Hoorcollege socialisatie en ongelijkheid in de diverse samenleving ................................... 2
Hoorcollege 2 identiteit: sociale en etnische identiteit .....................................................17
Werkgroep 2 identiteit.....................................................................................................21
Literatuur kansenongelijkheid in het onderwijs – di?erentiatie .........................................23
Hoorcollege 3 Ongelijkheid in kapitaalbronnen tussen families en kansenongelijkheid
binnen het stedelijk onderwijs ........................................................................................26
Literatuur e?ers kansenongelijkheid in het onderwijs: geen gezeik, iedereen gelijk............29
Literatuur artikel samenvatting – nieuwe theoretische modellen nodig die verklaren hoe
kinderen uit minderheidsgroepen zich ontwikkelen (Garcia Coll) ......................................30
Literatuur artikel samenvatting: Ouderlijke sensitiviteit bevordert positieve ontwikkeling bij
kinderen in etnische minderheidsgroepen (Mary Ainsworth) .............................................33
Hoorcollege 4 opvoeding in een superdiverse samenleving...............................................34
Werkgroep 4 opvoeding in de superdiverse samenleving ..................................................40
Literatuur samenvatting blauwe en bruine ogen – intergroep relaties ................................42
Literatuur samenvatting een nieuw wij-gevoel ..................................................................46
Cross ethnic friendships invloed op intergroup relaties ....................................................48
Hoorcollege 5 intergroepsprocessen: een sociaal-pedagogisch perspectief ......................50
Werkgroep 5 intergroepsrelaties......................................................................................54
Hoorcollege 6 jeugdculturen en code-switchen tussen leefwerelden ................................55
Literatuur samenvatten Week 6: Jeugdculturen en code-switchen tussen leefwerelden.....60
Literatuur psychologische e?icacy, professionalisering en cultuurverandering .................61
Hoorcollege 7 professionalisering (collectieve e?icacy) en cultuurverandering binnen een
grootstedelijke, superdiverse samenleving ......................................................................64
Responsiecollege hoorcollege ........................................................................................67
,Socialisatie en ongelijkheid in de superdiverse samenleving hoorcolleges
+ literatuur
Leerdoelen hoorcollege 1
1. Kennen kernconcepten binnen theorievorming rondom 'superdiversiteit'.
2. Begrijpen verschillen tussen culturele diversiteit en superdiversiteit.
3. Begrijpen demografisch-sociologische transitie naar een 'superdiverse'
grootstedelijke omgeving.
Algemene informatie Rotterdam diversiteit
• Rotterdam is een second city: een havenstad dat belangrijk is voor migratie, handel
en productie maar niet voor internationale financiële markten (zoals New york)
• Rotterdam is een majority-minority city: een stad die bestaat uit oorspronkelijke
inwoners die minder dan 50% bestaat van de totale populatie
• Oorzaken van het ontstaan van een majority-minority city verschuiving
demografisch-sociologisch naar superdiverse grootstedelijke omgeving: als
havenstad trokken veel arbeidsmigranten, globalisering, gezinsvorming (hogere
vruchtbaarheidscijfers), suburbanisatie (migranten zijn loyaler naar de stad toe)
• 206 verschillende herkomstgroepen (etnische diversiteit > gebaseerd op
gezamenlijke taal, religie, cultuur)
• Vertovec (2007) introduceerde ‘super-diversity’ > het gaat niet alleen om de
verschillen in herkomstland (waar het gaat om enkele groepen), maar om
overlappende vormen van diversiteit die samen de samenleving beïnvloeden zoals
migratiemotief, verblijfsduur, juridische status, sociaaleconomische status (sprake
van meer groepen)
• Etnische profileren: het gaat om de zichtbare kenmerkende minderheden groep
• Migranten uit voormalige koloniën (zoals Suriname, voormalige Nederlandse
Antillen) zijn niet-westers en uit Nederlands-Indië westers
• Landen clusteren is handig voor onderzoek > vb op basis van ontwikkelingsniveau
