DEEL 1: ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET STRAFPROCESRECHT
HOOFDSTUK 1: DEFINITIE & SOORTEN STRAFRECHTSPLEGING
1. DEFINITIE FORMEEL STRAFRECHT
Andere benamingen:
− Strafprocesrecht
− Strafvordering
o Kan in 2 betekenissen worden begrepen:
▪ 1) Sensu lato (breed: het hele maatschappelijk kader)
• Domeinen zoals:
o Tewerkstelling
o Sociale zekerheid
o Gezondheidszorg
• Doel:
o Voorkomen dat mensen in de strafrechtsketen terechtkomen.
→ Vangnet creëren
→ Gezondheid versterken
→ Werkgelegenheid bevorderen
▪ 2) Sensu stricto (strikt: de strafrechtsketen)
• 1. Wetgeving met het legaliteitsbeginsel
• 2. Opsporing (vaak politie)
• 3. Vervolging (OM)
• 4. Strafvordering (rechter)
• 5. Strafuitvoering
2 definities:
− “Het geheel van de procedurele spelregels die de overheid moet naleven bij de toepassing van het materieel SR”
o = Het bepaalt hoe het materieel strafrecht wordt toegepast
− “Rechtsregels betreffende opsporing, vervolging en berechting van personen verdacht van een misdrijf”
o Functie:
▪ Beschrijft scenario’s & vormvoorschriften
▪ Bepaalt de rechtspositie van betrokken personen
▪ Regelt organisatie & werking van rechtscolleges
▪ Regelt de tenuitvoerlegging van beslissingen van rechtscolleges
2. ONDERSCHEID TUSSEN FORMEEL EN MATERIEEL STRAFRECHT:
Formeel strafrecht Materieel strafrecht
Tot wie zijn de regels gericht? Tot de ovh (politie, parket, rechters…) Tot iedereen
Inhoud Procedurele regels (= hoe verloopt het Omschrijving misdrijven + straffen
proces?)
Vanzelfsprekendheid Er gebeuren principiële keuzes die even Minder discussie over de
goed anders gemaakt konden worden basisstructuur
Sanctionering Minder eenduidig, vb: verval van SV, Duidelijk en logisch: verschillende
onontvankelijkheid, bewijsuitsluiting, soorten straffen
nietigheid…
,3. BRONNEN
Klassieke bronnen van het formeel strafrecht
− Grondwet (1830)
− Wetboek van Strafvordering (1808)
o MET Voorafgaande Titel (VT Sv.) – bevat vooral regels rond de verjaring van de SV
o Napoleontisch wetboek (oud en sterk verouderd)
o Sinds 1830 is er de wens om een nieuw WB, maar dat is er nooit gekomen, wel veel wijzigingen doorheen jaren
− Verzamelwetgeving (veel hervormingen)
o Belangrijke fases:
▪ 1. Wet-Franchimont (1998)
• Tot stand gekomen via Commissie Franchimont
• Hervorming van het gerechtelijk onderzoek
▪ 2. Potpourri-wetten (2015–2018) – minister Koen Geens
• Veel procedurele wijzigingen
• Efficiëntie en versnelling van de procedure
▪ 3. Digitaliseringswetten & recente hervormingen (2021–2024)
• Modernisering strafprocesrecht
• Wetten Strafprocesrecht I & II (2023–2024)
Nieuw Wetboek van Strafprocesrecht in het vooruitzicht?
− Wetsvoorstel 2020: voorstel houdende het Wetboek van Strafprocesrecht
− Regeerakkoord 2025 (Bart De Wever)
o Strafprocedure moet: korter, efficiënter, duidelijker
o Hervormingsintentie aanwezig, maar geen expliciete invoering van een volledig nieuw wetboek
Impact van het nieuw Strafwetboek
− Nieuw Strafwetboek – 8 strafniveaus (spreekt enkel nog over misdrijven)
− Oud systeem Strafwetboek (Sv.) – 3 strafniveaus
o 1. Overtredingen
▪ Politiestraf
• Vrijheidsstraf (gevangenisstraf): 1 – 7 dagen
• Geldboete: 1 – 25 euro (opdeciemen)
o 2. Wanbedrijven
▪ Correctionele straf
• Vrijheidsstraf (gevangenisstraf): 8 dagen – 5 jaar
• Straf onder elektronisch toezicht
• Werkstraf
• Autonome probatiestraf
• Geldboete van 26 euro of meer (opdeciemen)
o 3. Misdaden
▪ Vrijheidsstraf (opsluiting of hechtenis)
• Levenslang
• Tijdelijk (min. 5 jaar)
▪ Geldboete van 26 euro of meer – Nooit als hoofdstraf (opdeciemen van toepassing)
!!!In deze lessen werken we nog met de klassieke driedeling!!!
