VERBINTENISSENRECHT
Inhoud
Samenvatting..................................................................................................................... 2
Week 1:........................................................................................................................... 2
Week 2:........................................................................................................................... 7
Week 3:......................................................................................................................... 12
Week 4:......................................................................................................................... 18
Week 6.......................................................................................................................... 22
Week 7.......................................................................................................................... 26
Week 8.......................................................................................................................... 28
Workshop.......................................................................................................................... 34
Arresten............................................................................................................................ 36
Week 1.......................................................................................................................... 36
Week 2.......................................................................................................................... 37
Week 3.......................................................................................................................... 39
Week 4.......................................................................................................................... 42
Week 6.......................................................................................................................... 44
Week 7.......................................................................................................................... 46
Week 8.......................................................................................................................... 48
Stappenplannen................................................................................................................ 51
,SAMENVATTING
WEEK 1:
Recht heeft twee betekenissen:
Objectief recht (law): alle regels met betrekking tot de subjectieve rechten en
plichten die onderdeel van een vermogen kunnen vormen
Subjectief recht (right): een aan iemand toekomende bevoegdheid
Materieel privaatrecht: regels over rechten en plichten
Personenrecht: personen- en familierecht en rechtspersonenrecht
Vermogensrecht: regels met betrekking tot de subjectieve rechten en plichten die
onderdeel van een vermogen kunnen vormen
o Goederenrecht: regels mbt goederen
o Verbintenissenrecht: regels mbt personen
Formeel privaatrecht: de wijze waarop burgers jegens elkaar rechten kunnen handhaven
met werking van de rechterlijke instanties.
Objectieve vermogensrecht:
Goederenrecht: persoon en goed
o Absolute rechten
Verbintenissenrecht: persoon en persoon
o Relatieve rechten
Subjectieve rechten:
Absolute rechten: rechten die een rechthebbende tegen een ieder kan inroepen
Relatieve rechten: rechten die een rechthebbende slechts tegen een bepaalde
persoon kan inroepen
Overeenkomst: een afspraak tussen twee of meer partijen waarbij ze elkaar iets
beloven
Art. 6:213 BW: meerzijdige rechtshandeling
Voorbeeld: Lisa verkoopt haar fiets aan Tom voor €100
Eenzijdige overeenkomst: slechts een partij hoeft een wil te verklaren, de ander
hoeft niet actief in te stemmen
o Voorbeeld: schenking
Wederkerige overeenkomst: afspraak waarbij beide partijen een verplichting
hebben
o Voorbeeld: bij een koop moet de verkoper leveren en de koper betalen
Een overeenkomst is altijd een meerzijdige rechtshandeling:
Er zijn altijd minstens twee partijen nodig die hun wil verklaren
Maar kan zowel eenzijdig als wederkerig zijn:
Gaat over de inhoud, de verbintenis: hebben een of meerdere partijen
verplichtingen
Verbintenis: de vermogensrechtelijke verhouding tussen twee partijen krachten welke
de schuldeiser is gerechtigd tot een op het terrein van het vermogensrecht liggende
gedraging, waartoe de schuldenaar is verplicht, deze ten opzicht van hem te verrichten
Art. 6:1 BW
Voorbeeld: Lisa moet de fiets leveren, Tom moet €100 betalen
De schuldeiser heeft een vorderingsrecht
,De schuldenaar heeft een schuld
Elementen van de verbintenis:
Kern:
o Actieve kant: vorderingsrecht van schuldeiser
o Passieve kant: schuld van schuldenaar
Veroordelingsmogelijkheid: schuldeiser heeft het recht de schuldenaar voor de
rechter te dagen na niet nakoming (art. 3:296 lid 1 BW) en bij geleden schade. De
schuldeiser kan dan een rechtsvordering instellen
Executiemogelijkheid: schuldeiser kan dmv de rechtsvordering het vonnis van de
rechter ten uitvoer leggen (executeren).
