Hoofstuk 1 Inleiding
1.1. Introductie
Vroeger Schavottoerisme een populaire tijdverdrijf.
Terechtstellingen aan de galg, vierendelingen, de dood op het rad of de
brandstapel, het was een attractie waarvoor je graag huis en haard verliet. Het
was verlangen naar vertier. Verblijf in een andere omgeving, zijn met andere
mensen, maakt het tot een aangename ervaring. Mensen zoeken vertier, een
niet alledaagse bijzondere belevenis, op een plek waar het aangenaam verpozen
is. Een attractiepark bv. Iets wat mensen trekt.
Niet alleen attractieparken, maar ook musea, kastelen bijzondere tuinen, en
bouwwerk (Eifeltoren) of een staaltje spectaculaire natuur trekken veel
bezoekers. Het zijn geen attractieparken, maar attracties. We spreken daarom in
algemene zin van attractiepunten, waarbinnen het attractiepark een bijzondere
vorm is.
In attractieparken heeft het management zich vaak goed ontwikkeld.
Ontwikkelingen in amusementsindustrie gaan snel.
Betekenis attractiepunt: een bron van vertier. Vormt aanleiding tot een
dagtocht of wordt opgenomen als vakantie. Een attractiepunt heeft daarom een
meervoudig economisch op de regio waarin het ligt. Vb Efteling voor Noord-
Brabanders. Niet alleen vermaaksmogelijkheid, maar ook bekendheid aan de
regio.
Een attractiepunt van formaat fungeert daarom als motor van toerisme in een
regio. Aantrekkelijk maken en zo kan het toeristische bedrijfsleven ook geld
verdienen samenwerken met efteling. Verblijf in noord-brabant met arrgement
van de efteling.
Efteling genereerd direchte werkomgeving: efteling heeft zelf personeel in dienst.
En genereerd indirecte veromgeving: de efteling investeerd met de vergkregen
inkomsten in attracties etc. en koopt allerlei producten en diensten in. Werk voor
toeleverende bedrijven/
1.1 De economische betekenis van attractieparken
15.2 miljoen aan vakanties, dagtochten 12,7 miljard, 25% van huishoudelijke
budget aan vrijetijdsactiviteiten (leisure) dat is in totaal zon 25 miljard per
jaar. 98% onderneemt 1 of meerdere dagtochten, aantal 900.000.
De vrijetijdsindustrie is een belangrijke werkgever geworden. 400.000
werknemers verdienen hier brood in. Dit is 5% v/d werkgelegenheid.
447.950 mensen in toeristisch-recreatieve sector 4.4% van totaal aantal
werkzame personen in NL.
Loonkosten van personeel in attractieparken 25-35% vormen v/d totale kosten.
Attractieparken NL 4700 mensen. ¾ in dienst op basis van parttime, seizoens
of vakantiecontracten. Flexibele arbeidsverhoudingen zijn niets bijzonders in het
,vrijetijdsleven. Toeristische branche is een van de meest onzekere branches als
het gaat op de vastheid van werkgelegenheid (van seizoenskrachten).
Kenmerk werk in attractiepuntensector: seizoen krachten en vergt niet veel
opleiding.
Attractieparken geven jaarlijks veel geld uit:
-Efteling 30 miljoen uitgeven aan Ravelijn. 42.5 miljoen voor Hartenhof
-Walibi 15 miljoen merk uitbouwen tot entertainmentmerk (van Walibi World
naar Walibi Holland en concept naar 8-12 jarigen).
-Bobbejaanland 11,5 miljoen
-Toverland 2e hall openen 15 miljoen.
-Drievliet nieuwe achtbaan, nieuw decor en nieuwe speeldorp Zeebonkenhonk.
toekomst blijven grote investeringen doen.
Nlse wet: eens in de 3 jaar miljoenen investering in topattractie. Wordt de
laatste jaar bijna jaarlijks gedaan. Belangrijk in deze markt om met iets nieuws
te komen. Stilstaan en niets doen heeft gevolgen voor aantal publiek.
Bedragen in NL gering in vergelijking tot Amerikaanse parken (100 miljoen geen
uitzondering).
