HOOFDSTUK 1: MUZIEK IN DE KLEUTERKLAS
1.1 DE MUZIKALE OMGEVING VAN DE KLEUTER
Baby’s zijn van nature gevoelig voor muziek en komen er al vroeg mee in contact via hun omgeving. Muziek
wordt zowel gebruikt om kinderen tot rust te brengen als om plezier te maken.
Vanaf de schooltijd wordt hun muzikale ontwikkeling verder gestimuleerd, waarbij de leerkracht een
belangrijke rol speelt. Die biedt een breed aanbod aan muziek en activiteiten, zoals zingen, instrumenten
bespelen, luisteren en bewegen op muziek. Kleuters ervaren muziek met al hun zintuigen, en een
gevarieerd aanbod helpt hen zich muzikaal volledig te ontwikkelen.
1.2 KLEUTERKENMERKEN
1.2.1 FANTASIE
In de kleuterperiode is de grens tussen fantasie en werkelijkheid nog niet zo duidelijk.
Fantasie is voor kleuters een ideaal middel om muziek beter te begrijpen. Door fantasie te gebruiken,
brengen we muziek dichter bij de leefwereld van de kleuter. Muziek omgezet in fantasiebeelden wordt een
kleuter veel concreter.
Voorbeeld:
Beweeg als een slak bij trage muziek
Vlieg als een bij, bij vlugge muziek
Maak je zo groot als een olifant bij luide muziek
Maak je zo klein als een muisje bij stille muziek
Sta stil als een standbeeld als de muziek niet klinkt
…
Naast losse fantasiemomentjes kunnen we fantasie ook bekijken als een totaalplaatje. We zingen een
lied over een ridder (muziek), en daarna gaan we ridders van klein naar groot sorteren (wiskunde – initiatie)
om dan een verhaal te horen over de ridder (taal). Voor een kleuter gaat dit niet om muziek, wiskunde en
taal, maar over een ridder.
1.2.2 SPELENDERWIJS LEREN EN EXPERIMENTEREN
Wat kinderen zelf ontdekken, onthouden ze beter. Kleuters leren al spelend. Ze ontdekken door van alles
uit te proberen: ze experimenteren met hun gevoeligheid voor alle mogelijke zintuigen.
Taak van de leerkracht de kleuters de juiste materialen, de juiste omgeving en de juiste ‘spelregels’ aan
te bieden.
1.2.3 DE LEERKRACHT ALS VOORBEELD
Heel jonge kinderen leren vooral door te kijken en na te bootsen. Omdat ze nog niet alles begrijpen via
taal, zijn voordoen en meedoen als leerkracht essentieel om hen te helpen de informatie te begrijpen en
onthouden.
1.2.4 EGOCENTRISCHE OF SOCIALE OMGEVING
Jonge kinderen hebben het vaak moeilijk om samen te spelen en rekening te houden met anderen, omdat
ze vooral op zichzelf gericht zijn. Bij het zingen merken ze bijvoorbeeld niet wanneer een ander kind te
vroeg of te laat inzet. Tegen het einde van de tweede kleuterklas verandert dit: ze worden minder
egocentrisch, leren van elkaar, imiteren elkaar en beseffen dat ze deel uitmaken van een groep.
,1.2.5 EEN KLEUTER ZIT NIET STIL
Bij de minste motivatie komt hun bewegingsdrang naar boven. Daar kunnen we met muzikale activiteiten
gebruik van maken: muziek en bewegen horen bij elkaar.
Als leerkracht moet je niet een goede danser(es) zijn, maar moet je tegemoetkomen aal de
bewegingsdrang van de kinderen end at je deze bewegingsdrang optimaal verbindt met muzikale
activiteiten.
1.2.6 KLEUTERZAPPEN: DE CONCENTRATIE IS OP!
Bij muzikale activiteiten houden we rekening met de tijdspanne waarbinnen een kleuter zich optimaal kan
concentreren.
Zorg ervoor dat je vlug genoeg overgaat van de ene naar de andere werkvorm en van de ene naar de
andere activiteit.
Peuters en jongste kleuters: activiteiten duren best niet langer dan 10 – 15 minuten.
Oudste kleuters: niet langer dan 20 minuten.
1.2.7 HERHALING
Herhaling geeft de kleuters een gevoel van geborgenheid, veiligheid, herkenning.