(nuttig om onderzoek te doen naar de inkomensverschillen, integratiekansen)
Ø Clusteren op basis van geo-linguistische (waar ze vandaan komen en welke
taal ze spreken) > in welke gevallen van diversiteit kan het een uitdaging zijn
(communicatieproblemen) en een voordeel (creativiteit, handel)
2
,Oorzaken van diversiteit in bevolkingssamenstelling: dalende vruchtbaarheidscijfers,
healthy migrante=ect, globalisering, (postkoloniale, arbeids, gezins) migratie
• Na de 2e wereldoorlog toenemende etnisiche diversiteit door globalisering (nieuwe
communicatiemiddelen en transport goedkoper en sneller) > mensen konden
makkelijker contact houden met familie uit herkomstlanden > sterkere
migratiestromen
Ø Tijdens de koude oorlog: enorme internationale migratie vanwege
economische redenen en geweld
Ø Na de koude oorlog: vanwege economische redenen
• West-europa heeft na de oorlog te maken met 3 overlappende migratiegolven:
Ø 1e golf: arbeidsmigratie
Ø 2e golf: gezinsmigratie (gezinshereniging en vorming)
Ø 3e golf: postindustriële migratie (hoogopgeleide arbeidsmigranten, asielzoekers)
• Migranten hebben hogere geboortecijfers door gewoontes voor grotere familie (uit
herkomstland) en healthy migrant e1ect (migranten zijn jonger en gezonder
waardoor ze meer kinderen kunnen krijgen)
Vertovec (2007) over superdiversity
• Vindt dat onderzoek en beleid meer moet richten op de nieuwe migrantengroepen
want ze zijn kleiner en verschillen vaak in variabelen zoals juridische status (tijdelijk
verblijf, motief) die allemaal samen moeten worden gekeken
• Het gaat niet alleen om onderscheiden op basis van etniciteit, maar om religie,
leeftijd, juridische status, inkomen om te begrijpen hoe de moderne samenleving
functioneert > Ook verschillen binnen dezelfde herkomstgroep
Ø Transnationalisme: migranten houden contact met familie uit herkomstland
waardoor ze in twee verschillende werelden leven, wat eWect heeft in hoe ze
functioneren in de samenleving waar ze leven
Ø Juridische status > bepaalt waar ze leven, toegang tot diensten en welke
rechten ze hebben;
o Arbeiders
o Studenten
o Gezinsmigratie
o Asielszoekers en vluchtelingen
o Illegalen
Ø Religie
Ø Leeftijd: de nieuwe migranten zijn jonger dan de huidige inwoners
3
, Ø Doel: onderzoekers en beleid kunnen door alle lagen van diversiteit samen te
kijken om dan een beter beeld krijgen hoe ze leven en welke uitdagingen ze
hebben, om iedereen te kunnen vertegenwoordigen, ongelijkheden te bestrijden
of sociale cohesie te bevorderen
• London is een superdiverse stad
Maurice Crul – superdiversity
• Je moet alleen de term superdivers gebruiken als er geen duidelijke
meerderheidsgroep is en er verschillende migrantengroepen naast elkaar leven
Ø Het gaat niet meer om het aanpassen aan de meerderheidsgroep, maar om hoe
migranten integreren en hoe nederlanders omgaan met de superdiverse
omgeving
Ø Geen theorie om te verklaren hoe integratie werkt in superdiverse steden of hoe
ze samenleven, maar hulpmiddel om te begrijpen hoe de verschillende groepen
functioneren in de samenleving
Ø Er kunnen veel voordelen zijn van superdiversiteit, maar dat hangt af van sociale
mobiliteit (de kansen op vooruitgang), politieke klimaat en hoe oude
meerderheidsgroepen op reageren
• Majority-minority cities > een stad waarin er geen ene groep de meerderheid vormt
zoals in Amsterdam, Rotterdam, Brussel
Ø Kinderen van migranten groeien in buurten op met weinig nederlands afkomstige
kinderen, terwijl het qua beleid veel integratieprogrammas gericht zijn op het
leren aanpassen op de meerderheidscultuur
• Diversification of diversity: toename in verschillende groepen en toename
verschillen binnen dezelfde groep (2e en 3e generatie)
• Verschil global city en superdiverse city: een global city is economisch en politiek
invloedrijk op wereldniveau, een superdiverse city is de bevolking gemengd
samengesteld
• Hoe steden omgaan met superdiversiteit hangt af van de economische positie
in de wereld (Glick-Schiller en Gaglar): global cities (economisch gericht >
migratie bron van talent), up scale city (stimuleren hogeropgeleide migratie) en low
en down scale city (stimuleren goedkope arbeid > vaak havensteden)
• Neoliberale herstructurering: de economische veranderingen waarin
wereldhandel en concurrentie belangrijk werden dan nationale bescherming
