Psychologie VS sociologie
Socioloog= gedrag verklaren door te kijken naar de groepen waartoe iemand behoort
(structuur, waarden, normen)
➔ vb ziekteverzuim op werk: verschillende groepen vergelijken
➔ vanuit die opgedane kennis: gedrag verklaren
Psycholoog= gedrag verklaren vanuit de persoon zelf, inzicht krijgen in de
persoonlijkheidsstructuur zelf
➔ vb claustrofobie, faalangst
VB anorexia:
socioloog ➔ slankheidsideaal, moeilijke thuissituatie
psycholoog➔ identiteitsontwikkeling, perfectionisme
VB burn outs:
socioloog ➔ veranderde samenleving, werkdruk
psycholoog➔ innerlijke stress, persoonsontwikkeling
Definitie sociologie
= Sociologie is de wetenschap van de maatschappij, de wetenschap van het menselijk
samenleven of de wetenschap van het sociale. Mensen leven met elkaar samen en
worden daardoor beïnvloed. (Stapel & Keukens, 2016)
Analyse definitie sociologie
2 fundamentele vragen:
1) mensen behoren tot groepen of sociale eenheden: welke weerslag heeft dit
op hun gedrag?
➔ micro, meso,macroniveau
microniveau mesoniveau macroniveau
Kind uit een gezin (micro) met zeer de invloed van lid van van West-vlaams dialect
open en positieve sfeer: vaak leider, een jeugdbeweging (vaak
mengt zich makkelijk in discussies milieubewust, sociaal
minder schroom om over geëngageerd maar ook:
taboeonderwerpen te praten. vaker leiderstypes)
2) Hoe zit de samenleving in elkaar?
= niet alleen verklaren vanuit het gedrag! belang van sociale processen
➔ organisatie gezondheidszorg=
, ● Machtsverhoudingen (bv wel/niet terugbetalingen medicatie, remgeld
huisartsen, invloed van de zorgverzekeringen, machtsmisbruik door
zorgverleners of patiënten, …)
● Maatschappelijke ontwikkelingen (vb., vergrijzing met uitbouw
thuiszorg, steeds mondiger patiënten, uitdagingen in de
gezondheidszorg door personeelstekorten, AI binnen de zorg,
begrotingstekort met besparingen in de gezondheidszorg)
➔ Afname van de mantelzorg?
Hoe zit de gezondheidszorg in elkaar?
● welke subgroepen spelen een rol?
● hoe zijn de machtsverhoudingen welke maatschappelijke ontwikkelingen
spelen een rol (vb. Hospitalisatieverzekering: vroeger optioneel, nu zo goed als
verplicht wil je de kosten betaalbaar houden...)
Sociologie als wetenschap
● ieder mens= soort ‘amateur-socioloog’
● MAAR: vaak subjectieve opvattingen
sociologie = empirische wetenschap (systematisch waarnemen van feiten)
➔ gebaseerd op feiten
➔ dmv onderzoek
➔ vanuit gegevens= verklaringen zoeken
➔ belang voor de samenleving adhv verkregen resultaten kunnen beslissingen
genomen worden op beleidsniveau
VB ongevallen
objectieve werkelijkheid= ‘welke mensen veroorzaken de meeste ongevallen?
(mannen tussen 18 en 27j.)
Subjectieve werkelijkheid= welke chauffeurs denken de ondervraagden dat de
meeste ongevallen veroorzaken?
➔Kunnen dus zeer verschillende antwoorden zijn!
‘waardevolle wetenschap’=
● morele overwegingen mogen geen rol spelen bij theorie of onderzoek
● Géén wetmatigheden, wel waarschijnlijkheden en patronen in kaart brengen!
(verschil gedragswetenschappen versus natuurwetenschappen)
● Uitkomsten van onderzoek kunnen wel gebruikt worden voor morele
doeleinden
Interactie, cultuur, interdependentie
=mensen zijn sociale wezens: feit dat ze samenleven met anderen werkt door op hun
bestaan en gedrag
, ➔ op 3 manieren met elkaar verbonden
● ze zijn op elkaar gericht: interactie
➔ gedrag afstemmen op elkaar
● ze worden door elkaar gevormd: cultuur
➔ wat mensen doen, denken en voelen is sterk bepaald door wat ze van
anderen hebben geleerd
● ze zijn van elkaar afhankelijk: interdependentie
➔ Mensen kunnen niet zonder de anderen leven
Interactie
= het gedrag van mensen ten opzichte van elkaar in voortdurende wisselwerking. het
gedrag van de één leidt tot een reactie van de ander
Waarom gedragen mensen zich zoals ze doen?
➔omdat ik dit wil<-> omdat dit van hen verwacht wordt (vaak onbewust)
➔ mensen houden voortdurend rekening met elkaar
het gedrag van de één leidt tot een reactie van de ander dwz:
➔ reactie is gebaseerd op interpretatie, ofwel de subjectieve definitie van een situatie.
deze definitie bepaalt het gedrag, of ze nu waar is of niet
➔zowel verbaal als non-verbale taal speelt een rol
● patiënt huilt, ik stel mij empatisch op
● Puberdochter komt thuis: ‘die van Nederlands is een kalf!’ (gedrag), moeder:
‘respect in taalgebruik aub’ (reactie) , zij roept ‘je luistert niet naar mij!’
(interpretatie van de reactie) -> invloed op de conversatie
verschillende mensen zullen eenzelfde situatie vaak verschillend interpreteren
➔ leidt tot verschillende interactiepatronen
➔ vb positie arts-verpleegkundige
● vpk 1= arst als een meerdere zien
● vpk 2= een collega
● gedragspatronen= ?
➔ is NIET onveranderbaar!!!!!
ieder mens vertoont ‘voorgeprogrammeerd’ gedrag, meestal zonder dit zelf te
beseffen. dit beïnvloedt sterk hoe we een situatie analyseren
● de vpk komt de kamer binnen en zegt ‘hoe gaat het met u’
● de patiënt antwoord ‘niet zo goed, ik heb veel pijn en maak me zorgen’
● de vpk reageert met ‘oke, ik zal uw medicatie even klaarmaken’
➔ waarom?
Voorgeprogrammeerd gedrag bij verpleegkundigen is het gebruik van
routinehandelingen en standaardcommunicatie in situaties die eigenlijk om
maatwerk vragen. Dit komt vaak voort uit protocollen, tijdsdruk en gewoonte.