HOOFDSTUK 1: Wat is sociale psychologie?
= de beïnvloeding van werkelijke aanwezigheid van anderen
Heeft niet enkel te maken met groepen, maar ook sociale invloeden (invloed van anderen
mensen die een invloed heeft op onze attitudes, gedragingen, gedachten, houdingen, …)
- Persuasieve communicatie - direct: door wat andere mensen zeggen en de
pogingen van mensen om werkelijk onze mening te veranderen (Bv. Ik doe de
afwas omdat mijn mama dat heeft gezegd)
- Indirect: door de manier waarop mensen al of niet ingebeeld of werkelijk aanwezig
zijn (Bv. Peer pressure, transmissie van culturele waarden)
Experiment met groep 1 en groep 2:
1 groep zet zijn hoofd op de bank, andere groep kijkt naar de uitspraken daarna wisselen
+ juiste uitspraak aanduiden (uitspraken zijn aan elkaar tegengesteld dus er kan er maar
1 waar zijn)
Experiment
2 namen van studenten opschrijven bij 2 stellingen + daarna opschrijven wat de kans is
dat deze 2 personen bloed zullen afnemen als ze een kaart krijgen en dan als ze geen
kaart krijgen -> hierna een formule maken zie pp
- Effect van persoonlijkheid berekenen= verschil tussen iemand die waarschijnlijk
helpt en iemand die waarschijnlijk niet helpt (onderzoek= 12,5 percent)
- Effect van de situatie berekenen= verschil tussen 2 situaties waar je bij de ene
veel hulp krijgt en bij de andere geen hulp/informatie krijgt (onderzoek= 29,5
percent)
CONCLUSIE: mensen zullen het effect van de situatie hoger inschatten dan het effect
van de persoonlijkheid
MAAR: het interessante is dat veel mensen het omgekeerde zullen denken en dat de
persoonlijkheid veel groter is= fundamentele attributiefout -> DEBAT VAN DE SOCIALE
PSYCHOLOGIE
- Wat zijn de omstandigheden dat men zo reageert => gevecht tussen de
persoonlijkheidspsychologie
SOCIALE INVLOED
Hoe begrijpen we sociale invloed en sociale psychologie?
NIET:
1) Beroep doen op algemene wereldkennis: journalisten, getuigen, experten,
ervaringsdeskundigen (niet wetenschappelijk)
2) Filosofie: hoewel psychologie uit de filosofie is opgegroeid is het niet empirisch
(niet gebaseerd op gegevens)
WEL:
Op basis van wetenschappelijke gegeven -> construals= hoe mensen zelf construeren,
begrijpen, attribueren, hoe ze zelf de werkelijkheid zien -> er is geen betere manier om te
weten wat mensen gaan doen, om het hun gewoon te vragen
1
,Info komt binnen het brein -> brein gaat informatie interpreteren en kiezen wat ze gaan
doen-> sociale brein is 1 van de grootste sociale breinen (mens is een sociaal dier) en is
belangrijk geworden omdat we moesten leren samenleven (brein is werkelijk vooraan en
opzij gegroeid om sociaal te kunnen omgaan met soortgenoten) Bv. Rustig gaan zitten in
de aula en niet op een stoel vliegen
- Mensen zullen de waarheid construeren volgens hun eigen persoonlijke
interpretatie
Soms zal die fout zijn= omdat ze niet altijd besef hebben wat hun gedrag beïnvloed
(‘telling more than we can know’) -> FREUD, als je brein bewust zou zijn van alle prikkels
zou je alles te laat beseffen (Bv. Gevaar dat op je afkomt)
- Niet nuttig dat je brein alles kent, waardoor we niet alle processen kennen en
daarom zal onze persoonlijke interpretatie soms fout zijn (Bv. Vooroordelen)
Als we over filosofie en Freud beginnen is het moeilijk om te weten wie gelijk heeft -> zien
we ook in een debat tussen Descartes en Spizona
Hoe komt informatie binnen?