Hoofdstuk 1 Begripafbakening
2.1 Inleiding
Efteling = toeristisch attractiepunt
2.2 Attractiepunt
Definitie attractiepunt:
- Kosters (1995): “Een attractiepunt is een voor blijvende exploitatie
aangelegd complex dat gedurende een aaneengesloten periode van ten
minste enkele maanden als bezienswaardig object te bezoeken is (....) en
een bezoek kent op grote schaal.”
- Studenten NHTV (1998): “Een attractiepunt is een man-made attraction
met een unieke aantrekkingskracht, die primair voor het amusement is
ontwikkeld, waarbij sprake is van intensieve recreatie en waar de meeste
mensen puur voor amusement naar toe komen.‟‟
- NRIT (1981): “Een attractiepunt is een primair voor de dagrecreatie
ontwikkelde accommodatie met een autonome aantrekkingskracht op een
omvangrijk publiek door een bijzonder aanbod van één of meerdere
voorzieningen, dat ieder jaar gedurende een vaste periode is geopend en
waarvoor een bepaalde toegangsprijs moet worden betaald.”
Verder wordt een attractiepunt nagenoeg gelijk gesteld aan een attractiepark.
Het begrip attractiepunt, gehanteerd in deze syllabus, wordt als volgt
afgebakend. Een attractiepunt:
1. is gesitueerd op een afgebakende locatie (met een hoog bezoek er is sprake
van intensieve recreatie), waar (in principe) entree wordt geheven
, 2. valt onder één exploitatie (het is dus één bedrijf), is permanent gevestigd en
te minste een aantal maanden per jaar geopend
3. is speciaal gemaakt, ingericht of aangepast voor toeristisch-recreatief gebruik
en wel dag bezoek
4. kent een bijzonder aanbod met permanent karakter en heeft ten gevolge
daarvan een autonome aantrekkingskracht op te minste een bovenregionale
schaal (het attractiepark is dus in staat eigenhandig mensen een gebied of stad
in te trekken, mensen kiezen bewust de gang naar attractiepunt, het trekt, kan
ook internationaal zijn Disney).
Niet tot attractiepunt:
Bioscopen en discotheken aantrekkingskracht niet meer dan lokaal of
regionaal. Er kunnen uitzonderingen zijn (bv megabioscoopcomplex
Metroplolis in Antwerpen en discotheek iT in A‟dam. Doordat mensen
speciaal daarheen kwamen). Komen er meer megabioscopencomplexen
dan zal de aantrekkingsgracht en ook de status van attractiepunt
verwijnen.
Recreatiegebieden strandbaden, al dan niet voorzien van een
recreatievoorziening zoals een midgetgolfbaan of speeltuin, worden niet
gezien als attractiepunt. Aanbood is veel voorkomend en daardoor te
weinig bijzonder. De aantrekkingskracht is veelal regionaal. Hebben een
openbaar karakter en er hoeft geen of weinig entree betaalt te worden.
Zwembaden zelfs subtropische zwembaden zijn onvoldoende bijzonder.
Uitzondering: nationaal zwemcentrum Tongelreep en het Pieter van den
Hoogdenband zwemstation in Eindhoven bijzonder en veel bezoekers.
Overdekte kartbanen aandacht weinig bijzonder, regionaal bezoek en is
het discutabel nog te spreken over een attractiepunt.
Evenmentenhallen zoals Ahoy kennen in vele overzichten gelijkenis met
een attractiepunt. Is het niet omdat het aanbod geen permanent karakter
heeft.
2.3 Nadere typering attractieparken en overige attractiepunten
2.3.1 Attractieparken aanvullende kenmerken:
1. Op een terrein met overdekte delen
2. Geheel en speciaal gemaakt voor toeristisch-recreatief dagbezoek (dus
volledig Man-made)
3. Primair gericht op amusement
4. Bestaande uit ene samenstel van diverse attracties (met het oog op het
bereiken van een bepaalde amusementenmix om uiteenlopende
doelgroepen te kunnen bedienen)
Vb: Walibi, Drievliet, Slagharen en verdekt Toverland.
Themapark: “A theme park is a large scale amusement or leisure park,
incorporating rides and attractions grouped into areas, each having a specific
theme which dictates the nature of the amusements and the decor: the sea, the
jungle, natural history and so on.”
Dus attractieparken, waarvan attracties gegroepeerd zijn rond een thema.
Thema bepaalt aard en het decor van de attracties (Efteling en Disney).