Nieuwe Media
Week 1:
Teleological Accounts of Media, Genealogical Theory of History, Technological Imaginary,
Digital, Interactivity, Hypertext, Networked, Virtual, Simulation, Affordance
- New Media, Lister et. Al
Media is een verzamelnaam voor communicatiemedia en gespecialiseerde en afzonderlijke
instellingen/organisaties waarin mensen werken. Gedrukte media/pers, fotografie,
reclame, cinema, omroep, uitgeverijen etc. + culturele & materiële producten van de
instellingen.
Nieuwe media hebben positieve connotaties:
1. Baanbrekend, wereldwijde historische verandering
2. “Nieuw” is utopisch en heeft een positieve ideologische lading
3. Nuttige/inclusieve verzamelterm voorkomt dat nieuwe media wordt gereduceerd
tot technische/gespecialiseerde termen.
Ideologische connotatie: nieuw = beter, cutting edge & avant-garde. Geworteld in
modernistisch geloof in sociale vooruitgang (in conservatieve zin: nieuw is niet altijd beter)
Nieuw is sociale vooruitgang: meer effectieve productie, betere educatie, betere en meer
communicatie, meer politieke agency, nieuwe kansen om creatief te zijn. (Teleologie)
- Nieuwe media = inclusief! Voorbij de abstractheid en algemeenheid kijken, media
begrijpen in hun variatie en meervoudigheid.
- Digitale media = limiterend suggereert breuk tussen analoog en digitaal.
Affordances: waargenomen en feitelijke eigenschappen van een object die bepalen hoe het
object makkelijk gebruikt kan worden. Het is belangrijk de materiele eigenschappen van
technologie te erkennen. De focus op materialiteit maakt vaak verborgen politieke en
economische machtsstructuren zichtbaar.
Wat maakt nieuwe media nieuw? Affordances nieuwe media:
1. Digital: fysieke inputs worden omgezet in binaire code, data storage, data access, data
manipulation (dematerialisatie).
2. Interactive: rol van consument verschuift van passieve kijker naar actieve gebruiker,
meer macht en keuze aan de kant van de gebruiker.
3. Hypertext: niet-lineaire koppelingen tussen teksten of algemene media
1945: Vannevar Bush creert de Memex om informatie op te slaan, Ted Nelson
heeft dit verder vormgegeven door “Hypertext” te introduceren. Dit heeft uiteindelijk
de basis van de structuur van het wereldwijde web gelegd.
4. Networked: verschuiving van massaproductie naar verspreiding via netwerken.
Consumptie, distributie, productie
5. Virtual: virtuele werelden en identiteiten gecreëerd door digitale technologieën.
6. Simulation: een nabootsing van een dynamisch systeem met eigen regels.
,De ontwikkeling van nieuwe media brengt met zich mee:
- Technological imaginary (Technologische verbeelding): sociale en psychologische
verlangen naar een betere en complete maatschappij geprojecteerd op de ontwikkeling
van een nieuw mediaproduct. (Dissatisfaction hopes technology)
- Moral Panic (Morele paniek): sociale en psychologische angst geprojecteerd op de
ontwikkeling van een nieuw mediaproduct. (Satisfaction fears technology)
Teleologische geschiedschrijving = verklaart het verleden als bewuste voorbereiding op het
heden. Historische gebeurtenissen zouden gebeurd zijn met het heden als doel. Het gaat dus
om een lineair proces wat naar een einddoel toe werkt. Oude media worden “primitieve
versies” van de meer perfecte, nieuwe media. Het verleden is enkel een minder ontwikkeld
stadium in een lineair en logisch ontwikkelingsproces richting de toekomst. Maar…
- Het berust op een vast geloof in vooruitgang.
- Het kan geen verklaring bieden voor tegenstrijdige of toevallige ontwikkelingen.
- Bepalen van het doel is erg selectief.
- Individuen/groepen/maatschappijen gebruiken technologie op andere manieren, dus er
is nooit 1 geschiedenis.