In herhaling ontdekken ze vaak nieuwe elementen. De kleuters leren bij, hun geheugen krijgt de kans om
nieuwe gegevens op te slaan.
1.2.8 MUZIEK ALS KLEUTERVUURWERK
Kleuters hebben weinig tijdsbesef, maar door vaste liedjes bij bepaalde momenten krijgen ze meer inzicht
in het verloop van de dag en week.
Voorbeeld:
Goedemorgen lied dan weten de kleuters dat we net binnen zijn in de klas
Opruimlied als het bijna middag is
Tot ziens maar weer als de schooldag om is
1.2.9 NIEUWSGIERIGE KLEUTERS – KIJKRUIMTE
De kleuters zijn steeds heel actief bezig met muziek.
Bij jonge kleuters werken in kleine groepen om organisatorische redenen.
Andere kleuters komen een kijkje nemen (van nature nieuwsgierig).
Voorzie een kijkruimte maak dat duidelijk, baken de ruimte af, zet een kijkbankje. Dat kan ook bij de
muziekhoek.
1.3 MUZIEK EN DE ALGEMENE ONTWIKKELING
Muziek is een uitgelezen middel om de algemene ontwikkeling van de kleuters te stimuleren.
1.3.1 ONTWIKKELING VAN DE OMGEVING
Muziekactiviteiten met kleuters stimuleren hun creativiteit en sluiten vaak aan bij hun dagelijkse
leefwereld en omgeving: het weer, het verkeer, de natuur, familie, …
1.3.2 SOCIALE ONTWIKKELING
Door muziek te maken, leren de kleuters om samen dingen te doen tot interactie komen met elkaar
, 1.3.3 EMOTIONELE ONTWIKKELING
Tijdens muzikale activiteiten drukken kleuters hun gevoelens vaak speels uit, ze geven vorm aan hun
belevingswereld.
Met kleuters kunnen we tijdens muzikale activiteiten ook nadenken en praten over hun eigen (muzische)
uitingen en die van anderen. Hierbij komen we tot de link tussen muziek maken en het verwoorden van
hoe ze muziek maakten.
1.3.4 DENKONTWIKKELING
Door muziek kunnen kleuters de kennis en ervaringen die ze opdeden creatief voorstellen:
Ze kunnen de slaginstrumenten sorteren
Ze herkennen pictogrammen van instrumenten, ze halen het juiste instrument erbij, benoemen
het en spelen erop
Ze herkennen vlugge en trage muziek en uiten dir door vlug of traag te tekenen wanneer ze de
respectievelijke muziek horen
Ze zetten zelf klanken om in pictogrammen
1.3.5 MOTORISCHE ONTWIKKELING
Door muziek te combineren met beweging leren kleuters hun beweging afstemmen op tijd, ruimte en
kracht, gekoppeld aan muzikale elementen zoals melodie, ritme, klankkleur, klanksterkte, harmonie en
vorm.
1.3.6 ZINTUIGELIJKE ONTWIKKELING
Door muziek zullen kleuters actief exploreren met 3 zintuigen: voelen, kijken en luisteren deze worden
verder ontwikkeld door muziek:
Kijken: kleuters kunnen instrumenten onderscheiden, herkennen en betekenis aan geven
Kijken: kleuters kunnen zien welke eigenschappen de instrumenten hebben
Luisteren: kleuters doen ervaringen op rond wat ze horen
Luisteren: kleuters doen ervaring op rond waardoor een geluid veroorzaakt wordt
Luisteren: kleuters doen ervaringen op rond uit welke richting het geluid komt
Luisteren: kleuters doen ervaringen op rond hoe het geluid klinkt
Voelen: kleuters doen ervaringen op rond hoe dingen voelen
Voelen: kleuters doen ervaringen op rond waaruit iets gemaakt is
Voelen: kleuters doen ervaring op over welke vorm iets heeft
1.3.7 MUZISCHE ONTWIKKELING
Door muziek gaan kleuters kennis en ervaringen creatief voorstellen.
Door in muziek ondergedompeld te worden, gaan kleuters:
Ontdekken dat materialen en instrumenten kunnen helpen om zich te uiten
Ten volle genieten van de eigen kunstzinnige uitingen en die van anderen
Genieten van kunstzinnige expressies zoals musical, theater, … in de school en buiten de school
De eigenschappen van geluiden en de verschillen tussen de geluiden ontdekken