Samenvatting: wiskunde leerinhoud
Hoofdstuk 1: getallenleer
Examenleerstof 2e semester.
Hoofdstuk 2: bewerkingen
Examenleerstof 2e semester.
Hoofdstuk 3: meetkunde
3.1. Basisbegrippen
3.1.1. Punten, lijnen, oppervlakken
Punt = gebruik je om een plaats aan te duiden: je tekent een punt en geeft het een naam.
• Steeds een hoofdletter als naam
A
• Nuldimensionaal (geen afmetingen)
Lijn = een oneindige, eendimensionale aaneenschakeling van punten. Ze kan recht, gebogen of
gebroken zijn.
Soorten lijnen:
Rechte lijn Begrensd = lijnstuk = kortste weg tussen 2 (grens)punten.
Benoemen door eerst de grenspunten een naam te geven en dan
beide punten tussen vierkante haakjes te plaatsen.
A Lijnstuk [AB]
B
Onbegrensd = rechte = benoem je met een kleine letter. Je kunt een
rechte ook benomen met behulp van 2 punten op de rechte
Halfrechte = rechte die begrensd is aan 1 kant. Heeft dus 1 grenspunt en loopt
slechts in 1 richting oneindig door. Halfrechte [AB
A
B
Gebogen lijn = kan open of gesloten zijn
1
,Astrid Destoop 2025-2026
Gebroken lijn = bestaat uit een aaneenschakeling van lijnstukken. Kan open of
gesloten zijn.
Oppervlak = een oneindige, tweedimensionale aaneenschakeling van punten.
een plat oppervlak
(bv. het grijze vlak in het figuur hiernaast)
een gebogen oppervlak
(bv. het blauw vlak in de figuur hiernaast)
Een vlak = een onbegrensd plat vlak.
Een vlakke figuur = een begrensd plat oppervlak.
3.1.2. Hoeken
Hoek = deel van het vlak, begrensd door 2 halfrechten met een gemeenschappelijk grenspunt.
• Grootte van de hoek bepaald door spreiding van de benen
• Maateenheid: graad °
2
,Astrid Destoop 2025-2026
Hoeken delen naargelang de hoekgrootte:
3.1.3. Diagonalen
Diagonaal = lijnstuk dat 3 niet-opeenvolgende hoekpunten in een veelhoek met elkaar verbindt.
• Vierhoek: de overstaande hoekpunten
• Driehoek: geen diagonalen
[AC] en [BD] zijn de diagonalen in de vierhoek ABCD.
[AC], [AD], [BD], [BE] en [CE] zijn de diagonalen in de
vijfhoek ABCDE.
Formule aantal diagonalen in een veelhoek = aantal hoekpunten x (aantal hoekpunten – 3)
2
3.1.4. Hoogtelijn
Hoogtelijn = een rechte die door een hoekpunt van de driehoek gaat en loodrecht op de
overstaande zijde of op het verlengde van de overstaande zijde staat.
Elke driehoek heeft 3 hoogtelijnen, bovendien snijden die elkaar altijd in een gemeenschappelijk
punt, het hoogtepunt.
3
, Astrid Destoop 2025-2026
De rechte BH gaat door het hoekpunt B en
staat loodrecht op de overstaande zijde [AC].
BD is dus een hoogtelijn van de driehoek ABC
De hoogtelijnen AD, BE en CF snijden elkaar
in het hoogtepunt.
Ook in vierhoeken kun je hoogtelijnen tekenen:
B C
De rechte BE gaat door het hoekpunt B van
het parallellogram ABCD en staat loodrecht
op de overstaande zijde [AD]. CE is dus een
hoogtelijn van het parallellogram ABCD.
A E D
3.1.5. Middelloodlijn
Geen examenleerstof.
3.1.6. Zwaartelijn
Geen examenleerstof.
3.1.7. Deellijn of bissectrice
Geen examenleerstof.
3.2. Vormleer
3.2.1. Vlakke figuren
Vlakke figuur = een vlak oppervlak begrensd door een gesloten lijn. Deze gesloten lijn kan
gebogen of gebroken zijn of een combinatie van beide.
Een vlakke figuur uitsluitend begrensd door gebogen lijnen.
Een vlakke figuur uitsluitend begrensd door gebroken lijnen.
Een vlakke figuur begrensd door gebogen en gebroken lijnen.
4