- Kritiek geven vanuit filosofie
- Kritiek op het punt: van waar het komt dat we op die manier kijken naar
veiligheid
Gaat over feit dat onze cultuur een waarheidsdenken is – dat
bekritiseren
Eerst met Nietzsche & daarna met Hannah Arendt
NIETZSCHE (1844-1900)
Wederom afvragen: tegen wie/wat reageert hij + wat is zijn uitgangspunt?
- Reageert tegen de ganse Westerse filosofie
- MAAR: onze ganse westerse cultuur steunt op die Westerse filosofie
- Doorheen hele geschiedenis lang zien we:
- Westerse filosofie is een voortdurende kritiek op elkaar (bv. Aristoteles
op Plato, …)
Als we dat opentrekken zien we dat dat onze cultuur is
Elk nieuw denkbeeld is een kritiek op het vorige
- Nietzsche gaat in die zin ook kritiek geven op het vorige (= tegen
wie/wat reageren?)
LET OP: hij heeft kritiek op de Platoons-christelijke metafysica
= Ander woord voor onze westerse filosofie (metafysica = filosofie)
Wat is nu zo typisch aan die Platoons-christelijke-metafysica
- Hinterwelter uitgevonden (zegt Nietzsche)
- Nietzsche was Duitser dus veel Duitse termen
- Om te begrijpen dat wereld toevallig, noodlottig, … is andere wereld
gecreëerd
- Ze hebben de werkelijkheid uiteen getrokken in 2 werelden
De wereld die wij zien, begrijpen, de veranderlijke wereld
De Hinterwelter (door Plato gecreëerd) hinter = ginder, daarachter
(niet zien)
- Om die wereld te begrijpen, werd een 2e gecreëerd, die we niet kunnen
zien (hinter)
Vast, eeuwig karakter, hetgeen we ‘waarheid’ zijn beginnen noemen
Dat is wat Nietzsche zal bekritiseren, waar hij tegen reageert
Het feit dat er Hinterwelter is gecreëerd, die als vast punt fungeert
(daarop kritiek)
De Hinterwelter (het eeuwige vaste punt, t.o.v. de veranderlijke wereld)
- Bij Plato: ideeënwereld
- Bij Aristoteles: essentie
- Bij Thomas en Augustinus: God
- In de moderniteit: het zelfbewustzijn van de mens
Zelfbewustzijn: denkende substantie, iets dat op zichzelf bestaat
Wat is het uitgangspunt van Nietzsche?
- Als hij wil reageren, zien we dat hij op totaal andere manier aan filosofie
doet
,- Anders dan zijn tegenhangers: andere taal, geen denkend systeem
opbouwen, …
- Hij gaat tekeer tegen alles, MAAR vermijden dat zelf nieuwe waarheid
zal installeren
- Nietzsche wil zelf dus absoluut geen nieuwe waarheid, vast punt
installeren
Dus moeilijk om zomaar te zeggen van ‘dit is de probleemstelling van
Nietzsche’
We gaan ‘een los draadje nemen’ en dat wordt het uitgangspunt
UITGANGSPUNT NIETZSCHE:
- Wanneer we in de literatuur (cultuurproducten) kijken
- Manier waarop wij de hoofdpersonages benaderen de helden van het
verhaal
We doen dat op een manier: doen zij verwerpelijke zaken vinden
dat niet erg
We vinden ze fascinerend als personage, los van de
verwerpelijkheden die ze doen
MAAR: durft iemand dat doen vandaag in onze omgeving: vinden wél
verwerpelijk
Hoe komt het, dat zaken die men doet soms als goed gezien wordt en
soms als kwaad?
Gaat om de moraal. Nietzsche laat ons dat zien in de tragediën:
Langs de ene kant zien we hoofdpersonage bepaalde handelingen stellen die we OK
vinden, maar mochten ze dat in het hedendaagse leven, in onze omgeving doen =
niet OK
Bv. Tragedie van Antigone (dochter van Oedipus)
Oedipus probeert te ontsnappen aan zijn/het noodlot (trouwen met moeder & doden
vader)
Oedipus: roekeloos, irrationeel, hartstochtelijk, … allemaal bij het doden van zijn
vader
Hij gaat daarin tekeer, in het doden van zijn vader en huwen met zijn moeder
Eigenschappen die we op zich tolereren in het ‘verhaal’
MAAR: durft iemand dat te doen in hedendaagse omgeving: ‘wat doe jij nu, doe eens
normaal, …’
- In de ‘held’ van het verhaal: vinden het fantastisch
- Maar vandaag in onze omgeving: verwerpelijk, ‘je doet dat niet, doe
normaal, is dom’
- We krijgen een zeker oordeel over wat goed is en wat kwaad is
- Feit dat we toch gefascineerd zijn over diezelfde eigenschappen, zegt
iets over ons
- Zegt vooral iets over het feit: bepaalde waarden/eigenschappen nu
kwaad noemen
Blijkbaar niet altijd zo geweest zijn, of ze moeten ooit ook ‘goed’
geweest zijn
Zegt iets over ons, hoe wij die eigenschappen zien
o Er moet op een bepaald moment een onderscheid gemaakt
zijn/gekomen zijn
o Tussen wat goed en kwaad is
, Het uitgangspunt is: wat is de herkomst van het onderscheid tussen goed
& kwaad?
- Het goede, hoe noemen we dat nog het volmaakte, de waarheid
- Het goede is altijd al ‘het ware’ sinds het begin van de filosofie
Belangrijk: we spreken van herkomst niet van oorsprong
Oorsprong suggereert dat er een begin is, een eeuwig vast punt,
ergens
- Daartegen reageert Nietzsche zeker: tegen een vast, eeuwig punt
geïnstalleerd
- Het feit dat de Westerse mens een vast punt geïnstalleerd heeft
- Wij spreken van herkomst, Nietzsche sprak van een genealogie =
stamboomkunde
- Als je stamboom opmaakt, begin niet bij Adam & Eva = dat is
oorsprongsdenken
- Je begint nl. bij jezelf, dan ouders, grootouders en zo verder tot je niet
meer kan
- Dat is genealogie = herkomstdenken, hiermee ontsnapt Nietzsche aan
wh-denken
Hij zal zeggen: met hetgeen we als verhaal vertellen, kunnen we iets
uitleggen
MAAR: enkel tot aan dat punt waarna we het niet meer weten, niet
verder
- Kritiek op ontstaan van Hinterwelter
- DUS: Nietzsche ’s kritiek op waarheidsdenken wordt toegespitst op de
moraal/ethiek
- Moraal, ethiek: gaat over, wat moet ik doen om goed te handelen
Belangrijk: kritiek van Nietzsche geven we 2x
- Wij vnl. bezig geweest rond: wat is kennis over de wereld (bij Plato,
Aristoteles, René)
- DUS een keertje kritiek van Nietzsche: op onze wijze van denken over
kennis
- Daarna nog eens vanuit moraal (i.p.v. kennis): om te antwoorden op
vraag ‘herkomst’
Kritiek Nietzsche
1. Kritiek op filosofie: wanneer we kijken naar blik die filosofen hadden op
kennis
2. Kritiek op filosofie wanneer we kijken vanuit de moraal
- Met Plato gebeurt iets fundamenteel, wat Nietzsche decadent noemt,
schandalig
- We moeten ergens een onderscheid maken tussen Plato en vooraf aan
Plato
Decadentie van Plato:
- De filosofie, onze vertrouwde wereld waarin alles veranderlijk is, die
beweegt