De harmonisatie Strafwetboek – Strafvordering is lopend, maar nog niet voltooid
o Wetsontwerp volgt de structuur van art. 78 Nieuw Strafwetboek (= conversiemechanisme)
▪ Toepassing wanneer bijzondere wetgeving nog verwijst naar oude categorieën
▪ Enkel van toepassing als de wetgever zelf geen omzetting heeft gemaakt
▪ Zorgt voor automatische omzetting naar de nieuwe strafniveaus
,4. TERMINOLOGIE UITSPRAKEN – INDELING MISDRIJVEN EN BEVOEGDE RECHTSCOLLEGES
Arresten vs vonnissen
− Arresten
o Hof van Cassatie
o Hof van Beroep
− Vonnissen
o Rechtbank van eerste aanleg
o Politierechtbank
Rechtscolleges en theoretische driedelige indeling
Categorie Straf (in abstracto) Bevoegd rechtscollege
Misdaden Criminele straf Hof van assisen
Wanbedrijven Correctionele straf Correctionele RB
Overtredingen Politiestraf Politierechtbank
Cassatie en Hof van Beroep oordelen respectievelijk in cassatie en in graad van beroep.
Theorie vs. praktijk: onderscheid achterhaald
− Hoewel de wet uitgaat van een 3-deling in abstracto, is dit onderscheid in de praktijk afgezwakt.
− Er is een scheeftrekking door:
o 1. Verzachtende omstandigheden
▪ Straf in abstracto ≠ straf in concreto
▪ Door het aannemen van verzachtende omstandigheden kan een misdaad worden “verlaagd”
o 2. Correctionalisering
▪ Techniek waarbij een misdaad wordt behandeld als wanbedrijf
▪ Bevoegdheid verschuift van Assisenhof naar correctionele rechtbank
▪ Beslissing door:
• Onderzoeksrechter
• Procureur des Konings
o 3. Contraventionalisering: wanbedrijf wordt behandeld als overtreding
− Gevolg: er bestaat een discrepantie tussen straf in abstracto en straf in concreto.
o ➡ De theoretische driedeling blijft wettelijk bestaan, maar is in de praktijk sterk gerelativeerd door
verzachtende omstandigheden en bevoegdheidsverschuivingen.
5. DOELSTELLINGEN STRAFPROCES
Wanneer een misdrijf wordt gepleegd, komen verschillende belangen tegenover elkaar te staan:
− 1. Gemeenschap
o Belang bij bestraffing van criminaliteit
o Openbaar belang
− 2. Verdachte
o Recht op een eerlijk proces
o Bescherming van individuele grondrechten
− 3. Slachtoffer
o Belang bij schadevergoeding (burgerlijke vordering)
o Is geen noodzakelijke partij in het strafproces
o Neemt niet altijd deel aan de strafvordering
o Kan wel:
▪ Strafvordering op gang brengen
▪ Burgerlijke vordering instellen
, Dubbele finaliteit van het strafproces
− 1. Waarheidsvinding
o Vanuit het openbaar belang
o Nagaan:
▪ Welke feiten zijn gepleegd?
▪ Door wie?
▪ Op basis van welke bewijzen kan eventueel worden veroordeeld?
− 2. Bescherming van individuele grondrechten
o Optiek van de individuele burger
o Beperkingen op grondrechten mogelijk (bv. huiszoeking, aanhouding), maar:
▪ Moeten wettelijk voorzien zijn (legaliteitsbeginsel)
▪ Moeten voldoen aan kwaliteits- en motiveringsvereisten
o Ruimer dan enkel rechten van verdediging
o Geldt ook t.a.v. derden
Onderlinge afweging van finaliteiten
− De verhouding tussen waarheidsvinding en grondrechtenbescherming is geen vaste verhouding, maar een
slingerbeweging doorheen de geschiedenis:
o 19e eeuw – eerste helft 20e eeuw
▪ Waarheidsvinding primeert
o Na WOII – invloed EVRM
▪ Bescherming grondrechten wordt zelfstandige doelstelling
▪ Meer nadruk op eerlijk proces en individuele waarborgen
o Vanaf begin jaren 2000
▪ Terug iets meer nadruk op efficiëntie en waarheidsvinding
Voorbeeld: onrechtmatig verkregen bewijs
− Vroeger
o Automatische uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs → Sterke bescherming grondrechten
− 2003 – Antigoon-arrest
o Onrechtmatig verkregen bewijs wordt enkel uitgesloten indien:
▪ 1. Het recht op een eerlijk proces wordt geschonden
▪ 2. De betrouwbaarheid van het bewijs is aangetast
▪ 3. Er sprake is van schending van een vormvereiste op straffe van nietigheid
→ Illustratie van de verschuiving naar een meer evenwichtige benadering