4
,Superdiversiteit – defamilarisering
• Concept voor superdiversiteit: Je kijkt naar exact hetzelfde beeld, maar je ziet iets
anders > “defamiliarize the familiar and familiarize the unfamiliar” (Baumann)
• Kern van het vak: Stads en onderwijssociologisch > opgroeien en opvoeden in een
superdiverse samenleving en kijken wat die verschillen zijn in Rotterdam
• Gezin, peergroep, onderwijs > plekken waarin kinderen socialiseren
Verschil superdiversiteit en diversiteit
• Diversiteit: het bestaan van verschillende groepen in een samenleving rond om
culturele achtergrond (enkele dimensies)
• Superdiversiteit: door migratie en globalisering leidde tot diversiteit BINNEN
groepen, verder dan alleen culturele achtergrond maar ook rond om etniciteit, taal,
religie, opleiding
Ø Vertovec > naast de bestaande diversiteit, is er nog meer diversiteit (taalkundig,
religieuze, culturele, culinaire) gekomen > hierdoor superdiversiteit
Ø 1980: 1/7 Amsterdamse leerlingen is niet autochtoon (mensen met een
migratieachtergrond)
3 kenmerken van superdiversiteit
• Je gaat van een plek waar er geen superdiversiteit is, naar een plek waar er wel
superdiversiteit
• Geboorteland is meest voorkomende manier om diversiteit te meten
1. Razendsnelle groei in multiculturele diversiteit (Taalkundige, religieuze, culturele,
culinaire diversiteit)
2. Geen normatief concept, maar beschrijft de werkelijkheid van complexe diversiteit
in steden: Niet gebaseerd op opinies (niet ideologisch) > het is een stad vol
minderheden (majority minority cities > Rotterdam, Amsterdam, Brussel, Antwerpen
met de meerderheid inwoners met een migratieachtergrond) vanwege migratie
Ø Concept van crul: veel grote steden hebben het karakter van een majority-
minority city, wat betekent dat er niet langer een duidelijke dominante etnische
meerderheid is maar een heleboel minderheidsgroepen (de % van de
oorspronkelijke bewoners is minder dan 50% van de hele populatie)
o Generatie heeft sleutelrol in superdiversiteit, omdat tweede en derde
generaties in dezelfde groep hebben meer kansen
3. The glowing diversification of diversity
5
, Ø Concept van vertovec (diversiteit is niet statisch, maar het verandert en
vervormt constant > groeiende taalkundige, economische, opleiding diversiteit
binnen de multi diversiteit) >
o Voorbeeld: overeenkomsten van Rotterdamse jongere generatie met
verschillende culturele achtergronden worden groter, omdat ze leven met
elkaar in onderwijs, sportclubs, buurten en er ontstaan dan
gemeenschappelijke ervaringen
o Wisselwerking tussen verschillende identiteitsdimensies
Oude denken over superdiversiteit
• Door oude denken, mensen zien culturele diversiteit alleen als verschil in
migratieachtergrond (maar dit is alleen een weergave van de helft van de bevolking)
> cirkel van migratieachtergronden (surinaams, turks, chinees)
• Migranten komen en moeten zich aanpassen aan de cultuur van de meerderheid
• Homogeniteit: iedereen uit dezelfde groep is hetzelfde en er wordt geen rekening
gehouden met verschillen binnen groepen zoals opleiding, religie, taal, generatie
• Klassieke diversiteit: eerst door migratie was er sprake van gezinshereniging en
was de nadruk op migratieachtergrond (diversiteitsdenken), maar later het idee
geintroduceerd dat diversiteit veel complexer is dan alleen migratieachtergrond
(Crul & Vertovec > superdiversiteitsdenken)
• Gastarbeiders- en postkoloniaal perspectief > onderscheidt westers vs overig
niet-westers op basis van etniciteit (hier ging etnisch meer over de minderheden uit
de voormalige kolonien of de arbeidsmigranten uit turkije en marokko)
• Diversiteitsperspectief (tegenwoordig) > onderscheidt op basis van verschillende
herkomstlanden
Nieuwe verscheidenheid
• Overgrote deel van groep laagopgeleide, maar nu ook hoogopgeleide
arbeidsmigratie > wat voor diversiteit ontstaan door migratie? Opleidingsniveau
diversiteit
• Nu toenemende vlottendheid bij migratie > mensen komen voor studie en dan
gaan weer weg (sociale mobiliteit)
Ø Historische migratie: grote steden zoals Rotterdam met havens trokken
migranten aan omdat er veel arbeid nodig was zorgt voor culturele diversiteit
Ø Op wijkniveau en straatniveau speelt diversiteit
• Rotterdam is divers op alle niveaus school, wijk en stad (niet voor Amsterdam)
6