1. Voorkennis
1.1. Evolutie en gedragsgenetica
1.2. Micro- en macrostructuur
1.3. Situering neuro 2
2. Netwerkstructuren
2.1. Netwerkketens
2.1.1.Eenvoudige keten
2.1.2.Complexere ketens
2.1.2.1. Convergentie
2.1.2.2. Herverdeling van informatie:
2.1.2.3. Divergentie
2.2. Feedback netwerk
2.3. Feedforward systeem
2.3.1.Voorbeeld: scherpe en doffe pijn
2.4. Laterale inhibitie
2.5. Coïncidentiedetector
,Zintuigen
1. Definitie
o Case study: Ian Waterman - Sensorisch deficit
o Chemoceptie
o Magnetoceptie
1.1. Dissociatie
1.2. Klassieke definities
1.2.1.Problemen met klassieke definities
1.2.2.Werkdefinitie
1.3. Essentieel bij alle zintuigen
2. Receptoren
2.1. Sensorische receptor
3. Zintuigelijke verwerking
3.1.1.Müller (1803-1858): doctrine van de specifieke energieën
3.1.2.Heden
3.2. Codering
3.2.1.Obv Intensiteit
3.2.1.1. Frequentie
3.2.1.2. Aantal
3.2.1.3. Threshold
3.2.2.Obv Locatie
3.2.3.Receptief veld
3.2.4.Adaptatie
3.2.4.1. Voorbeeld illusie
3.2.4.2. Verwevenheid waarneming en handelen
3.2.4.3. Verwevenheid organisme en omgeving
,ZICHT
1. Het Oog
1.1. De stimulus: licht
1.1.1.Voorbeelden
1.1.1.1. Waarom is de lucht blauw
1.1.1.2. Zonsondergang
1.1.1.3. Mars aka de rode planeet
1.1.2.De range
1.1.3.Fotonen
1.1.4.Objecten
1.1.5.Kleur
1.2. Anatomie van het oog
1.2.1.Macro-anatomie
1.2.2.Retina en oogzenuw
1.2.2.1. De retina
1.2.2.2. De oogzenuw
1.2.2.3. Centraal zenuwstelsel (CZS)!
1.2.2.4. Schede vd optische zenuw = verlenging vd subarachnoïdale ruimte
o Pupil oedeem
o Blinde vlek
o Fovea
o De foveloa
1.2.3.Voorbeeld
1.2.4.Fixatie en oogbewegingen
1.2.5.3 types oogbewegingen
1.2.5.1. Vergentie
1.2.5.2. Volgbewegingen
1.2.5.3. Saccades
1.2.6.Voorbeeld: eye tracker
1.2.7.Evolutie
1.3. De retina
1.3.1.Opbouw
1.3.1.1. Voordelen
1.3.1.1.1. Fotoreceptoren
o Staafjes en kegeltjes
- Staafjes vs. kegeltjes
- Schaal voor mate van lichtintensiteit
o Fotoreceptoren (bij dieren)
1.3.1.1.2. Bipolaire cellen
1.3.1.1.3. Ganglioncellen
o Ganglioncellen die info naar de SCN sturen
o Ganglioncellen die naar de thalamus projecteren
- Parasol (M) cellen
- Dwerg (midget) (P) cellen
, - Bistratified cellen
1.3.1.1.4. Horizontale en amacrine cellen
o Negatieve feedback
- Transiënte respons
o Laterale inhibitie
- Winner takes all-fenomeen
o Transiënt- vs. volgehouden respons
- Sustained cel
- Transiente cel
1.3.1.2. Centraal en perifeer zicht
1.3.1.2.1. Voorbeeld – receptief veld ganglioncel
1.3.1.2.2. Voorbeeld 2
2. Hersenregio’s betrokken bij visuele processen
2.1. Overzicht van het visuele circuit
2.1.1.Retina
2.1.2.Oogzenuw
2.1.3.Optisch chiasma
2.1.4.Thalamus
2.1.5.Primaire visuele cortex = V1 = cortex striata
2.2. Onderscheid linker en rechter visueel veld
2.2.1.TMS
2.3. LGN
2.4. Cortex striata
2.5. Cortex extrastriata
2.5.1.Dorsale stroom
2.5.2.Ventrale stroom
2.6. Waarom moeten psychologen dit kennen?
2.6.1.Vb: Dyslexie
3. Kleurperceptie
3.1. Ganglioncellen: licht & donker
3.1.1.Voorbeeld: Hebben vlak A en B dezelfde kleur?
3.2. Ganglioncellen: licht & donker voor perceptie van helderheid
• ON ganglioncellen
• OFF ganglioncellen
• ON-OFF ganglioncellen
• Voorbeeld 1
• Voorbeeld 2
• Voorbeeld 3
3.2.1.Type cel- en vuring
3.2.1.1. Voorbeeld
3.2.1.1.1. Hoe kan dit?
3.2.1.2. Voorbeeld 2
3.2.2.Laterale inhibitie
3.3. Rol van de retina
3.3.1.Evolutie van kleurzicht