MAW samenvatting hoofdstuk 3 en 4
3.1 Cultuur
Cultuurelementen
Cultuur bestaat uit elementen die mensen met elkaar delen en doorgeven aan de volgende
generatie.
Instituties bij een cultuur
1 waarden: idealen zoals gelijkheid en vrijheid
2 opvattingen: ideeën zoals islamietische of linkse
3 voorstellingen: beelden, verhalen en ideeën over een oorlog
4 uitdrukkingsvormen: symbolen
5 normen: regels
6 instituties: gedragsregels bijvoorbeeld niet seks tot het huwelijk
Materiële aspecten: tastbaar zoals symbolen, taal of kunst
Immateriële aspecten: kan je niet meteen zien, maar zijn wel belangrijk voor iemand zijn gedrag
Dominante cultuur: elementen in cultuur op gebied van taal, economie en politiek. Zijn regels en
daar houdt iedereen zich standaard aan.
Subculturen: kleinere culturen die passen in de dominante cultuur.
Tussencultuur: migranten die Nederlander worden hebben een tussencultuur tussen hun eigen
cultuur en de Nederlandse cultuur.
Als je niet bij de dominante cultuur wil horen: Tegencultuur
3.2 Nature-nurture
Aangeboren = nature: het is je natuur dus bijvoorbeeld je DNA/genen
Aangeleerd = nurture: je cultuur is van invloed wat je aanleert
3.3 Dimensies van Hofstede
Cultuurverschillen zijn op verschillende niveaus zichtbaar
Microniveau: gezinnen/familie
Mesoniveau: school/werk
Macroniveau: gezondheidszorg, consumentengedrag en politiek en geloof
3.1 Cultuur
Cultuurelementen
Cultuur bestaat uit elementen die mensen met elkaar delen en doorgeven aan de volgende
generatie.
Instituties bij een cultuur
1 waarden: idealen zoals gelijkheid en vrijheid
2 opvattingen: ideeën zoals islamietische of linkse
3 voorstellingen: beelden, verhalen en ideeën over een oorlog
4 uitdrukkingsvormen: symbolen
5 normen: regels
6 instituties: gedragsregels bijvoorbeeld niet seks tot het huwelijk
Materiële aspecten: tastbaar zoals symbolen, taal of kunst
Immateriële aspecten: kan je niet meteen zien, maar zijn wel belangrijk voor iemand zijn gedrag
Dominante cultuur: elementen in cultuur op gebied van taal, economie en politiek. Zijn regels en
daar houdt iedereen zich standaard aan.
Subculturen: kleinere culturen die passen in de dominante cultuur.
Tussencultuur: migranten die Nederlander worden hebben een tussencultuur tussen hun eigen
cultuur en de Nederlandse cultuur.
Als je niet bij de dominante cultuur wil horen: Tegencultuur
3.2 Nature-nurture
Aangeboren = nature: het is je natuur dus bijvoorbeeld je DNA/genen
Aangeleerd = nurture: je cultuur is van invloed wat je aanleert
3.3 Dimensies van Hofstede
Cultuurverschillen zijn op verschillende niveaus zichtbaar
Microniveau: gezinnen/familie
Mesoniveau: school/werk
Macroniveau: gezondheidszorg, consumentengedrag en politiek en geloof