DESCARTES SPINOZA
Info komt binnen in de geest dan beslissen Info komt binnen en we denken altijd dat
we of iets waar of niet waar is dat waar is, soms denken we dat het niet
waar is maar we zeggen dan toch dat het
waar is
Een filosoof loste dit op door een experiment:
Mensen loste een test op (indiaans vertalen naar het Engels) -> er zat bij 1 groep een
stipje op het scherm om de redenering te onderbreken, bij de andere groep niet
CONCLUSIE: Als hij de boel onderbrak, dan begonnen mensen meer te zeggen dat het
indiaanse woord op het Engelse woord leek. Dus met andere woorden: als men het
denken onderbreekt, dan zullen meer mensen zaken als waar beschouwen -> Spinoza zal
volgens dit experiment gelijk hebben
BEGRIJPEN: we gaan waarnemen: waar…nemen -> we gaan vaker zaken als waar
beschouwen
Sociale psychologie bevindt zich tussen een aantal andere vakgebieden
- Sociologie= houdt zich bezig met maatschappelijke instellingen, instituten en
processen
- Persoonlijkheidspsychologie= sociale psychologie gaat meer kijken naar de
situatie, terwijl deze kijkt naar de individuele verschillen
DE KRACHT EN INVLOED VAN SITUATIE OP MENSEN
Experiment attributiefout:
Individuele test die nagaat of je competitief of coöperatief bent -> gemeenschap spel of
Wall Street spel, het was hetzelfde spel maar gewoon een andere naam (blauw=
coöperatief, rood= competitief + y-as is de mate van coöperatief gedrag)
CONCLUSIE: de naam van het spel heeft de grootste invloed en het maakt niet uit welke
persoon je bent
2
,We kunnen een video kijken over lift-experiment (al gezien) -> kunnen vragen over
worden gesteld
De subjectiviteit van de sociale situatie = belangrijk om rekening te houden met die
construals
Behaviorisme = klassieke conditionering -> wat in het brein gebeurt wordt verwaarloosd
Gestald psychologie= het geheel is meer dan de delen, we construeren iets (Bv. We zien
puntjes en we maken een figuur) -> we zien veel meer dan de werkelijkheid is, we maken
er ook iets van
- Het brein zal in veel situaties iets verwachten, maar het dan ook rapper
veronderstellen terwijl het niet echt is gebeurd omdat we het verwachten (we
hebben het zogezegd echt gezien)
Kurt LEWIN hoort hierbij
= Natief realisme= is the tendency to believe that your own viewpoint is the “truth” In a
conflict, you then easily believe that others are wrong and prejudiced
Wat zijn de belangrijkste factoren die sociale interpretatie beïnvloeden:
1) Zelfverheffing: de behoefte om zich positieve te voelen over zichzelf (zelfbeeld)=
mensen zien liever succes dan mislukken, ook dat je in de groep graag gezien
wordt -> status (Bv. Bij dopen zal je ze harden maken want dan wordt je status als
vereniging groter)
Die status is historisch gegroeid door de taken, belangen die je in de groep krijgt ->
sociale reputatie van je goede bijdrage aan de groep voor je zelfbeeld en om ons goed
te voelen
NADEEL: we zien de werkelijkheid te roos (maar bij falen kunnen we dat wel van ons
afschudden door het goede beeld van onszelf)
2) Dat je zo accuraat mogelijk bent: brein moet belangrijke beslissingen maken voor
gevaar te vermijden (Bv. Gevaarlijk dier) -> essentieel belang voor overleving
maar ook sociale overleving
Vroeger en nu: mensen met slechte interpretatie en brein zullen geen nakomelingen
maken
NADEEL: kan mislopen als we niet over alle informatie beschikken -> foute beslissingen
maken (Bv. Reclame) + als onze verwachtingen creëren waar de realiteit zich naar
plooit= SELF-FULFILLING PROPHECY
Sociale psychologie grijpt vooral aan op:
- Maatschappelijke problemen: basis op fundamenteel onderzoek
- Nieuwsgierigheid naar sociale processen: klinisch onderzoek, hoe kunnen we
het oplossen
Bv. Sociale breinonderzoek van de VUB -> zie les 1 pp = kleine hersenen was in 1/3 de van
alle meta onderzoeken toch actief, want mensen die schade hebben zullen sociale
3
, problemen hebben want dat is wat de kleine hersenen doen (de motoriek van sociaal
gedrag)
Autisme
Kans op autisme =
Kinderen met enkel fouten in de kleine hersenen = Kinderen met fouten in grote EN
kleine hersenen
- 1/3de van prematuren baby’s zullen later autisme hebben, met fouten in hun
kleine hersenen
- + genetisch bepaald
Nieuwe methoden voor sociaal gedrag te stimuleren= bepaalde testen die magnetisch of
elektrisch werken OF een trainingsprogramma van verhalen in de juiste volgorde te
zetten (wat dus ook vaak moeilijk is) -> al in 1 onderzoek gelukt
BYSTANDER EFFECT (Bibb Latané en John Darley)
= de mate waarin mensen geneigd zijn om te helpen, vermindert de mate in hoeveel
mensen er staan te kijken (mate van gevaar heeft wel invloed)
Geval: een vrouw (Kitty Genovese) die constant neergestoken is waar niemand hielp,
waarom gebeurt dit?
Veel experimenten gebeurt => zie video’s pp
1) Aula waar iemand neervalt, niemand helpt tot daarna 1 iemand helpt en daarna
iedereen helpt
2) Bystander - effect
3) Milgram – experiment
Hoe komt het dat mensen in de oorlog, gewoon de order volgden? (Milgram)?
Omdat het gewoonweg door de overheid wordt toegezegd -> blinde gehoorzaamheid
Bv. Experiment leraar en leerling die leert conditioneren met de schokken, hoeveel
percent gaat tot het uiterste? 65 percent… wat zouden de factoren zijn dat mensen
minder tot het uiterste gaan?
- Als ze de persoon kunnen zien aan wie ze de schokken toevoegen (10 percent
minder)
- Als de proefleider er niet zou bijstaan
- Als de proefleider minder status zou hebben
- Als ze zelf eerst de schok toegediend krijgen
- Als er meerdere leerlingen of proefleiders zijn
- Hoe meer nabij ze komen
OBEDIENCE EN CLOSENESS (cijfers niet persé kennen)
Experiment 2: verhoogde auditieve nabijheid (via luidspreker: eist stopzetting!)
Maximumschok: 62,5% Experiment 3: auditieve + visuele nabijheid Maximumschok:
40% Experiment 4: auditieve, visuele en
tactiele nabijheid (eist stopzetting en weigert hand op schokplaat te leggen)
Maximumschok: 30%
Experiment 5: vrouw of hartkwaal doet helemaal niet
Experiment 8: Geen associatie met Yale Univ: “Research Associates of Bridgeport”
4