European Law (RGBUIER003)
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Deze samenvatting bevat alle belangrijke stof voor alle weken van het vak European Law
(RGBUIER003) aan de Universiteit Utrecht in 2026.
De samenvatting bevat handige stappenplannen, overzichtjes en kernpunten per onderwerp.
Perfect om snel en gestructureerd te leren zonder alle stof opnieuw door te ploegen.
----------------------------------------------------------------------------------------------------
,INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE 2
Week 1: Introduction 3
[blauw1] 1. Inleiding en achtergrond 3
2. Doorwerking van EU-recht: Primacy, Indirecte en Directe Werking 4
3. De interne markt: Negatieve integratie, Positieve integratie en Harmonisatie 6
Week 2: EU Citizenship 9
1. Inleiding EU-Burgerschap 9
[groen1] Route 1: Vrij reizen en verblijven (Art. 21 VWEU) 10
[groen2] Route 2: Afgeleid verblijfsrecht in statische situaties (Art. 20 VWEU) 13
Verlies en verkrijging van Nationaliteit (Impact op het EU-Burgerschap) 14
Week 3: Migration in the EU 16
1. Inleiding: The Area of Freedom, Security and Justice (AFSJ) 16
[oranje1] 2. ASFJ Gemeenschappelijk immigratiebeleid (Art. 79 VWEU) 17
[oranje 2] 3. ASFJ Gemeenschappelijk asielbeleid (Art. 78 VWEU) 20
Week 4: Internal market (I): Free movement of workers 23
[geel1] 1. Schending van vrij verkeer van werknemers (art. 45 VWEU) 23
Week 5: Internal market II: Freedom of establishment & services 26
[blauw1] 1 | Services & Establishments 26
Week 7: Competition Law 1: Article 101 TFEU cartel prohibition 33
[groen1] 1 | Conditions for article 101 TFEU 33
Week 8: Competition Law II: Article 102 TFEU Abuse of dominance 38
1 | Objectives of Article 102 TFEU 38
[oranje1] 2 | Conditions for article 102 TFEU 39
-----------------------------------------------
,Week 1: Introduction
Content
1. Students will get acquainted with the principles of the internal market within the
EU, which will be explored in more detail in the following weeks of the course.
2. Students gain more insight in the relationship between European Law and national
law as studied previously during the course Inleiding Europees Recht as well as the
relationship between different sources of EU law necessary for the rest of this course.
3. Students will refamiliarize themselves with concepts like ‘supremacy’, ‘direct
effect’, ‘conform interpretation’ (also called ‘indirect effect’) and ‘harmonisation’.
Skills
1. Students learn to search for EU legal sources in preparation for their moot court
papers.
[blauw1] 1. Inleiding en achtergrond
Bronnen van EU-recht
De bronnen van EU-recht staan in hiërarchische verhouding tot elkaar; er zijn drie lagen:
● 1. Primair Unierecht (Verdragen)
○ (i) VEU: de grondslagen van de Unie
○ (ii) VWEU: de werking van de Unie, inclusief de interne markt
○ (iii) Handvest van de Grondrechten (CFR) (art. 6 VEU)
○ (iv) Algemene rechtsbeginselen (o.a. non-discriminatie, proportionaliteit)
● 2. Internationale verdragen: Verdragen die de EU heeft gesloten met derde landen
of internationale organisaties. Zij vormen een zelfstandige categorie tussen primair
en secundair recht in, en moeten in overeenstemming zijn met zowel primair als
secundair recht.