Schematische weergave:
Actief (schuldeiser) Passief (schuldenaar)
Kern Vorderingsrecht Schuld
Veroordelingsmogelijkheid Rechtsvordering (art. 3:296 Aansprakelijkheid
lid 1 BW)
Executiemogelijkheid Executierecht Uitwinbaarheid
Art. 6:1 BW: verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit
Dit kan op drie manieren:
De wet wijst rechtstreeks feiten aan als bron van verbintenissen
o Art. 6:213 lid 1 BW: overeenkomst
o Art. 6:162 lid 1 BW: onrechtmatige daad
De wet wijst via het ongeschreven recht bepaalde feiten aan als bronnen van
verbintenissen
o Bijvoorbeeld art. 6:162 lid 2 BW: redelijkheid en billijkheid
De wet wijst geen directe bron aan. Het feit doet echter toch een verbintenis
ontstaan, omdat dit past in het stelsel van de wet en aansluit bij de in de wet
geregelde gevallen
o Vindt zijn grondslag in arrest Quint/Te Poel
Rechtshandeling: een handeling met een beoogd rechtsgevolg, waarbij wil en
verklaring overeenstemmen
Art. 3:33 BW
Soorten:
o Eenzijdig: een persoon -> testament opstellen
o Meerzijdig: meerdere personen -> koopovereenkomst
o Gericht: op iemand anders gericht -> huur opzeggen
o Ongericht: niet op iemand anders gericht -> testament opstellen
Voorbeeld: jij zegt: ‘ik verkoop mijn laptop aan jou voor €300’ dit is een
meerzijdige, gerichte rechtshandeling
Ongerechtvaardigde verrijking: wanneer iemand ongerechtvaardigd voordeel heeft
ten koste van een ander, zonder rechtsgrond
Art. 6:212 BW
Voorbeeld: de muur van de buurman is geverfd ipv die van jou
Zaakwaarneming: wanneer iemand bewust het belang van een ander behartigt zonder
daartoe verplicht te zijn
Art. 6:198 BW
Voorbeeld: jij laat het raam van je buurman repareren terwijl hij op vakantie is
, Rechtsregels: een regel uit het objectieve recht
Rechtsfeit: feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg koppelt
Rechtsgevolg: het gevolg dat door het recht aan bepaalde feiten of handelingen wordt
verbonden
Rechtsregels -> rechtsfeit -> rechtsgevolg
Overzicht rechtsfeiten:
Rechtsfeit
Bloot rechtsfeit
Gedraging van een persoon
Rechtshandeling
Eenzijdig
o Gericht
o Ongericht
Meerzijdig
o Overeenkomst
o Overige handelingen
Andere gedraging
Rechtmatige daad
Onrechtmatige daad
Voorbeeld overeenkomst ex art. 6:217 BW:
1. Art. 6:217 BW is een rechtsregel. Volgens deze rechtsregel ontstaat er een
overeenkomst wanneer er sprake is van aanbod en de aanvaarding daarvan.
2. Stel dat A een aanbod doet aan B en B aanvaardt dit aanbod. Er is dan sprake van
een rechtsfeit, omdat het objectieve recht een rechtsgevolg koppelt aan dit feit.
3. Het rechtsgevolg is dat er een overeenkomst is ontstaan waaruit verbintenissen
voortvloeien.
Voorbeeld onrechtmatige daad ex art. 6:162 BW:
1. Art. 6:162 lid 1 BW is een rechtsregel. Krachtens deze rechtsregel is degene die
tegenover een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden
toegerekend, verplicht de schade te vergoeden die de ander dientengevolge leidt.
Het is de wet die aan het plegen van een onrechtmatige daad een rechtsgevolg
toekent.
2. Stel dat A de laptop van B voor de lol kapot gooit. Dit is aan te merken als een
onrechtmatige daad. Het plegen van dit feit is aan te merken als een rechtsfeit,
omdat het objectieve recht een rechtsgevolg koppelt aan dit feit.
3. Het rechtsgevolg is namelijk dat er een verplichting voor A ontstaat tot het
betalen van schadevergoeding, met andere woorden een verbintenis tot
schadevergoeding.
Rechtshandeling: het tot stand brengen van een rechtsgevolg (dat het objectieve recht
toestaat)
Het objectieve recht moet het rechtsgevolg toestaan
Er wordt voldaan aan eventuele door het objectieve recht betreffende
rechtshandeling gestelde vereisten
Vereisten rechtshandeling: art. 3:33 BW:
Wil: een op een rechtsgevolg gerichte wil
Verklaring: een uitdrukkelijke of een stilzwijgende verklaring van de wil