Economie Katern 3, hoofdstuk 1
1.1 een perfecte markt
Homogene producten: producten die van elke aanbieder hetzelfde zijn in de ogen van de
afnemer.
Heterogene producten: producten die van elke aanbieder verschillend zijn in de ogen van de
afnemer.
Toetredingsdrempels: belemmeringen die een ondernemer ondervindt om tot een markt toe te
treden.
Volkomen concurrentie is een perfecte markt, met veel vragers en aanbieders, homogeen
product, en vrij toe en uit treding → de prijs in deze markt is niet te beïnvloeden dus kan de
producent alleen de hoeveelheid aanpassen = hoeveelheids-aanpasser.
3 doelen van een producent:
1. Maximale winst, MO = MK(=GVK)
2. Maximale omzet, MO = 0
3. Break-even-punt, GO = GTK / TO = TK
Max. winst tekenen → vanaf punt totale winst, van GTK-lijn, naar P (= MO = GO), dan naar links.
1.3 je onderscheiden van de concurrent
Oligopolie: marktvorm met enkele aanbieders, homogeen en heterogeen. Er is binnen een
oligopolie veel concurrentie aanwezig.
1. Prijsconcurrentie: concurreren met prijs.
2. Niet-Prijsconcurrentie: concurreren met andere factoren.
➔ De kwaliteit en kenmerken van het product.
➔ Marketinginspanningen
➔ Dienstverlening.
Productdifferentiatie: producenten onderscheiden zich van elkaar met producten die door
kwaliteit en kenmerken van producten, marketing & dienstverlening verschillen.
Op een oligopolistische markt weten de aanbieders dat hun gedrag leidt tot reacties van de
andere oligopolisten. Ze zijn daarom terughoudend in het veranderen van prijzen.
Prijsstarheid: ondernemers/oligopolisten veranderen de verkoopprijzen van de producten niet bij
(kleine) wijzigingen in de productiekosten. (bekijk figuur 23 in boek op blz. 38)
Kartel: bedrijven maken afspraken over prijsvorming, verdelen van de markt en dergelijke. Kartels
zijn wettelijk verboden.
1
1.1 een perfecte markt
Homogene producten: producten die van elke aanbieder hetzelfde zijn in de ogen van de
afnemer.
Heterogene producten: producten die van elke aanbieder verschillend zijn in de ogen van de
afnemer.
Toetredingsdrempels: belemmeringen die een ondernemer ondervindt om tot een markt toe te
treden.
Volkomen concurrentie is een perfecte markt, met veel vragers en aanbieders, homogeen
product, en vrij toe en uit treding → de prijs in deze markt is niet te beïnvloeden dus kan de
producent alleen de hoeveelheid aanpassen = hoeveelheids-aanpasser.
3 doelen van een producent:
1. Maximale winst, MO = MK(=GVK)
2. Maximale omzet, MO = 0
3. Break-even-punt, GO = GTK / TO = TK
Max. winst tekenen → vanaf punt totale winst, van GTK-lijn, naar P (= MO = GO), dan naar links.
1.3 je onderscheiden van de concurrent
Oligopolie: marktvorm met enkele aanbieders, homogeen en heterogeen. Er is binnen een
oligopolie veel concurrentie aanwezig.
1. Prijsconcurrentie: concurreren met prijs.
2. Niet-Prijsconcurrentie: concurreren met andere factoren.
➔ De kwaliteit en kenmerken van het product.
➔ Marketinginspanningen
➔ Dienstverlening.
Productdifferentiatie: producenten onderscheiden zich van elkaar met producten die door
kwaliteit en kenmerken van producten, marketing & dienstverlening verschillen.
Op een oligopolistische markt weten de aanbieders dat hun gedrag leidt tot reacties van de
andere oligopolisten. Ze zijn daarom terughoudend in het veranderen van prijzen.
Prijsstarheid: ondernemers/oligopolisten veranderen de verkoopprijzen van de producten niet bij
(kleine) wijzigingen in de productiekosten. (bekijk figuur 23 in boek op blz. 38)
Kartel: bedrijven maken afspraken over prijsvorming, verdelen van de markt en dergelijke. Kartels
zijn wettelijk verboden.
1