Genealogische methode = presenteert geschiedenis als een web van verbindingen. Er vindt
resonantie tussen gebeurtenissen plaats. (Foucault)
- Remediatie als vorm van genealogie
- Media-archeologie
Week 2:
Technological Determinism, Physicalism, Social Constructivism, Humanism, Remediation
- New Media, Lister et. Al
- The Medium is the Message, Marshall McLuhan
- Technology and the Society, Raymond Williams
Hoe moeten we nieuwe media bestuderen?
1. Formele karakteristieken
- Technologisch materiaal, hardware, platform, code, functionele affordances
- Betekenis gevende teksten, zichtbare onderdelen van media
Physicalism = benadering die prioriteit geeft aan de materiële en fysieke aspecten
van technologie.
2. Productie en gebruik
- Productie (en distributie): inkomstenmodellen, machtsstructuren, historische
contexten
- Gebruik: betekenis geven, consumptie, toepassing in dagelijks leven
Humanisme: theoretische en politieke benadering die de menselijke rede als
centrale bron van alle waarde beschouwt.
3. Rol in lokale en globale processen
- Sociaal: identiteitsconstructie, gemeenschappen vormen, communicatie, relaties
- Cultureel: visuele cultuur, ‘oude’ media, representatie (van minderheden), uitdrukking
, - Politieke-economisch: globalisatie, neoliberalisme, inkomstenmodellen,
markttoegang, productiemogelijkheden, polarisatie, populisme
2 benaderingen op de ontwikkeling van media: (2 van de 4 methodologieën/benaderingen)
McLuhan: Technologisch determinisme (TD) Williams: Sociaal constructivisme (SC)
Technologische ontwikkeling is de drijfveer Technologieën worden ontwikkeld om sociale
achter maatschappelijke, culturele, en behoeften te vervullen. Nieuwe media
historische veranderingen. De materiele aard veroorzaken zelf geen radicale veranderingen,
van technologie is belangrijk. dat ligt aan de
verantwoordelijkheid/zeggenschap van de mens
(agency).
Nadruk leggen op causaliteit (causality) in Nadruk leggen op eigen inbreng (agency) in
plaats van op eigen inbreng (agency). plaats van op causaliteit (causality). Agency is
3 theses volgens Lister et. Al: bijna alleen herkenbaar in mensen
1. Extension: technologieën zijn een technologie doet niets zonder mensen.
fysieke of zintuigelijke uitbreiding van Technologie is geen machine die bepaalde
het menselijk lichaam. effecten bepaalt/veroorzaakt. Het is een
2. Environmental: remediation de hulpmiddel waarmee we sociaal-culturele
inhoud van een medium is altijd een verandering kunnen bereiken.
ander medium. Op deze manier vormen
de technologische hulpmiddelen de
nieuwe natuur waar wij in leven.
3. Anti-content: de inhoud heeft minder
invloed op ons dan het medium zelf
(Medium is the Message!)
4 mediaculturen volgens McLuhan: Mobiele privatisering:
1. Orale cultuur: gehoor was belangrijk, Dit is een combinatie van groeiende fysieke
alfabet ontstond mobiliteit, maar tegelijk ook een terugtrekking in
2. Literaire cultuur: combinatie van oor en het geprivatiseerde leven. Door de komst van
oog, schrift media technologieën kun je contact houden met
3. Printcultuur: productie van tekst zorgde de buitenwereld zonder daadwerkelijk je
voor dominantie visueel zintuig privésfeer te verlaten.
4. Elektronische cultuur: tv, computers,
zintuigelijke harmonie.
Week 3:
Virtual, Simulation, Verisimilitude, Indexicality, Photorealism, Hyperrealism, Deep Fake
- New Media, Lister et. Al
- The Tension of Deepfakes, Jacobsen & Simpson
Virtual Reality = Een wezenlijke vorm van realiteit zonder fysieke vorm. Het is geen illusie
want het heeft wel materiele technologieën en tastbare gevolgen in de wereld. (Winston)
- Feasability: Nieuwe technologieën vinden hun oorsprong in algemene
wetenschappelijke kennis (haalbaarheid).
- Idealisation: Op basis van deze kennis ontstaan prototypes (ideeënvorming).
