1. Basisverzorging paard
= Overzicht
1) Veilig omgaan met een paard
2) Een paard poetsen
3) Hoefverzorging
4) Toilettage
5) Een paard vervoeren
6) Paard in de weide
7) Paard op stal
8) EHBO
9) Calamiteiten
10) Water
11) Soortgenoten
1. Omgaan met een paard
1.1 Lichaamstaal van het paard
= VLUCHTDIER!!
• Oren
o Oren plat in de nek → dreiging / agressie
o Oren licht naar achter → onderdanig
o Oren ontspannen opzij → rustig
o Oren voortdurend bewegend → alert
➔ Op foto:
• Linkse foto= ze zijn voorzichtig, van wie ben jij?
o Lichte paard is nieuwschierig
o Donker paard, kom maar niet te
dichtbij= dreigend
• Rechts foto= dreigen, je ziet wit en grote
neusgaten
➔ Op foto:
• Niet omdat een de oren naar achter staan, dat een paard
dreigt= in dit geval slaapt/rust het paars en onderlip is
hangend, achtervoet in rust
• Gezicht & hoofd
o Gefronste neus → dreiging
o Onderlip hangend → ontspanning
o Ogen groot, veel wit zichtbaar → angst
1
, o Hoofd hoog gedragen → spanning
• Houding
o Achtervoet in rust → ontspannen
o Spieren gespannen → alert of stress
o Achterhand naar mens draaien → waarschuwingssignaal
1.2 Communicatie mens ↔ paard
• Stemgebruik
o Op dressuurwedstrijden verboden
o Nooit roepen
o Toon belangrijker dan volume
o Max. 2 lettergrepen
o Klanken duidelijk verschillend
o Consistent woordgebruik door verschillende personen
o Kan op afstand gebruikt worden
• Gebaren & lichaamshouding
o Paarden voelen menselijke gemoedstoestand
o Stress werkt wederzijds versterkend
o Dominantie tonen bij agressief paard:
▪ Niet achteruit stappen
▪ Groter maken
▪ Vooruit bewegen richting paard
➔ Op de foto:
• Oke, ze toont haar hand, hand laag houden: dit ben ik en kom
maar kennis maken
• Paard loopt weg, paard zal sneller zijn en aan zijn oren geen zin
om zich te laten pakken
o = geen zin om erachter te lopen in zo een situatie
o = probeer altijd meester te blijven van de situatie
• veilig, paard nieuwsgierig
• Miscommunicatie, ze treiterde het paard daar de hele tijd hand weg te trekken als
hij hapt, maar daarna direct weer hetzelfde. Ze ging ook slecht gedrag belonen
2
, = juist gedrag: negeren we paard, zeker niet treiteren
= goede tik op de neus= zodat hij weet dat hij fout zit
1.3 Paard uit de weide halen
• Basisprincipes
o Blijf rustig, niet nerveus
o Beloon het paard als het zich laat vangen
o Gebruik de techniek van het panoramisch zicht:
▪ Houd een algemeen overzicht
▪ Fixeer het paard niet (roofdieren fixeren hun prooi)
▪ Houd het paard vanuit een ooghoek in de gaten
▪ Beweeg in cirkels, zonder oogcontact
▪ Komt het paard spontaan naar je toe:
▪ Blijf onbeweeglijk staan
▪ Eventueel lokken met snoepje (bv. wortel of suikerklontje):
▪ Geen gewoonte van maken
• Praat tegen een paard
o Hoe benaderen?
▪ Loop ernaartoe alsof je verwacht dat hij blijft staan
▪ Loopt hij weg → blijf staan en wacht tot hij terugkomt
▪ Draait hij zijn achterhand naar jou → jaag hem weg
▪ Benader schuin van voren, ter hoogte van de schouder
▪ Steek je hand uit zodat het paard kan ruiken
• Praktische tips
o Niet impulsief naar hoofd grijpen
o Halster niet plots pakken
o Als paard komt → stil blijven staan
o Snoepje mag, maar geen gewoonte
o Kleine weide gebruiken indien nodig
o Geen grote kuddes
o Niet enkel vangen voor negatieve ervaringen (hoefsmid, dierenarts)
• Zet het paard in een kleinere wei zolang het moeilijk te vangen is
• Vermijd grote kuddes → liever per 2 à 3 paarden
• Nooit straffen, ook niet als het lang duurt
• Snel een halster grijpen heeft geen zin → paarden zijn sneller
• Ga nooit impulsief op hoofd of hals af
• Invloedfactoren
3
, o Gemoedstoestand van de verzorger
o Kleding (wapperen, felle kleuren, wit)
o Weer (koud, regenachtig, onweerachtig)
o Geheugen van het paard
o Andere paarden (positieve of negatieve invloed)
• Evt. tips
o Hukken
o Lokpaard of ander paard eerst vangen
o Paard niet alleen vangen voor hoefsmid, veearts of
werk → eventueel enkele uren vooraf
o Insluiten (voldoende mensen, lang touw en
handschoenen)
1.4 Paard in stal benaderen
• Rustig en zonder haast
• Aandacht trekken met stem
• Hoofd naar de ingang van de box laten richten
• Indien achterhand naar ingang:
o Wachten
o Paard een klein tikje geven tot wanneer die omdraait
o Als het paard niet wil omdraaien → naast de achterhand gaan staan
(vluchtroute vrijlaten) en het paard opzij laten gaan
o Bij agressieve paarden → niet laten imponeren
• Halster aandoen
o Aan de linkerzijde van het paard staan
o Voor de schouder, licht achter het hoofd (kopstoot vermijden)
o Halster aandoen
• Halstertouw vasthouden:
o Rechterhand ± 20 cm van de musketonhaak
o Linkerhand verder op het touw
o Touw mag niet voor de hoeven hangen
o Nooit rond de hand draaien
• Belangrijk
o Halster niet aanlaten op weide
o Nooit touw rond hand
o Niet continu trekken
4