegde, gebruik de koppelwerkwoorden
Bijvoeglijke bepaling
- Altijd deel van een zinsdeel!
- Zegt iets over personen of zaken, staat voor of achter een
zelfstandig naamwoord
Welke of wat voor + zelfstandig naamwoord?
! Geen lidwoord, wel die, deze, dat etc.
ZINSDELEN SAMENGESTELDE ZIN
Samengestelde zin
- Heeft 2 of meer persoonsvormen
- Bestaat uit alleen hoofdzinnen of hoofd- en bijzinnen
Nevenschikking
- Een samengestelde zin die uit meerdere hoofdzinnen bestaat
De zinnen zijn verbonden door de voegwoorden: en, of, maar,
doch, want, dus
Onderschikking
- De ene zin is een hoofdzin en de ander is een bijzin