Inleiding Organisatiekunde
Interne Analyse – 7S-Model
Op basis van: Loek ten Berge & Marco Oteman
HBO Bedrijfskunde – Interne Analyse
,Hoofdstuk 1 – Inleiding
1.1 Wat is een organisatie?
Een organisatie is een doelgericht samenwerkingsverband. Organisaties zijn er in allerlei vormen,
maar ze delen allemaal het kenmerk dat mensen samenwerken om een bepaald doel te bereiken.
Bedrijven vs. Overige organisaties
Type Kenmerk Voorbeelden
Profitbedrijven Afhankelijk van klanten; nastreven Philips, Douwe Egberts, particuliere
van winst school
Non-profitbedrijven Afhankelijk van klanten; geen Ziekenhuis, openbare school,
winstoogmerk ministerie
Overige Niet afhankelijk van klanten; richten Sportvereniging, kerk
organisaties zich op leden
Rechtsvormen
Organisaties kunnen juridisch worden ingedeeld op basis van rechtspersoonlijkheid:
• Zonder rechtspersoonlijkheid: eenmanszaak, maatschap, VOF, commanditaire
vennootschap
• Met rechtspersoonlijkheid: BV, NV, vereniging, coöperatie, onderlinge
waarborgmaatschappij, stichting
Belangrijk verschil: Een rechtspersoon kan niet privé worden aangesproken bij faillissement.
Een niet-rechtspersoon wél.
Samenwerkingsvormen
Vorm Wat gebeurt er?
Fusie Na samenvoeging ontstaat een geheel nieuwe organisatie
Overname De overgenomen organisatie verdwijnt
Joint Venture Organisaties blijven zelfstandig; brengen samen vermogen in een
nieuw bedrijf
Strategische Samenwerking op een deelgebied, met behoud van zelfstandigheid en
samenwerking identiteit
1.2 Wetenschappelijke stromingen
De eerste aanzet tot moderne organisaties werd gegeven tijdens de Eerste Industriële Revolutie.
Vier stromingen zijn daarna bepalend geweest:
1. Scientific Management ('organisatie zonder mensen')
Frederick Taylor ontwikkelde een kwantitatieve benadering waarbij efficiency centraal staat. De
lopende band werd geïntroduceerd en prestatiebeloning ingevoerd.
, • Rationele benadering van organisaties
• Vergaande taakverdeling en specialisatie
• Henri Fayol: managers plannen, organiseren, coördineren en controleren
• Max Weber: bureaucratische organisatie – onpersoonlijke werkrelaties, regels en
procedures, eenheid-van-bevelprincipe (1 medewerker = 1 baas)
Kerngedachte: Werknemers zijn rationele wezens die door geldprikkels tot hogere productiviteit
worden gebracht.
2. Human Relations ('mensen zonder organisatie')
Reactie op het starre Scientific Management. De Hawthorne-experimenten toonden aan dat sociale
aspecten minstens zo belangrijk zijn als rationele overwegingen.
• Meer aandacht voor intermenselijke verhoudingen
• Organisaties nog gezien als gesloten systemen (weinig omgevingsinvloed)
3. Revisionisme ('mensen en organisatie')
Integratie van Scientific Management en Human Relations. Aandacht voor zowel efficiency als
menselijke behoeften.
• Herzberg: werkstructurering (taakverruiming, -verrijking, -roulatie)
• Maslow: hiërarchie van behoeften
• McGregor: Theorie X (mensen willen niet werken) vs. Theorie Y (mensen zijn creatief en
verantwoordelijk)
4. Systeemtheorie & Contingentiebenadering (open systeem)
Organisaties worden sterk bepaald door hun omgeving (open systeem). Er is geen één beste
manier van organiseren – het hangt af van de situatie.
• Mintzberg: Configuratietheorie – de omgeving bepaalt de structuur
• Porter: Vijfkrachtenmodel – concurrentie- en marktanalyse
• Hammer: Business Process Redesign & zelfsturende medewerkers
1.3 Constituerende vs. Dirigerende beslissingen
Soort beslissing Wie neemt ze? Aard
Constituerende Topmanagement Strategisch – scheppen kader (budget,
beslissingen doelstellingen, strategieën)
Dirigerende beslissingen Lager management Operationeel – uitvoering binnen het kader
1.4 Het 7S-Model – Overzicht
Het 7S-model van McKinsey is het centrale analysemodel in dit vak. Het bestaat uit zeven onderling
samenhangende elementen:
S Element Kernvraag (interview)
Strategie Strategy Naar welke doelen streeft de organisatie?
Structuur Structure Hoe zijn de taken verdeeld en wie is bevoegd?
Systemen Systems Welke processen zijn er en hoe werken ze?