Week 1:
Teleological Accounts of Media, Genealogical Theory of History, Technological Imaginary,
Digital, Interactivity, Hypertext, Networked, Virtual, Simulation, Affordance
- New Media, Lister et. Al
Media is een verzamelnaam voor communicatiemedia en gespecialiseerde en afzonderlijke
instellingen/organisaties waarin mensen werken. Gedrukte media/pers, fotografie,
reclame, cinema, omroep, uitgeverijen etc. + culturele & materiële producten van de
instellingen.
Nieuwe media hebben positieve connotaties:
1. Baanbrekend, wereldwijde historische verandering
2. “Nieuw” is utopisch en heeft een positieve ideologische lading
3. Nuttige/inclusieve verzamelterm voorkomt dat nieuwe media wordt gereduceerd
tot technische/gespecialiseerde termen.
Ideologische connotatie: nieuw = beter, cutting edge & avant-garde. Geworteld in
modernistisch geloof in sociale vooruitgang (in conservatieve zin: nieuw is niet altijd beter)
Nieuw is sociale vooruitgang: meer effectieve productie, betere educatie, betere en meer
communicatie, meer politieke agency, nieuwe kansen om creatief te zijn. (Teleologie)
- Nieuwe media = inclusief! Voorbij de abstractheid en algemeenheid kijken, media
begrijpen in hun variatie en meervoudigheid.
- Digitale media = limiterend suggereert breuk tussen analoog en digitaal.
Affordances: waargenomen en feitelijke eigenschappen van een object die bepalen hoe het
object makkelijk gebruikt kan worden. Het is belangrijk de materiele eigenschappen van
technologie te erkennen. De focus op materialiteit maakt vaak verborgen politieke en
economische machtsstructuren zichtbaar.
Wat maakt nieuwe media nieuw? Affordances nieuwe media:
1. Digital: fysieke inputs worden omgezet in binaire code, data storage, data access, data
manipulation (dematerialisatie).
2. Interactive: rol van consument verschuift van passieve kijker naar actieve gebruiker,
meer macht en keuze aan de kant van de gebruiker.
3. Hypertext: niet-lineaire koppelingen tussen teksten of algemene media
1945: Vannevar Bush creert de Memex om informatie op te slaan, Ted Nelson
heeft dit verder vormgegeven door “Hypertext” te introduceren. Dit heeft uiteindelijk
de basis van de structuur van het wereldwijde web gelegd.
4. Networked: verschuiving van massaproductie naar verspreiding via netwerken.
Consumptie, distributie, productie
5. Virtual: virtuele werelden en identiteiten gecreëerd door digitale technologieën.
6. Simulation: een nabootsing van een dynamisch systeem met eigen regels.
,De ontwikkeling van nieuwe media brengt met zich mee:
- Technological imaginary (Technologische verbeelding): sociale en psychologische
verlangen naar een betere en complete maatschappij geprojecteerd op de ontwikkeling
van een nieuw mediaproduct. (Dissatisfaction hopes technology)
- Moral Panic (Morele paniek): sociale en psychologische angst geprojecteerd op de
ontwikkeling van een nieuw mediaproduct. (Satisfaction fears technology)
Teleologische geschiedschrijving = verklaart het verleden als bewuste voorbereiding op het
heden. Historische gebeurtenissen zouden gebeurd zijn met het heden als doel. Het gaat dus
om een lineair proces wat naar een einddoel toe werkt. Oude media worden “primitieve
versies” van de meer perfecte, nieuwe media. Het verleden is enkel een minder ontwikkeld
stadium in een lineair en logisch ontwikkelingsproces richting de toekomst. Maar…
- Het berust op een vast geloof in vooruitgang.
- Het kan geen verklaring bieden voor tegenstrijdige of toevallige ontwikkelingen.
- Bepalen van het doel is erg selectief.
- Individuen/groepen/maatschappijen gebruiken technologie op andere manieren, dus er
is nooit 1 geschiedenis.
