FUNCTIE VAN HET HART IN DE CV STELSEL
Hart= motor
Twee soorten cellen:
- Hartspiercellen: samentrekken = kleiner worden van compartiment en daardoor
gaat het bloed doorstromen
Hartspiercel wacht op impuls
- Geleidende cellen: geven prikkels af aan de hartspier, daardoor trekken de
vezels samen en wordt het bloed verder gestuwd in beide circulaties tegelijkertijd
Hart: vier compartimenten: links rechts (O rijk en O arm) boven en onder, gescheiden
door kleppen
Hart heeft sinusknoop: vuurt regelmatig af (gas en rempedaal)
Hart slaat sneller ifv de nood:
➡ sinusknoop slaat oiv de n. accelerante
Hart slaat trager als de situatie het toelaat (Vb slaap)
➡ sinusknoop slaat trager oiv de n. Vagus
Sensoren die meten de “nood aan zuurstof” obv deze informatie (sensoriek) wordt de
frequentie van de hartslag bepaald
> Doel: cel te laten overleven via het transportmedium: bloed
Aanvoer: zuurstof & voedingsstoffen
Afvoer: afvalstoffen
Hoe: door ‘verversing van de interstitiële vloeistof’ via ‘diffusie met de
bloedvaten’
> Hart = motor, deze laat het bloed rond stromen in het gehele lichaam
2 circulaties waardoor het bloed beurtelings circuleert
Longcirculatie of de kleine circulatie (ophalen van zuurstof en
afstaan van CO2)
Lichaamscirculatie of de grote circulatie (doorstoom bloed naar en
van alle organen in het lichaam)
Elke circulatie start en eindigt in het hart (8-vorm voor de totale
bloeddoorstroom)
> Bloedvaten = soorten buizen
, Arteriën: vervoer van bloed van hart naar orgaan
= efferente vaten (van het hart weg)
Venen: vervoer van bloed van orgaan naar het
hart = afferente vaten (naar het hart toe)
Capillairen: uitwisselingsvaten tussen inhoud
bloedbaan en interstitiële ruimte
SOORTEN BLOEDVATEN IN (LICHAAMS) CIRCULATIE
➡ Zelfde principe in de longcirculatie
HART
, POSITIONERING IN DE BORSTHOLTE
Ligging van het hart:
In mediastinum (is de ruimte tussen de longen)
Ventraal, achter het sternum
Dubbelzijdig vlies (weivlies) rond het hart: pericardium
Pariëtale pericardium (buitenste laag, vezelige laag) = collagene vezels,
zorgt voor stabilisatie met andere structuren
Viscerale pericardium (andere benaming is epicardium, binnenste laag,
sereuze laag) = is vergroeid met de hartspier
Pericardiale holte: bevat 15-50 ml vocht, afkomstig van het viscerale
pericardium
Is glijmiddel zodat beide lagen niet kunnen “uitslijten” ten opzichte van
elkaar, voorkomt schuren
UITWENDIGE ANATOMIE
12,5 cm lang