Vraag 1 – Schematisch overzicht (in tekstvorm)
Steunbewijs= steunen andere bevoegdheid die erop is gericht om bewijs
te verzamelen, om bijvoorbeeld te doorzoeken.
- Bij het betreden van een plaats= naar binnen gaan bijvoorbeeld.
Rondkijken. Subsidiariteit en proportionaliteit bekijken. = HR
tussenmeer.
- Doorzoeken= als je echt actief op zoek gaat naar iets, alles wat
verder gaat dan rondkijken. Betreed en inbeslagneming mag je
alleen rondkijken. Als je twijfelt kun je om toestemming vragen en
dan heb je alle bevoegdheden niet meer nodig. Dan kun je de
situatie bevriezen.
- Elke plaats= daadwerkelijk elke plaats. Ook eventueel een woning.
- Elke plaats met uitzondering van bewoner toestemming= dan
is woning uitgesloten, tenzij toestemming. Er gelden dan wel extra
eisen= algemene wet op het binnentreden. Er gelden dan extra
eisen volgens awbi= machtiging op grond van 2 lid 1 awbi. Het doel
van die machtiging= ziet erop om dat huisrecht te beschermen. 2 lid
1= wie geen machtiging nodig heeft= OVJ en rechter. De
opsporingsambtenaren hebben het wel nodig. De hulp OVJ valt niet
onder OM= opsporingsambtenaar.
- Nog een uitzondering awbi= als je wel toestemming hebt. Lid 3.
Ernstig gevaar van personen of goederen.
- Uitzondering sv= 55a= opsporingsambtenaar heeft machtiging
nodig OVJ. Je hebt daarnaast niet ook nog machtiging van AWBI
nodig, omdat OVJ dit al heeft gedaan
- 97 lid 4= als je machtiging hebt gehad van RC, niet ook nog andere
toestemming nodig.
DUS= bij inbeslagneming geldt= art. 94.
1. Wetboek van Strafvordering
Aanhouding op heterdaad (art. 53 Sv)
De bevoegdheid mag door eenieder worden uitgeoefend. Zij kan slechts
tegen een verdachte worden gebruikt. Vereist is ontdekking op heterdaad
van een strafbaar feit. Grondslag is een redelijk vermoeden van schuld in
de zin van art. 27 Sv. De bevoegdheid mag overal worden uitgeoefend,
inclusief in een woning, mits wordt voldaan aan de eisen van de Algemene
wet op het binnentreden.
Aanhouding buiten heterdaad (art. 54 Sv)
Deze bevoegdheid komt toe aan de officier van justitie en, in
spoedeisende gevallen, aan de hulpofficier of opsporingsambtenaar. Zij
kan slechts worden toegepast bij verdenking van een feit waarvoor
voorlopige hechtenis is toegelaten. Vereist is een redelijk vermoeden van
schuld. De aanhouding kan overal plaatsvinden.
Betreden ter aanhouding (art. 55 Sv jo. Awbi)
Opsporingsambtenaren mogen ter effectuering van een rechtmatige
aanhouding plaatsen betreden. Indien het een woning betreft, is in
beginsel een schriftelijke machtiging vereist, tenzij sprake is van
, heterdaad of dringende noodzaak. De bevoegdheid richt zich tegen de
verdachte en vereist een rechtmatige titel tot aanhouding.
Doorzoeking ter inbeslagneming in een woning (art. 110 Sv)
Deze bevoegdheid komt primair toe aan de rechter-commissaris. De
officier van justitie mag slechts bij dringende noodzakelijkheid optreden.
Vereist is een verdenking van een strafbaar feit en een strafvorderlijk
belang. De bevoegdheid kan worden uitgeoefend in woningen.
Doorzoeking van andere plaatsen (art. 96b Sv)
De officier van justitie mag bij verdenking van een misdrijf waarvoor
voorlopige hechtenis is toegelaten een plaats, niet zijnde een woning,
doorzoeken ter inbeslagneming. Vereist is een redelijk vermoeden van
schuld.
Inbeslagneming (art. 94 Sv)
Opsporingsambtenaren mogen voorwerpen in beslag nemen indien deze
kunnen dienen tot waarheidsvinding of vatbaar zijn voor
verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Deze bevoegdheid kan
jegens eenieder worden toegepast en op elke plaats waar rechtmatig
wordt opgetreden.
2. Opiumwet
Art. 9 Opiumwet
Opsporingsambtenaren hebben bijzondere bevoegdheden tot betreden en
onderzoeken van plaatsen bij verdenking van Opiumwetdelicten. Tegen
wie de bevoegdheid zich richt is afhankelijk van de concrete verdenking.
Bij woningbetreding is een machtiging vereist. Grondslag is een
vermoeden van overtreding van de Opiumwet.
3. Wet wapens en munitie
Art. 49 en 50 WWM
Opsporingsambtenaren mogen bij verdenking van overtreding van de
WWM vervoermiddelen, kleding en plaatsen onderzoeken. Voor
woningbetreding is een machtiging vereist. Grondslag is een redelijk
vermoeden van schuld aan een WWM-delict.
Opdracht 2
Vraag 2 – Spanning tussen rechtsbescherming en
instrumentaliteit
De spanning tussen rechtsbescherming en instrumentaliteit komt duidelijk
naar voren in het overzicht van bevoegdheden.
Enerzijds is het strafprocesrecht instrumenteel ingericht:
opsporingsinstanties moeten effectief strafbare feiten kunnen opsporen.
Dit blijkt uit ruime bevoegdheden bij heterdaad, de mogelijkheid tot
aanhouding buiten heterdaad bij ernstige feiten, en de bevoegdheid om
voorwerpen in beslag te nemen in het belang van de waarheidsvinding.
Anderzijds bevat het systeem sterke waarborgen ter bescherming van
fundamentele rechten, in het bijzonder het huisrecht en het recht op
privacy. Zo vereist doorzoeking van een woning in beginsel tussenkomst
van de rechter-commissaris. Ook is voor binnentreden doorgaans een
schriftelijke machtiging vereist op grond van de Awbi. Daarnaast fungeert