Genealogische methode = presenteert geschiedenis als een web van verbindingen. Er vindt
resonantie tussen gebeurtenissen plaats. (Foucault)
- Remediatie als vorm van genealogie
- Media-archeologie
Week 2:
Technological Determinism, Physicalism, Social Constructivism, Humanism, Remediation
- New Media, Lister et. Al
- The Medium is the Message, Marshall McLuhan
- Technology and the Society, Raymond Williams
Hoe moeten we nieuwe media bestuderen?
1. Formele karakteristieken
- Technologisch materiaal, hardware, platform, code, functionele affordances
- Betekenis gevende teksten, zichtbare onderdelen van media
Physicalism = benadering die prioriteit geeft aan de materiële en fysieke aspecten
van technologie.
2. Productie en gebruik
- Productie (en distributie): inkomstenmodellen, machtsstructuren, historische
contexten
- Gebruik: betekenis geven, consumptie, toepassing in dagelijks leven
Humanisme: theoretische en politieke benadering die de menselijke rede als
centrale bron van alle waarde beschouwt.
3. Rol in lokale en globale processen
- Sociaal: identiteitsconstructie, gemeenschappen vormen, communicatie, relaties
- Cultureel: visuele cultuur, ‘oude’ media, representatie (van minderheden), uitdrukking
, - Politieke-economisch: globalisatie, neoliberalisme, inkomstenmodellen,
markttoegang, productiemogelijkheden, polarisatie, populisme
2 benaderingen op de ontwikkeling van media: (2 van de 4 methodologieën/benaderingen)
McLuhan: Technologisch determinisme (TD) Williams: Sociaal constructivisme (SC)
Technologische ontwikkeling is de drijfveer Technologieën worden ontwikkeld om sociale
achter maatschappelijke, culturele, en behoeften te vervullen. Nieuwe media
historische veranderingen. De materiele aard veroorzaken zelf geen radicale veranderingen,
van technologie is belangrijk. dat ligt aan de
verantwoordelijkheid/zeggenschap van de mens
(agency).
Nadruk leggen op causaliteit (causality) in Nadruk leggen op eigen inbreng (agency) in
plaats van op eigen inbreng (agency). plaats van op causaliteit (causality). Agency is
3 theses volgens Lister et. Al: bijna alleen herkenbaar in mensen
1. Extension: technologieën zijn een technologie doet niets zonder mensen.
fysieke of zintuigelijke uitbreiding van Technologie is geen machine die bepaalde
het menselijk lichaam. effecten bepaalt/veroorzaakt. Het is een
2. Environmental: remediation de hulpmiddel waarmee we sociaal-culturele
inhoud van een medium is altijd een verandering kunnen bereiken.
ander medium. Op deze manier vormen
de technologische hulpmiddelen de
nieuwe natuur waar wij in leven.
3. Anti-content: de inhoud heeft minder
invloed op ons dan het medium zelf
(Medium is the Message!)
4 mediaculturen volgens McLuhan: Mobiele privatisering:
1. Orale cultuur: gehoor was belangrijk, Dit is een combinatie van groeiende fysieke
alfabet ontstond mobiliteit, maar tegelijk ook een terugtrekking in
2. Literaire cultuur: combinatie van oor en het geprivatiseerde leven. Door de komst van
oog, schrift media technologieën kun je contact houden met
3. Printcultuur: productie van tekst zorgde de buitenwereld zonder daadwerkelijk je
voor dominantie visueel zintuig privésfeer te verlaten.
4. Elektronische cultuur: tv, computers,
zintuigelijke harmonie.
Week 3:
Virtual, Simulation, Verisimilitude, Indexicality, Photorealism, Hyperrealism, Deep Fake
- New Media, Lister et. Al
- The Tension of Deepfakes, Jacobsen & Simpson
Virtual Reality = Een wezenlijke vorm van realiteit zonder fysieke vorm. Het is geen illusie
want het heeft wel materiele technologieën en tastbare gevolgen in de wereld. (Winston)
- Feasability: Nieuwe technologieën vinden hun oorsprong in algemene
wetenschappelijke kennis (haalbaarheid).
- Idealisation: Op basis van deze kennis ontstaan prototypes (ideeënvorming).