Taalbeschouwing:
Begrip Uitleg Voorbeeld
Aangeboren Volgens Chomsky
taalvermogen worden kinderen
geboren met een
aangeboren
taalvermogen. Overal ter
wereld is dit hetzelfde,
maar afhankelijk waar de
kinderen geboren
worden, selecteren de
kinderen regels die voor
de moedertaal gelden.
Aannames van Relevantie =
relevantie, kwaliteit en gespreksbijdrage is
stijl/wijze relevant voor voortgang
van het gesprek
Kwantiteit = gegeven
informatie is in een
specifieke situatie
vereist, niet te veel, niet
te weinig
Kwaliteit = de gegeven
informatie is de juiste,
niet opzettelijk onjuiste
informatie
Aantonende Eén van de vier ‘wijzen’ Onvoltooid
wijs/indicatief die Nederlandse tegenwoordige tijd,
werkwoorden kunnen voltooid verleden tijd,
hebben. Andere drie zijn: etc. vallen allemaal
- Infinitief onder de aantonende
(onbepaalde wijs) wijs.
- Aanvoegende wijs
(conjunctief)
- Gebiedende wijs
(imperatief)
Een overkoepelende
term om alle
werkwoordstijden binnen
de ‘wijs’ mee aan te
duiden
Aanvoegende De aanvoegende wijs
wijs/conjunctief wordt gevormd door de -
n van het infinitief weg
te laten
Accent (type De klanken die Het Twents
taalvariatie) verschillen van het A(B)N
Actief-passief Een actieve zin is een zin Actieve zin: Hannibal
onderscheid met een transitief Lecter vermoordde twee
, predikaat, waarin de rechercheurs.
Agens ook Subject is.
Een passieve zin is een Passieve zin: Twee
zin met een transitief rechercheurs werden
predikaat, waarin niet de door Hannibal Lecter
Agens, maar de Patiens vermoord.
het Subject is.
Actieve / bedrijvende Iets doen (in bedrijf). Het De jongen trapt de
vorm onderwerp doet iets; hij voetbal weg.
is in bedrijf.
Onderwerp = de jongen
De jongen doet iets,
namelijk het wegtrappen
van de voetbal.
Activeren van kennis Gebruikmaken van het
mentale lexicon
Adjectivische constituent Meestal een bijvoeglijk
(AdjP) naamwoord of
bijvoeglijke bijzin. Heeft
een attributieve /
bijvoeglijke betekenis.
Dat wil zeggen dat hij
een eigenschap van een
nominale constituent
aanduidt.
Adjectief Bijvoeglijke Het blauwe boek =
naamwoorden kunnen attributief
met de lidwoorden voor
een zelfstandig Het boek is blauw =
naamwoord geplaatst naamwoordelijk deel van
worden, bijvoeglijke gezegde
naamwoord als
naamwoordelijk deel van Karel kwam hongerig de
een gezegde, of als kamer binnen =
bepaling van predicatief gebruik
gesteldheid.
Adverbiale constituent Attributief bij overige Bijwoorden of
(AdvP) elementen, behalve bij bijwoordelijke
nominaal element. bepalingen
Adverbiale bepaling Bijwoordelijke bepaling
Adverbium Bijwoorden zijn woorden
die zonder toevoeging
van andere woorden de
functie van
bijwoordelijke bepaling in
een zin kunnen hebben
Afasie Taalstoornis als gevolg Moeite met spreken,
van een schrijven en lezen
hersenbeschadiging.
Meestal ernstige
woordvindingsproblemen
Affix Gebonden morfeem dat
op zichzelf geen
betekenis heeft, maar
, dat aan een ander
morfeem vastgemaakt
moet worden om een
nieuw woord met
afgeleide betekenis te
vormen
Agens Voor de entiteit die het De miljonair (Agens)
initiatief neemt voor een schonk zijn vermogen
gebeurtenis, de (Patiens) aan Artsen
handelende persoon Zonder Grenzen
(recipiens)
Allofoon Fonetische transcriptie
tussen vierkante haken.
Staat dichterbij de
werkelijke uitspraak en
bevat verschillende
varianten van hetzelfde
foneem.
Allomorf Wanneer een morfeem Verkleinwoorden: -tje, -
meerdere vormen kan pje, -kje, -etje
krijgen heet elk van die
vormen een allomorf
Ambiguïteit Meerduidigheid. Situaties
waarin het niet duidelijk
is welke betekenis
bedoeld wordt
Anafora Een verwijswoord dat
naar iets anders verwijst
dat meestal net iets
eerder of later genoemd
wordt
Antecedent Waar de Anafoor naar De filosoof overleed
verwijst vorig jaar. Hij is 82 jaar
oud geworden. “De
filosoof” is antecedent
van de anafoor “hij”.
Assimilatie van klanken Aanpassing van klanken Voetzoeker: het
in een woord, zoals de foneem /z/ krijgt de
uitspraak van een woord. stemloze uitspraak /s/ in
plaats van de
stemhebbende uitspraak
/z/
Automatische Een computer die
spraakherkenning gesproken taal herkent
Beginsel/principe van de Term voor de oorsprong In onze schrijftaal maken
afleiding/etymologie en geschiedenis van een we verschil tussen ei en
woord en het onderzoek ij, omdat er vroeger
daarnaar. De uitspraakverschillen
geschiedenis van een bestonden.
woord is bepalend voor
de schrijfwijze.
Beginsel/principe van Je schrijft een woord / Hond, vanwege honden
gelijkvormigheid voor- en achtervoegsel
steeds op dezelfde
, manier. Morfologisch
principe
Analogie / morfologie Woorden kunnen uit On-smelt-baar
meer dan twee delen On-eet-baar
bestaan. Kunnen
meervoudig geleed zijn.
Onderdeel van de
taalwetenschap dat
gewijd is aan de groep
van gelede woorden is
de morfologie of
woordvormingsleer
Beginsel/principe van de Een woord wordt gespeld Niet srijfer of schraaiver,
standaarduitspraak met de klanken die we maar schrijver
horen in de
standaarduitspraak van
dat woord.
Beknopte bijzin Bijzinnen waarvan Na Tila gekust te
onderwerp en hebben, liet Carel haar
persoonsvorm alleen. Hij beloofde te
ontbreken. Het gezegde komen.
in een beknopte bijzin
bestaat uitsluitend uit
een infinitief of
deelwoordsvorm
Belanghebbend Het belanghebbend
voorwerp / indirect voorwerp drukt uit wie
object belang heeft bij een
bepaalde handeling. In
veel talen wordt het
belanghebbend
voorwerp uitgedrukt in
de datief (van voordeel).
Het belanghebbend
voorwerp duidt altijd op
personen of andere
levende wezens.
Bepaald telwoord Eén, twee, drie, veertig,
honderd, etc.
Bepaald rangtelwoord =
vijfde, tiende,
driehonderdste, etc.
Bepaling van de Geeft antwoord op de Dat boek werd door de
handelende persoon, vraag: door wie? Bij recensent afwijzend
passieve doorbepaling gezegdes die in de besproken.
lijdende vorm staan.
Bepaling van gesteldheid Ook wel predicatieve
bepaling of
dubbelverbonden
bepaling genoemd. Heeft
een dubbele functie:
geeft informatie over het
onderwerp of lijdend