● 3. Secundair Unierecht (art. 288 VWEU)
○ Onder secundaire wetgeving valt:
■ (i) Verordeningen: algemene strekking, verbindend in al hun
onderdelen, rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat — geen
omzetting nodig (transposition ban)
■ (ii) Richtlijnen: verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat,
maar laten de vorm en middelen aan de lidstaat; vereisen
implementatie in nationaal recht
■ (iii) Besluiten: verbindend voor degene tot wie zij zijn gericht
■ (iv) Aanbevelingen en adviezen: niet juridisch bindend, maar kunnen
sturend zijn voor interpretatie
○ Secundaire wetgeving wordt onderverdeeld in:
■ A. Wetgevingshandelingen: aangenomen via de gewone of
bijzondere wetgevingsprocedure (art. 288 jo. 289 VWEU)
■ B. Niet-wetgevingshandelingen: gedelegeerde en
uitvoeringshandelingen
● 4. Soft law (niet-bindend): Beleidsrichtlijnen, gedragscodes, resoluties en
aanbevelingen. Niet juridisch bindend, maar kunnen relevant zijn voor interpretatie
● EXTRA: Rechtspraak van het Hof van Justitie (CJEU):
○ Dit is een zelfstandige rechtsbron die twee functies vervult:
, ■ (i) enerzijds interpreteert het Hof de verdragen en de wetgeving
(rechtsvormende functie),
■ (ii) anderzijds toetst het wetgeving aan de verdragen op legaliteit.
○ De rechtspraak werkt dus zowel omlaag (implementatie) als omhoog
(legaliteitstoetsing).
Bijzonder kenmerk van de interne markt
Het VWEU bevat directe verbods- en gebodsnormen voor de interne markt, wat atypisch is
voor het EU-recht. In andere beleidsterreinen (bijv. milieu, volksgezondheid) ontbreken zulke
directe verdragsbepalingen en is de EU afhankelijk van wetgeving. Concrete
verdragsartikelen voor de interne markt zijn:
● art. 28 VWEU (douane-unie, vrij goederenverkeer)
● art. 34 VWEU (verbod op kwantitatieve invoerbeperkingen en maatregelen van
gelijke werking)
● art. 45 VWEU (vrij verkeer van werknemers)
● art. 56 VWEU (verbod op beperkingen van het vrij verrichten van diensten)
● art. 102 VWEU (verbod op misbruik van een machtspositie).
2. Doorwerking van EU-recht: Primacy, Indirecte en Directe
Werking
Wanneer een individu zich voor de nationale rechter op EU-recht wil beroepen, moet worden
vastgesteld hoe het EU-recht in de nationale rechtsorde doorwerkt.
Stap 1: Toetsing aan de voorrangsregel (Primacy)
● Botst het nationaal recht met EU-recht? Zo ja, dan heeft het EU-recht voorrang. De
nationale rechter moet strijdig nationaal recht buiten toepassing laten
○ Let op: buiten toepassing verklaren is iets anders dan nietig verklaren
● [niet voorgeschreven] Costa v ENEL: Lidstaten hebben een deel van hun
soevereiniteit overgedragen aan de EU. Strijdig nationaal recht moet buiten
toepassing worden gelaten. Dit geldt voor verdragen, maar ook voor wetgeving en
rechtspraak van het HvJEU.
Stap 2: Indirecte Werking (Conforme Interpretatie)
[Probeer bij richtlijnen altijd eerst de conforme interpretatie, daarna pas directe werking]
● Als directe werking niet mogelijk is, dan is de nationale rechter verplicht het
nationale recht zoveel mogelijk uit te leggen in het licht van de tekst en het doel
van de EU-richtlijn.
1. Voorbeeld: Bij richtlijnen in een geschil tussen twee private partijen
(horizontale situatie) is directe werking uitgesloten.
2. [niet voorgeschreven] Von Colson & Kamann: De verplichting tot conforme
interpretatie is hier voor het eerst vastgesteld.
3. [niet voorgeschreven] Marleasing: De verplichting geldt voor alle nationale
wetgeving, ongeacht of deze vóór of ná de richtlijn is aangenomen.
● Twee verplichtingen vloeien voort uit conforme interpretatie:
1. A. Positieve plicht (positive duty): nationaal recht actief in lijn brengen met
de doelstelling van de richtlijn